Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2127

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
2 mei 2026
Zaaknummer
12071122 \ LE VERZ 26-8 AW/1583
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wghb/czArt. 1 Wghb/czArt. 7:673 lid 9 onder a BWEuropese Richtlijn 2000/78/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen billijke vergoeding na aanzegging einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder chronische ziekte

De zaak betreft een verzoek van een werknemer om een billijke vergoeding na het niet verlengen van zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd door zijn werkgever, Total Cats International BV. De werknemer stelde dat de opzegging onrechtmatig was vanwege een chronische ziekte, een ongeldige reden voor niet-verlenging, een toezegging van een tweede contract en afwijkingen van afspraken met de Arboarts.

De kantonrechter oordeelde dat de werkgever tijdig het einde van de arbeidsovereenkomst had aangezegd en dat het uitgangspunt geldt dat een werkgever een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet hoeft te verlengen, ook niet bij ziekte, tenzij sprake is van een chronische ziekte of handicap. De werknemer had onvoldoende onderbouwd dat zijn aandoening chronisch was, noch dat de werkgever op de hoogte was van een dergelijke aandoening. De bedrijfsarts gaf aan dat herstel binnen weken of maanden te verwachten was.

Verder was er geen bewijs dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet verlengde vanwege een chronische ziekte, noch dat er sprake was van ernstig verwijtbaar handelen. De stelling van de werknemer over een toezegging van een tweede contract en afwijkingen van afspraken met de Arboarts was niet onderbouwd en niet vastgesteld. De kantonrechter wees het verzoek tot billijke vergoeding af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

Uitkomst: Het verzoek om billijke vergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van een chronische ziekte en geen ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever is vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: 12071122 \ LE VERZ 26-8 AW/1583
Beschikking van 21 april 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
TOTAL CATS INTERNATIONAL BV,
gevestigd te Lelystad,
verwerende partij,
hierna te noemen: Total Cats,
gemachtigde: mr. E. Visser.

1.De procedure

1.1
[verzoeker] heeft een verzoek gedaan om onder meer een billijke vergoeding toe te kennen. Total Cats heeft een verweerschrift ingediend.
1.2
Op 7 april 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoeker] is niet verschenen. De kantonrechter constateert dat [verzoeker] zowel per gewone post als per aangetekende post van de zittingsdatum in kennis is gesteld. De griffier heeft telefonisch contact proberen te leggen met [verzoeker] . De eerste keer werd de telefonische oproep weggedrukt en de tweede keer kwam de mededeling dat de persoon die werd geprobeerd te bellen niet bereikbaar was. Total Cats is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde heeft haar standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.

2.Kern van de zaak

2.1
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1991, is sinds 1 april 2025 in dienst bij Total Cats op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De functie van [verzoeker] is [functie] met een loon van € 2.600,00 bruto per maand. Op 27 augustus 2025 heeft Total Cats de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 31 oktober 2025. [verzoeker] is het met de opzegging niet eens. Volgens [verzoeker] had Total Cats een ongeldige reden om zijn contract niet te verlengen; heeft Total Cats toegezegd dat er een tweede contract van zeven maanden zou volgen; heeft Total Cats in strijd gehandeld met gemaakte afspraken met de Arboarts; en is sprake van een ziekte van chronische aard. [verzoeker] verzoekt om toekenning van een billijke vergoeding ter hoogte van zeven maandsalarissen. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat de opzegging rechtsgeldig is.

3.De beoordeling

3.1
Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend.
Chronische ziekte
3.2
Niet in geschil is dat er sprake is van een overeenkomst voor bepaalde tijd en dat Total Cats tijdig het einde van de arbeidsovereenkomst heeft aangezegd. Uitgangspunt is dat het de werkgever vrij staat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na afloop van de overeengekomen duur niet voort te zetten, ook als de werknemer op dat moment ziek is. Dit is alleen anders als de werkgever de arbeidsovereenkomst niet verlengt vanwege een chronische ziekte of handicap van de werknemer.
3.3
Als de werkgever de arbeidsovereenkomst niet verlengt vanwege een chronische ziekte of handicap van de werknemer, handelt de werkgever in beginsel in strijd met artikel 4 jo Pro. artikel 1 van Pro de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wghb/cz). Daarin is een verbod opgenomen om onderscheid te maken bij het aanbieden, aangaan en beëindigen van een arbeidsverhouding, waarbij als (direct) onderscheid wordt aangemerkt de omstandigheid dat een persoon op grond van een handicap of chronische ziekte op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie. Wat een handicap of chronische ziekte is als bedoeld in artikel 4 van Pro de Wghb/cz wordt niet in die wet gedefinieerd. De Wgbh/cz sluit voor de definitie van handicap of chronische ziekte aan bij de Europese Richtlijn 2000/78/EG van 27 november 2000. Het begrip ‘handicap’ en ‘disability’ in deze richtlijn moet volgens rechtspraak van het Hof van Justitie EU (HvJ EU) worden opgevat als een beperking die met name het gevolg is van langdurige lichamelijke, geestelijke of psychische aandoeningen die in wisselwerking met diverse drempels de betrokkene kunnen beletten volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met andere werknemers aan het beroepsleven deel te nemen. Een beperking kan slechts als handicap in de zin van de wet worden opgevat als die beperking een langdurig karakter heeft. Daarvan is sprake als het waarschijnlijk is dat de beperking van lange duur is. Het langdurige karakter van de beperking moet worden onderzocht tegen de achtergrond van de ongeschiktheid als zodanig van de betrokkene op de datum van de vaststelling van de behandeling die beweerdelijk discriminerend is voor die persoon. Er kan dus alleen sprake zijn van een handicap als het op het moment van het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst waarschijnlijk was dat de beperking van [verzoeker] langdurig was (zie: ECLI:NL:GHARL:2024:7912).
3.4
[verzoeker] stelt dat zijn klachten chronisch van aard zijn. [verzoeker] onderbouwd zijn stelling echter in het geheel niet. [verzoeker] geeft überhaupt niet eens aan wat zijn klachten zijn en wat er chronisch is. [verzoeker] volstaat met verwijzing naar zijn medische dossier. In zijn medische dossier heeft de huisarts het volgende genoteerd:
“Sinds: 05-05-2021 Onderwerp: buikpijn eci /thoracle costo-myalgeen? Pijn chronis”. [verzoeker] heeft aan Total Cats niet aangegeven waardoor hij is uitgevallen. Wel heeft Total Cats via de jobcoach van [verzoeker] vernomen dat [verzoeker] met borstklachten kampt. Ook verzoekt [verzoeker] op 24 juni 2025 aan de huisarts om hem te verwijzen voor een verdoving voor zijn bovenbuik schouder/nek en rond zijn schouderblad en niet alleen zijn bovenbuik. Dat is wat anders dan de hiervoor door de huisarts aangehaalde buikpijn. Nu [verzoeker] heeft nagelaten om zijn stelling deugdelijk te onderbouwen kan er niet vanuit worden gegaan dat er sprake is van een aandoening die chronisch van aard is in de zin van artikel 4 van Pro de Wghb/cz.
3.5
Maar ook als er wel vanuit moet worden gegaan dat sprake is van een chronische aandoening, kan [verzoeker] dit niet baten. Total Cats betwist dat zij op de hoogte was van een chronische aandoening. Total Cats heeft onhandig gehandeld door in de aanzeggingsbrief van 27 augustus 2025 aan te geven dat zij in verband met de onzekerheid van herstel geen contractverlenging aan kan bieden. Total Cats is dan niet meer verzekerd voor [verzoeker] . Total Cats heeft echter voldoende uiteengezet dat dit is geweest om [verzoeker] geen “trap na” te geven. In haar brief aan de jobcoach op 19 augustus 2025 heeft zij kenbaar gemaakt dat de reden van het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst is gelegen in de communicatiewijze van [verzoeker] . Nergens blijkt uit dat Total Cats moest begrijpen dat er sprake was van een chronische aandoening en Total Cats dit heeft gebruikt om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] niet te verlengen. Verder blijkt ook nergens uit dat de ziekte van [verzoeker] langdurig is. De bedrijfsarts gaf op 18 augustus 2025 aan dat herstel binnen weken dan wel maanden te verwachten is en [verzoeker] zelf laat op 8 september 2025 aan Total Cats weten dat hij een afspraak in het ziekenhuis heeft voor een verdoving en dat het daarna binnen vier weken wel beter zal gaan. Ook het plan van aanpak ziet op herstel, zij het dat volledig herstel binnen de contractperiode niet waarschijnlijk is.
3.6
Dit alles betekent dat de aanzegging van 27 augustus 2025 niet in strijd met artikel 4 van Pro de Wghb/cz heeft plaatsgevonden.
Ongeldige reden voor het niet verlengen
3.7
[verzoeker] stelt verder dat Total Cats een ongeldige reden heeft gegeven op grond waarvan zij de arbeidsovereenkomst niet heeft verlengd. [verzoeker] onderbouwt zijn stelling echter niet. Voor het geval [verzoeker] bedoelt dat Total Cats bij brief van 27 augustus 2025 heeft aangegeven dat zij vanwege onzekerheid ten aanzien van zijn herstel en omdat zij dan niet meer voor [verzoeker] verzekerd is, geen contractverlenging kan aanbieden, maar eigenlijk de overeenkomst niet verlengd vanwege de wijze van communicatie met [verzoeker] , geldt dat zoals hiervoor al is opgemerkt, Total Cats voldoende uiteen heeft gezet waarom zij dit heeft gedaan. Een werkgever hoeft geen reden te geven voor het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst. Het niet geven van de volledige reden (kennelijk om [verzoeker] te ontzien), maakt dan ook niet dat Total Cats ernstig verwijtbaar handelt.
Afwijken van de afspraken met de Arboarts en toezegging tweede contract
3.8
Wat [verzoeker] bedoelt met afwijkende afspraken met de Arboarts is niet duidelijk en wordt door Total Cats betwist. Total Cats betwist verder dat zij een toezegging voor en tweede contract heeft gedaan. Cats licht dit op geen enkele wijze toe. Dit is dan ook niet vast komen te staan.
Conclusie
3.9
Een verboden onderscheid op basis van de Wghb/cz is niet komen vast te staan. Verder wordt de hoge drempel van ernstig verwijtbaat handelen zoals bedoeld in artikel 7:673 lid 9 onder Pro a BW niet gehaald. Het verwijt dat [verzoeker] Total Cats maakt ten aanzien van een ongeldige of onjuiste reden voor het niet verlengen levert geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten op. De andere twee redenen, zoals hierboven beschreven, zijn niet vast komen te staan. Het verzoek van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding ter grootte van zeven maandsalarissen wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
3.1
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft en omdat Total Cats hier ook om heeft verzocht.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst het verzoek af,
4.2
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.