Uitspraak
Orgaworld Nederland B.V. (Orgaworld)te Lelystad, eiseres (UTR 25/5607)
Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. (MOB)te Nijmegen, eiseres (UTR 25/5367)
Inleiding
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
de voorzitter is verhinderd om
Rechtbank Midden-Nederland
Orgaworld exploiteert een composteerinstallatie die organisch afval verwerkt en moet voldoen aan de beste beschikbare technieken (BBT) zoals vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1147. Gedeputeerde staten hebben de milieuvergunning aangescherpt door de maximale geurvracht te beperken tot 84 miljoen ouE/Nm3/uur, gebaseerd op de bovengrens van de BBT-range van 1.000 ouE/Nm3. Zowel Orgaworld als MOB hebben beroep ingesteld tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat gedeputeerde staten ten onrechte de Omgevingswet toepasten terwijl de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing was. Voorts is vergunningvoorschrift 3.1.1 onduidelijk en in strijd met het systeem van de wet omdat het BBT-conclusies in algemene zin van toepassing verklaart zonder vertaling naar concrete grenswaarden. De haalbaarheid van de aangescherpte geurvracht is onvoldoende gemotiveerd; de StAB adviseert dat de norm van 1.000 ouE/Nm3 niet haalbaar is voor Orgaworld, mede gezien de technische inrichting en kosten.
Daarnaast sluit het besluit een overschrijding van de bovengrens van de BBT-range niet uit en ontbreekt een implementatietermijn, waardoor Orgaworld direct aan de strengere eisen zou moeten voldoen. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt het besluit en draagt gedeputeerde staten op een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de gewijzigde Richtlijn industriële emissies die per 1 juli 2026 in werking treedt. Gedeputeerde staten worden veroordeeld in de proceskosten en moeten het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot aanscherping van de geurvracht en draagt gedeputeerde staten op een nieuw besluit te nemen.