5.3.Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte TBS met voorwaarden op.
Bij het bepalen van deze maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermaals vernielen van de voordeur en ruiten van de woning van [benadeelde 2] en [benadeelde 1] . Ook heeft hij hen bedreigd door met een mes voor de deur te staan, tegen de deur te trappen en een steen tegen de ruit van de woning te gooien. Naast de vernielingen en bedreiging heeft de verdachte zich, kort daarna, schuldig gemaakt aan een poging zware mishandeling van een kennelijk willekeurig gekozen medegedetineerde door hem meermalen met een scherp voorwerp op zijn hoofd te slaan/steken.
Hoewel de rechtbank de verdachte ontoerekeningsvatbaar acht, wil dit niet zeggen dat hij door zijn handelen de slachtoffers geen angst en schrik heeft aangejaagd. Het gedrag van de verdachte is niet anders te omschrijven dan als conflictzoekend, onvoorspelbaar en gewelddadig. Het moet voor zijn slachtoffers buitengewoon beangstigend zijn geweest dat zij, zonder enige voor hen begrijpelijke aanleiding, geconfronteerd werden met – in het geval van het gezin uit Woudenberg – terugkerend geweld of – in het geval van de medegedetineerde – ernstig geweld.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van1 april 2026. Hieruit volgt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Strafkader
In het hiervoor vermelde Pro Justitia-rapportage concludeert de psychiater dat bij de verdachte zonder adequate behandeling een hoog risico bestaat op psychotische symptomen en hiermee ook een hoog risico op geweldsdelicten, nu dit in zeer sterke mate samenhangt met elkaar. De psycholoog concludeert dat er bij de verdachte sprake is van een hoog recidiverisico en dat er weinig beschermende factoren aanwezig zijn.
De psychiater geeft aan dat in de eerste plaats een klinische behandeling noodzakelijk is waarin de verdachte wordt behandeld voor zijn verslaving en de psychotische symptomatologie goed gemonitord en gestabiliseerd wordt. Middels een langdurig klinisch traject zal de verdachte zoveel mogelijk vaardigheden moeten leren om te groeien in zelfstandigheid. Wel zal de verdachte altijd enige mate van ondersteuning nodig hebben vanwege zijn verstandelijke beperking. Daarnaast zal onderzocht kunnen worden wat een passende woonplek voor de verdachte op de lange termijn is zodat een zorgvuldige overgang georganiseerd kan worden vanuit de klinische behandeling. Gezien de motivatie van de verdachte is de verwachting van de psychiater dat het bovengenoemde traject vormgegeven kan worden binnen een TBS-maatregel met voorwaarden. Een klinische behandeling binnen het kader van een zorgmachtiging is overwogen, maar een dergelijke maatregel is doorgaans van tijdelijke aard en veelal gericht op stabilisering bij crisis, terwijl de verdachte juist langdurige ondersteuning nodig heeft. De psychiater adviseert daarom de behandeling en begeleiding vorm te geven middels een TBS-maatregel met voorwaarden.
De psycholoog geeft aan dat de verdachte gebaat is bij een in aanvang sterk gestructureerde omgeving zoals bijvoorbeeld een Forensisch Psychiatrische Afdeling met een beperkt beveiligingsniveau. Nadat binnen een klinische setting een zekere stabiliteit en verantwoordelijkheidszin is bereikt, kan middels een ambulant traject worden toegewerkt naar een daaropvolgende woonsituatie. Volgens de psycholoog dient dit bij voorkeur plaatst te vinden binnen het kader van een TBS-maatregel met voorwaarden.
Tot slot heeft de rechtbank ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 4 maart 2026 van [instelling] . De reclassering adviseert positief over de oplegging van TBS met voorwaarden, gelet op de motivatie van de verdachte en enig ziektebesef en -inzicht. De reclassering vindt een stevig en langdurig forensisch kader noodzakelijk om het recidiverisico positief te kunnen beïnvloeden en gedragsverandering te bewerkstellingen. De reclassering adviseert om als voorwaarden te stellen:
Geen strafbare feiten plegen;
Meewerken aan reclasseringstoezicht;
Meewerken aan time-out;
Niet naar het buitenland;
Opneming in een zorginstelling;
Ambulante behandeling;
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
Verbod verdovende middelen;
Alcoholverbod;
Dagbesteding;
Aflossing schulden;
Beheersing middelengebruik;
onder begeleiding en toezicht van de reclassering en met dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden.
Er is voor de verdachte een indicatie afgegeven voor Verblijfsintensiteit F en Beveiliging Gemiddeld Hoog (FG2). De verdachte is geaccepteerd door [instelling] . Er was, ten tijde van sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, nog geen concrete datum voor opname in de kliniek. Mocht de geïndiceerde kliniek geen plaats hebben op de datum einde detentie, dan zal de Divisie Individuele Zaken zorg dragen voor een overbruggingsplek in een kliniek met hetzelfde beveiligingsniveau.
De reclassering adviseert bij oplegging van een TBS-maatregel met voorwaarden ook een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) op te leggen.
Oplegging van TBS-maatregel met voorwaarden
De rechtbank neemt de conclusies en adviezen van de deskundigen over de noodzaak van het opleggen van een TBS-maatregel met voorwaarden over.
Aan de wettelijke eisen voor de oplegging van een TBS-maatregel wordt voldaan. Ten eerste bestond ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bij de verdachte. Ten tweede is zowel de bedreiging als de (poging tot) zware mishandeling een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Tot slot eist de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de oplegging van de maatregel. Gelet op de inhoud van de hierboven besproken rapporten heeft de verdachte te kampen met zodanige problematiek dat het vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord is om hem onbehandeld in de maatschappij te laten terugkeren. Het risico op recidive wordt door alle deskundigen ingeschat als hoog als passende behandeling en begeleiding ontbreken.
Op zitting zijn de in het reclasseringsadvies opgenomen voorwaarden aan de verdachte voorgehouden en de verdachte heeft zich tot naleving van al die voorwaarden bereid verklaard. Ook heeft de verdachte zich tot naleving van een contactverbod met [benadeelde 2] en [benadeelde 1] en een locatieverbod voor de plaats Woudenberg bereid verklaard, zoals door de officier van justitie gevorderd.
Alles overwegende vindt de rechtbank de oplegging van de TBS-maatregel met voorwaarden passend en noodzakelijk. De rechtbank zal de maatregel met de daarbij in het dictum vermelde voorwaarden opleggen. De rechtbank is van oordeel dat dit de meest passende oplossing is voor de verdachte om voldoende hulp en begeleiding te krijgen. De rechtbank zal vanwege het geconstateerde, hoge recidivegevaar bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Dat betekent dat voor de verdachte de voorwaarden gelden, ook als de zaak nog niet onherroepelijk zou zijn omdat er sprake is van een tegen dit vonnis ingesteld hoger beroep.
In geval van omzetting naar TBS met dwangverpleging
De maatregel wordt opgelegd wegens een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer anderen, zodat de maatregel niet gemaximeerd zal zijn in geval van omzetting in terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
De maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking
Om het recidivegevaar in te perken, kan een maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht worden opgelegd. Deze maatregel houdt in dat de verdachte zich na beëindiging van de TBS aan gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelen dient te houden en zich moet conformeren aan langdurig toezicht door de reclassering, zodat het risico op herhaling wordt geminimaliseerd. Of dergelijke aanvullende maatregelen nodig zijn en, zo ja, welke dat zijn zal bepaald worden tegen het einde van de TBS-maatregel. Gelet op de adviezen van de deskundigen, waaruit naar voren komt dat de verdachte langdurig ondersteuning nodig zal blijven houden, acht de rechtbank oplegging van deze maatregel noodzakelijk om ook na de tenuitvoerlegging van de TBS-maatregel toezicht op de verdachte als mogelijkheid te behouden.
De voorlopige hechtenis
De verdachte bevindt zich op dit moment nog in voorlopige hechtenis. Weliswaar legt de rechtbank geen gevangenisstraf op, maar met de oplegging van de TBS-maatregel is sprake van oplegging van een maatregel die vrijheidsbeneming kan meebrengen. De voorlopige hechtenis loopt daarom door. Wel zal de rechtbank de voorlopige hechtenis schorsen met ingang van het moment dat de verdachte zal worden opgenomen in een kliniek. De rechtbank licht dit hierna toe.
De schorsing houdt verband met de op te leggen dadelijk uitvoerbare TBS met voorwaarden. Zou de verdachte de in dat kader te stellen voorwaarden niet naleven terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, kan de TBS met voorwaarden niet omgezet worden in TBS met dwang. Wel bestaat dan de mogelijkheid om de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen. Op die manier kan de veiligheid van de maatschappij en verdachte zelf worden gewaarborgd. De rechtbank verwijst hiertoe naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729, r.o. 6.5. Aan de schorsing zal de rechtbank dezelfde voorwaarden verbinden als die van de TBS-maatregel. De rechtbank zal, overeenkomstig de vordering van de officier van justitie en zoals geadviseerd door de reclassering, de voorlopige hechtenis van de verdachte schorsen met ingang van het moment waarop de verdachte in de [instelling] of soortgelijke instelling is opgenomen, zodat de klinische opname van de verdachte aansluitend zal plaatsvinden aan zijn detentie. De verdachte is al geaccepteerd door [instelling] . De verdachte heeft zich tot naleving van deze voorwaarden bereid verklaard, ook als dit inhoudt dat hij eerst wordt geplaatst op een overbruggingsplek.
Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak aan te houden. Zij zal overeenkomstig hetgeen hiervoor is overwogen een en ander formuleren in het dictum.