In deze zaak vordert eiser betaling van openstaande en toekomstige leasetermijnen en afgifte van een leaseauto van gedaagde. Gedaagde voert aan dat betalingsproblemen zijn ontstaan door niet-betaalde facturen van een opdrachtgever, wat volgens hem gevolgen heeft voor zijn bedrijfsvoering.
De kantonrechter oordeelt dat betalingsonmacht geen verweer is omdat dit in de risicosfeer van gedaagde ligt. Eiser heeft gedaagde eerder een betalingsregeling geboden die niet is nagekomen. De gevorderde hoofdsom van € 11.120,50 wordt toegewezen, met aftrek van eventuele verkoopopbrengst van de auto.
Verder wordt gedaagde veroordeeld tot afgifte van de auto binnen twee dagen na betekening van het vonnis, onder verbeurte van een dwangsom. De contractuele rente van 18% per jaar wordt toegewezen over de achterstallige leasetermijnen tot ontbinding, en de wettelijke rente over de toekomstige termijnen na ontbinding. Buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd toegewezen tot € 886,21. Gedaagde moet ook de proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.