Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de burgemeester van de gemeente Almere, de burgemeester
Inleiding
Overwegingen
Over het uitblijven van een besluit
“Naar het oordeel van de commissie moet vooropgesteld worden dat de woonwijk ten noorden van het hotel (waar bezwaarden wonen) kan worden gekarakteriseerd als een rustige woonwijk. Er is dus eerder sprake van ontoelaatbare geluidhinder vanwege het gebruik van het terras dan, bijvoorbeeld, in geval van een terras in de binnenstad van Almere Stad. Bij de beoordeling is voorts van belang de aard van het geluid (wisselend stemgeluid, mogelijk dronkemansgelag en muziek uit de hotelbar) en de duur ervan (alleen tijdens het terrasseizoen of jaarrond?). Tenslotte is van belang op welk tijdstip de geluidbelasting plaatsvindt. Zoals besproken ter hoorzitting bestaat vooral bezwaar tegen gebruik van het terras ‘s avonds laat of zelfs in de nacht. Gebruik van het terras overdag zal naar verwachting van de commissie normaliter geen hinder veroorzaken mede gelet op het hogere heersende achtergrondniveau van het geluid overdag waardoor eventueel ‘geroezemoes’ van het terras zal worden gemaskeerd.Naar het oordeel van de commissie bestaat er geen grond om de vergunning voor terras III geheel te weigeren. Wel is de commissie van oordeel dat de vergunning deels moet worden geweigerd, namelijk door beperking van de openingstijden. Uit de diverse bezwaren en zienswijzen komt immers een duidelijk beeld naar voren van geluidhinder in de (late) avonduren en de nachtelijke uren. Dergelijke hinder jaarrond (24/7) in een rustige woonwijk acht de commissie ontoelaatbaar. In zoverre slagen de bezwaren.[…]Gegeven de betrokken belangen geeft de commissie u in overweging om de volgende openingstijden voor terras III vast te stellen:a) Zondag t/m donderdag tot uiterlijk 23.00 uur; enb) Vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 24.00 uur.”
Conclusie en gevolgen
De bijstand door een gemachtigde voor het beroep tegen het bestreden besluit bedraagt € 1.868,- (1 punt voor het aanvullen van het beroepschrift en 1 punt voor de aanwezigheid op de zitting met een waarde per punt van € 934,-, bij een wegingsfactor 1). De totale proceskostenvergoeding bedraagt daarmee € 2.335,-.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 25 februari 2025 gegrond;
- vernietigt het besluit van 25 februari 2025;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiser;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
d. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de openbare inrichting en het terras op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
[…]
[…]