Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.Waar deze zaak over gaat
2.De procedure
3.De beoordeling
4.De beslissing
geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 8 april 2026 en vastgesteld dat het verzoek voldoet aan de wettelijke vereisten. Verzoeker heeft gedurende het minnelijk traject gespaard en voldaan aan zijn inspanningsplicht door fulltime te werken, waardoor een eerdere ingangsdatum van 9 juli 2025 wordt gehanteerd.
De rechtbank heeft echter ook geoordeeld dat de looptijd van de regeling verlengd moet worden tot maximaal drieënhalf jaar op grond van artikel 349a Faillissementswet, vanwege de omvang van de schulden en de omstandigheden waaronder deze onbetaald zijn gelaten. Verzoeker heeft een totale schuldenlast van ruim €6 miljoen, waarvan een groot deel tussen 2012 en 2015 is ontstaan. Hoewel hij te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden, is hij niet te goeder trouw geweest bij het onbetaald laten ervan, mede doordat hij van 2015 tot 2025 in Zwitserland verbleef en schuldeisers slechts beperkt verhaal konden halen.
Daarnaast is tijdens de zitting gebleken dat verzoeker betrokken was bij een oplichtingszaak in Zwitserland, wat zijn niet te goeder trouw zijn versterkt, ondanks dat later een regeling met het slachtoffer is getroffen. Gezien deze omstandigheden stelt de rechtbank de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf de datum van uitspraak. Tevens benoemt de rechtbank een rechter-commissaris en bewindvoerder en bepaalt zij dat alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de Wsnp met ingang van 9 juli 2025 en een looptijd van achttien maanden vanwege omvang schulden en niet te goeder trouw zijn.