ECLI:NL:RBMNE:2026:2044
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning op €430.000 na beroep tegen te hoge waardering
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, oorspronkelijk vastgesteld op €450.000 voor het belastingjaar 2023 met waardepeildatum 1 januari 2022. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in het bezwaar, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland.
Tijdens de zitting gaf de heffingsambtenaar aan de waarde te willen verlagen naar €430.000. De rechtbank beoordeelde de taxatiematrix en toelichting van de heffingsambtenaar, waarin vergelijkbare woningen werden aangevoerd en rekening werd gehouden met onderhoudstoestand en voorzieningenniveau. Eiser stelde dat de woning slechter was dan door de heffingsambtenaar werd aangenomen en dat vergelijkbare gerenoveerde woningen een lagere waarde hadden.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €430.000 niet te hoog was. De waarde werd daarom op dat bedrag vastgesteld. Het beroep werd gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd en de aanslag dienovereenkomstig verminderd.
Verder werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en reiskosten, maar niet tot vergoeding van de door eiser gevraagde verletkosten, omdat geen gemiste inkomsten waren aangetoond.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €430.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd.