[onderbewindgestelde] vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de nalatenschap van erflaatster bestaat uit de bestanddelen zoals weergegeven onder randnummer 8 van de dagvaarding, met uitzondering van de lening van €8.500,-- van de heer [A] , voor recht verklaart dat voornoemde lening geen schuld van de nalatenschap is en voor recht verklaart dat de vordering van de nalatenschap op [gedaagde sub 1] , dan wel op [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] € 24.100,-- bedraagt,
II. de (wijze van) verdeling van de nalatenschap van erflaatster als volgt vaststelt:
a. primair: alle activa toe te delen aan [gedaagde sub 1] , dan wel tevens aan [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] , onder de verplichting alle schulden van de nalatenschap als eigen schuld te voldoen, onder vrijwaring van [onderbewindgestelde] , en [gedaagde sub 1] dan wel tevens [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hoofdelijk des dat de een betaalt de ander zal zijn gekweten wegens overbedeling eveneens te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 8.717,18 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum overlijden, dan wel vanaf 2 juli 2025, dan wel vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der volledige betaling aan [onderbewindgestelde] binnen twee weken na de datum van het ten dezen te wijzen vonnis, dan wel na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis, dan wel een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie juist oordeelt, een en ander onder opheffing van voornoemde ervenrekening binnen twee weken na de datum van het ten dezen te wijzen vonnis, dan wel na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis, bij gebreke waarvan het ten dezen te wijzen vonnis in de plaats treedt van de vereiste handtekeningen van gedaagden of van een van hen terzake de opheffing van de ervenrekening en alle daartoe vereiste handelingen;
b. subsidiair: [gedaagde sub 1] , dan wel tevens [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hoofdelijk des dat de een betaalt de ander zal zijn gekweten te veroordelen tot overboeking c.q. betaling van een bedrag van € 24.100,= binnen twee weken na de datum van het ten dezen te wijzen vonnis, dan wel na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis aan de nalatenschap middels storting op de erven ING bankrekeningnummer [rekeningnummer] en vervolgens alle medewerking te verlenen aan de uitbetaling van het aan [onderbewindgestelde] toekomende bedrag van € 8.717,18 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum overlijden, dan wel vanaf 2 juli 2025, dan wel vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der volledige betaling, dan wel aan het door uw rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, middels overboeking van dit bedrag van de ervenrekening naar een door [onderbewindgestelde] aan te geven bankrekening, onder opheffing van voornoemde ervenrekening; dit alles binnen twee weken na de datum van het ten dezen te wijzen vonnis, dan wel na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,= per dag dan wel deel van de dag dat [gedaagde sub 1] , dan wel tevens [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] in gebreke blijven geheel dan wel gedeeltelijk in gebreke blijven hieraan te voldoen, dan wel subsidiair bij gebreke waarvan het ten dezen te wijzen vonnis in de plaats treedt van de vereiste handtekeningen van gedaagden of van een van hen terzake voornoemde betaling aan [onderbewindgestelde] , de opheffing van de ervenrekening en alle overige vereiste handelingen;
c. meer subsidiair: De wijze van verdeling c.q. de verdeling van de nalatenschap van erflaatster vast te stellen naar billijkheid in goede justitie door uw Rechtbank te bepalen;
III. Kosten rechtens.