Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2089

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/16/607798 / FV RK 26-587
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1940, voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, vermoedelijk een mengbeeld van Alzheimer en vasculaire componenten, wat leidt tot ernstige lichamelijke en psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting op 2 april 2026, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, een verpleegkundige en zijn echtgenote werden gehoord, werd vastgesteld dat opname noodzakelijk is. Hoewel betrokkene de wens uit om naar huis terug te keren, is dit niet haalbaar vanwege zijn zorgbehoefte en het onplanbare gedrag dat niet adequaat thuis kan worden opgevangen.

De rechtbank concludeerde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn. De machtiging wordt daarom verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 2 april 2027.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot opname en verblijf voor twaalf maanden wegens ernstig nadeel door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/607798 / FV RK 26-587
Datum uitspraak: 2 april 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1940 in [geboorteplaats] (Nederlands-Indië),
hierna: betrokkene,
wonend en verblijvende bij [woon- en verblijfplaats] , locatie [locatie] in [plaats]
advocaat: mr. C.T.W. van Dijk.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 2 maart 2026 ontvangen.
1.2.
De mondelinge behandeling stond gepland op 19 maart 2026. Er was geen arts fysiek aanwezig. Vanwege de slechte verbinding was het destijds geen optie om de arts telefonisch te laten aansluiten. De rechtbank heeft besloten om de beslissing op het verzoek aan te houden voor de duur van twee weken.
1.3.
De zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [A] , specialist ouderengeneeskunde;
- [B] , verpleegkundige;
- [C] , echtgenote.

2.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet zorg en dwang. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Er is sprake van cognitieve stoornissen passend bij dementie, waarschijnlijk een mengbeeld van Alzheimer met het component vasculair. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 13 februari 2026.
3.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
3.4.
Hoewel de advocaat pleit voor afwijzing op basis van voldoende vrijwilligheid, oordeelt de rechtbank dat opname en verblijf noodzakelijk blijven. De specialist ouderengeneeskunde heeft ter zitting uitgelegd dat betrokkene graag naar huis wil. Ondanks dat betrokkene ergens beseft dat terugkeren naar huis geen optie is, uit hij consequent, soms geagiteerd, deze wens. Daarnaast is het niet mogelijk om in de thuissituatie te kunnen voldoen aan zijn zorgbehoefte. Met name de onplanbare momenten kunnen door de echtgenote en thuiszorg niet worden ondervangen.
3.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
3.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1940 in [geboorteplaats] (Nederlands-Indië);
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 april 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026 door mr. J.P.M. Schwillens, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.