Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2008

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
C/16/608260 / JE RK 26-342
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige ondanks moeizaam contactherstel met moeder

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van een minderjarige geboren in 2011. De minderjarige woont bij zijn vader en heeft al geruime tijd geen contact meer met zijn moeder. De moeder is tegen de verlenging en stelt dat de OTS het contact juist heeft verslechterd.

De kinderrechter heeft de stukken bestudeerd, waaronder evaluatie- en vervolgplannen van de GI, en heeft de minderjarige gehoord. Ondanks het feit dat het contactherstel met de moeder niet is geslaagd en de minderjarige zelf aangeeft geen behoefte meer te hebben aan contactherstel, acht de rechter het nog te vroeg om het contact definitief op te geven. De kinderrechter benadrukt dat het tempo en de draagkracht van de minderjarige leidend moeten zijn en dat hij ook recht heeft op een gewoon leven.

De kinderrechter verlengt de OTS tot 9 april 2027 omdat er nog steeds zorgen zijn over de sociaal-emotionele en identiteitsontwikkeling van de minderjarige. De GI moet de regie houden en passende hulpverlening inzetten, waaronder het traject bij Spoor 030 dat nu kan starten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 9 april 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/608260 / JE RK 26-342
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[belanghebbende 1],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
mr. B.J. Driessen ,
[belanghebbende 2],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 11 maart 2026;
  • het evaluatie & vervolgplan van de GI van 1 juli 2025, ontvangen op 17 maart 2026;
  • het evaluatie & vervolgplan van de GI van 20 februari 2026, ontvangen op 17 maart 2026;
  • de reactie van de moeder op (een oudere versie van) het evaluatie & vervolgplan van de GI, ontvangen op 17 maart 2026;
  • verschillende e-mailberichten, ontvangen op 17 maart 2026;
  • de reactie van de vader op het evaluatie & vervolgplan van de GI, ontvangen op 26 maart 2026;
  • de reactie van de moeder op het evaluatie & vervolgplan van de GI, ontvangen op 26 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader;
  • [A] en [B] , vertegenwoordigers van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige (voornaam)] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige (voornaam)] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige (voornaam)] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
Aan het einde van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van de beslissing.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige (voornaam)] .
2.2.
[minderjarige (voornaam)] woont bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 9 april 2025 [minderjarige (voornaam)] onder toezicht gesteld van de GI tot 9 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het niet eens met het verzoek van de GI en voert hiertegen verweer. De ondertoezichtstelling heeft meer verwijdering gebracht, terwijl contactherstel het doel was. De ondertoezichtstelling is daarmee op geen enkele wijze succesvol geweest. De moeder heeft geen vertrouwen in de jeugdbeschermer en in Spoor 030. Volgens de moeder moet de ondertoezichtstelling worden beëindigd, althans niet worden verlengd.
4.2.
De vader is het eens met het verzoek van de GI. Volgens de vader is het goed als de GI betrokken blijft, om te werken aan contactherstel, en ook voor het geval dat contactherstel tussen [minderjarige (voornaam)] en zijn moeder niet tot stand komt. In dat geval is wellicht extra hulp nodig voor [minderjarige (voornaam)] om te leren omgaan met die situatie.

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] voor de duur van een jaar, tot 9 april 2027. Hierna legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissing neemt.
De verlenging van de ondertoezichtstelling
5.2.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW).
5.3.
Er bestaan nog steeds zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling en identiteitsontwikkeling van [minderjarige (voornaam)] . [minderjarige (voornaam)] heeft al geruime tijd geen contact meer met zijn moeder. In het afgelopen jaar is het niet gelukt om dit contact te herstellen. De GI heeft een aanmelding gedaan bij Spoor 030 om via specialistische jeugdhulpverlening te werken aan contactherstel, maar door vertraging in de aanmelding en een wachtlijst is deze hulpverlening (nog) niet gestart. Eerdere pogingen tot contactherstel zijn niet tot stand gekomen, onder andere vanwege medische beperkingen bij de moeder en onenigheid over de voorwaarde van de moeder over aanwezigheid van haar vertrouwenspersoon bij een gesprek met [minderjarige (voornaam)] . De GI is van mening dat gezien de complexe dynamiek het noodzakelijk is dat een onafhankelijke, specialistische hulpverlener dit traject begeleidt. Daarnaast ervaart [minderjarige (voornaam)] klachten als gevolg van de huidige situatie, waardoor er door de GI een aanvullende aanmelding is gedaan bij Pretty Human.
5.4.
De kinderrechter kan de GI volgen, dat het nu nog te vroeg is om de handdoek in de ring te gooien. Het is triest dat de hulpverlening vanwege een wachtlijst niet van de grond is gekomen. Kinderen staan niet stil in hun ontwikkeling, en [minderjarige (voornaam)] heeft zich intussen verder ontwikkeld. [minderjarige (voornaam)] wilde lange tijd wel graag weer contact met zijn moeder, maar nu heeft hij bij de kinderrechter aangegeven geen behoefte (meer) te hebben aan contactherstel en hulp van Spoor 030 om daaraan te werken. Hij heeft er geen vertrouwen meer in dat zijn moeder in staat zal zijn tot contactherstel op een manier die voor hem prettig is. Hij is te vaak door haar teleurgesteld en heeft het gevoel dat de wensen en behoeftes van de moeder centraal staan, en niet die van hem. [minderjarige (voornaam)] wil wel verder met Pretty Human.
5.5.
De kinderrechter begrijpt [minderjarige (voornaam)] . En toch is zij van oordeel dat nog wel gekeken moet worden naar wat Spoor 030 te bieden heeft, nu het traject daar eindelijk van start kan gaan. Een complete contactbreuk met de moeder is ingrijpend, en [minderjarige (voornaam)] kan de implicaties op de korte en lange termijn daarvan nog niet goed overzien. Daarom volgt de kinderrechter zijn wens niet om het contactherstel nu helemaal af te schrijven. Tegelijkertijd is van belang dat er aandacht is en blijft voor de wensen en behoeften van [minderjarige (voornaam)] . Het tempo van [minderjarige (voornaam)] en belangrijker nog, zijn draagkracht, moet leidend zijn. [minderjarige (voornaam)] heeft duidelijk aangegeven dat hij er behoefte aan heeft dat alles een beetje ‘normaal’ wordt en met alles wat er de afgelopen jaren in zijn leven is gebeurd is dat goed te begrijpen. [minderjarige (voornaam)] is méér dan de complexe verhouding met zijn moeder, en mag ook een ‘gewone jongen van 15’ zijn. Het is aan de GI om steeds te wegen in hoeverre doorgaan op het ingeslagen pad van contactherstel nog recht doet aan het belang van [minderjarige (voornaam)] . Wanneer gaandeweg blijkt dat er geen mogelijkheden zijn tot contactherstel, dan vindt de kinderrechter het van belang dat [minderjarige (voornaam)] – en het systeem rondom [minderjarige (voornaam)] – wordt ondersteund in het dragen van die situatie. Ook daarin kan de GI regie nemen.
5.6.
De kinderrechter heeft niet de verwachting dat de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige (voornaam)] op dit moment in het vrijwillige kader kan worden weggenomen. Gelet op het voorgaande is een voortzetting van de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. Het is van belang dat er een jeugdbeschermer betrokken blijft om de regie te voeren, de juiste hulpverlening in te zetten en de ontwikkelingen te blijven monitoren. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] met een jaar omdat er sprake is van een complexe situatie en zij verwacht dat deze periode nodig is om te werken aan hetgeen hierboven is genoemd.
5.7.
[minderjarige (voornaam)] en zijn moeder hebben op [minderjarige (voornaam)] verzoek na de zitting een fysieke ontmoeting gehad. [minderjarige (voornaam)] wilde haar graag een brief voorlezen. Die wens bereikte de kinderrechter op de dag van de zitting. Zij vindt het dapper van [minderjarige (voornaam)] dat hij die stap heeft durven zetten. En zij vindt het te prijzen dat de moeder daaraan gehoor heeft willen en kunnen geven, juist omdat zij wist dat de bedoeling van [minderjarige (voornaam)] niet was om een opening te bieden voor verder contact.
Kindbrief
5.8.
Tegelijk met de beschikking stuurt de kinderrechter een brief aan [minderjarige (voornaam)] . Daarin is het volgende opgenomen:
“Beste [minderjarige (voornaam)] ,
Wat een beladen en bewogen dag was het, toen we elkaar spraken bij de rechtbank. Ik vind het belangrijk om zelf nog aan jou uit te leggen waarom ik de ondertoezichtstelling met een jaar heb verlengd, en wat dat voor jou betekent.
Tijdens de zitting hebben we het erover gehad dat de hulp bij Spoor 030 in het afgelopen jaar niet van de grond is gekomen. Jij hebt aan die hulp inmiddels ook geen behoefte meer. Eerst wilde je nog wel graag kijken of contact met je moeder weer mogelijk was, maar na allemaal teleurstellingen ben je er nu wel klaar mee. Ergens begrijp ik dat ook wel. Vooral dat je vertelde dat je graag wil dat de dingen nu allemaal een beetje gewoon worden begrijp ik heel goed. Je hebt de afgelopen jaren al veel meegemaakt. Toch snap ik [A (voornaam)] ook, die het nog wel belangrijk vindt om te kijken wat Spoor 030 nog kan brengen. Misschien dat je door de hulp van hen toch anders gaat denken over dat contactherstel. Dat zeg ik niet om je te pushen, maar omdat ik het voor jou ook heel ingrijpend vind als je helemaal geen contact meer met je moeder hebt. Om dat nu maar helemaal zo te laten zonder de hulp nog een kans te geven, vind ik voor jou niet goed.
Tegelijkertijd vind ik het heel belangrijk dat jij echt centraal staat, en dat jouw wensen en behoeftes leidend zijn. Hoe ingrijpend contactverlies ook is, ik vind het voor jou niet goed als er koste wat het kost gewerkt wordt aan contactherstel. Want jij bent méér dan je relatie met je moeder. Je bent ook gewoon [minderjarige (voornaam)] van 15, met leuke hobby’s, vrienden en andere dingen in je leven. Ik vind dat je het verdient dat daar ook voldoende ruimte en energie voor is. Dat heb ik tijdens de zitting ook tegen [A (voornaam)] gezegd. Dat betekent dat zij met jou via Spoor 030 gaat verkennen wat jij nodig hebt, om misschien toch weer contact met je moeder te hebben. Maar daarbij zal iedereen dus steeds goed in de gaten moeten blijven houden of de balans nog goed is, en of het jou niet teveel kost. En als de conclusie op enig moment toch is dat contactherstel geen optie is, dan kan [A (voornaam)] kijken hoe jij ondersteund kan worden om met dat gegeven verder te gaan. Ook dan vind ik een ondertoezichtstelling nog nodig. Daarom heb ik hem dus met een jaar verlengd.
Ik hoop dat het voor jou een beetje duidelijk is waarom ik deze beslissing heb genomen.
[minderjarige (voornaam)] , ik vond het ongelofelijk dapper dat je voor jezelf bent opgekomen en je wens om je moeder te spreken na de zitting hebt geuit. Ik hoop dat het gesprek jou iets heeft gebracht, zoals je hoopte.
Ik wens je alle goeds, veel succes op [school] en veel plezier met boksen!”
Uitvoerbaar bij voorraad
5.9.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] tot 9 april 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.R.R. de Jong als griffier, en op schrift gesteld op 21 april 2026. Vanwege verhindering van mr. T. Dopheide is deze beslissing ondertekend door mr. F.C. Burgers, (kinder)rechter.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.