ECLI:NL:RBMNE:2026:2140

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
3 mei 2026
Zaaknummer
11824790 \ MC EXPL 25-4387
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 lid 1 BWArt. 7:17 lid 2 BWArt. 7:18a lid 2 BWArt. 7:21 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenkoop tweedehands auto: non-conformiteit zonder ontbinding of vernietiging

Eiser kocht een tweedehands Fiat 500 uit 2013 met 118.000 km van gedaagden. Kort na levering traden accuproblemen op, waarna de accu werd vervangen. Later brak de deurgreep af en waren er diverse andere mankementen. Eiser ontbond de koopovereenkomst buitengerechtelijk en vorderde terugbetaling van de koopsom en schadevergoeding.

De kantonrechter stelde vast dat de auto non-conform was vanwege de gebreken aan de accu en de deurgreep, die vermoedelijk al bij aflevering bestonden. Andere gebreken, zoals een inaccurate TomTom, schimmel en geluiden, werden niet als gebrek erkend. De ontbinding werd afgewezen omdat de gebreken bij de ontbindingsverklaring al waren hersteld.

Het beroep op dwaling faalde omdat eiser onvoldoende had onderbouwd dat gedaagden bekend waren met het schadeverleden of het terugdraaien van de kilometerstand. De vordering tot herstel werd afgewezen omdat de accu en deurgreep al door een derde waren hersteld. Gedaagden werden veroordeeld tot vergoeding van de kosten voor accu en deurgreep, inclusief wettelijke rente en incassokosten. Proceskosten werden gecompenseerd.

Uitkomst: De koopovereenkomst werd niet ontbonden of vernietigd; gedaagden moeten herstelkosten voor accu en deurgreep vergoeden met rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11824790 \ MC EXPL 25-4387
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S. Yadegari,
toevoegingsnummer: 4Q12078,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

kantoorhoudende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,
3.
[gedaagde sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,
hierna samen te noemen (in mannelijk enkelvoud): [gedaagden c.s] ,
gemachtigde: mr. A. Robustella.

1.De procedure

1.1
[eiser] heeft op 30 juli 2025 [gedaagden c.s] gedagvaard om voor de kantonrechter te verschijnen. Daarbij heeft [eiser] dertien producties meegestuurd. [gedaagden c.s] heeft op de dagvaarding geantwoord. Daarbij heeft [gedaagden c.s] vier producties overgelegd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. Voorafgaand de mondelinge behandeling heeft [eiser] nog een aanvullende akte met producties 14 tot en met 17 ingediend.
1.2
De zaak is op 19 maart 2026 bij de kantonrechter besproken. [eiser] was verschenen. [eiser] werd bijgestaan door mr. Yadegari. Namens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] was de heer [gedaagde sub 2] verschenen. Hij werd bijgestaan door mr. Robustella. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken.
1.3
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag schriftelijk uitspraak wordt gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiser] heeft een tweedehands auto, een Fiat 500 type S met kenteken [kenteken] (hierna: de auto), van [gedaagden c.s] gekocht. Het bouwjaar van de auto was 2013 en de kilometerstand was 118.000. [eiser] heeft voor de auto een bedrag van € 7.640,00 betaald. Deze auto is op 12 november 2023 aan [eiser] geleverd. In januari 2024 is de auto op de weg stil komen te vallen. De accu bleek kapot te zijn. [eiser] heeft die accu laten vervangen. Na vervanging van de accu reed de auto weer. Daarna kwamen er weer nieuwe gebreken aan het licht. [eiser] heeft [gedaagden c.s] nog in de gelegenheid gesteld om (een deel van) die mankementen te herstellen. Dat heeft [gedaagden c.s] niet gedaan. [eiser] heeft daarom de koopovereenkomst op 28 februari 2025 buitengerechtelijk ontbonden en [gedaagden c.s] verzocht de koopprijs terug te betalen. [gedaagden c.s] heeft de koopprijs niet aan [eiser] terugbetaald. In december 2025 is de auto nog vijf keer stil komen te vallen.
2.2
[eiser] vordert primair een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden en terugbetaling van de koopsom. Subsidiair vordert [eiser] ontbinding en/of vernietiging van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopsom. Meer subsidiair kosteloos herstel van de gebreken. Verder vordert [eiser] nog transportkosten, een schadevergoeding (waaronder reparatiekosten, de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie), vrijwaring van de auto en dwangsommen. Dit alles met rente en kosten. [gedaagden c.s] betwist dat de auto non-conform was ten tijde van de aflevering van de auto. De vraag die in deze zaak beantwoord moet worden is of er sprake is van non-conformiteit dan wel dwaling op grond waarvan [gedaagden c.s] de auto terug moet nemen en de koopprijs, met de nevenvorderingen, aan [eiser] terug moet betalen.
2.3
De kantonrechter wijst grotendeels de vorderingen van [eiser] af. De kantonrechter oordeelt dat er wel sprake is van non-conformiteit, maar dit leidt niet tot (buitengerechtelijke) ontbinding van de koopovereenkomst. Dit, omdat de gebreken die geleid hebben tot de non-conformiteit ten tijde van de ontbindingsverklaring al waren verholpen. Het beroep op dwaling slaagt niet. Wel moet [gedaagden c.s] de kosten voor de accu en de deurgreep aan [eiser] , met rente en kosten, betalen. De proceskosten worden gecompenseerd.

3.De beoordeling

Er is sprake van een consumentenkoop
3.1
De kantonrechter stelt voorop dat het in deze zaak gaat om een consumentenkoop. [1] De koop van een roerende zaak die is gesloten door [gedaagden c.s] als verkoper die handelt in het kader van een handelsactiviteit, en [eiser] als koper, een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een dergelijke activiteit. Dat betekent dat de consumentenbeschermende bepalingen van de titel ‘Koop en ruil’ van toepassing zijn. [2]
Het wettelijke kader: schadevergoeding en ontbinding vanwege non-conformiteit.
3.2
Over de non-conformiteit, schadevergoeding en ontbinding zijn regels opgenomen in artikel 7:17 en Pro volgende van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Van schadevergoeding en ontbinding kan alleen sprake zijn als de auto een gebrek heeft waardoor de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conform is). Voor non-conformiteit is allereerst vereist dat de auto door het gebrek niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [3] Wat de koper mocht verwachten, hangt onder andere af van de aard van de auto en de mededingen die de verkoper over de auto heeft gedaan. In zijn algemeenheid mag een koper in ieder geval verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. Als de koper een (tweedehands) auto koopt en de verkoper weet dat de koper de auto koopt om hiermee aan het verkeer deel te nemen, dan is de auto in principe non-conform als deelnemen aan het verkeer met de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren door een gebrek dat niet eenvoudig kan worden hersteld. Daarnaast is voor non-conformiteit vereist dat het gebrek al aanwezig was op het moment van aflevering. [4] Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat een gebrek bij aflevering bestond als dit gebrek zich binnen één jaar na de aflevering heeft geopenbaard. [5]
3.3
Als sprake is van non-conformiteit betekent dat nog niet automatisch dat de koper recht heeft op schadevergoeding of op (buitengerechtelijke) ontbinding van de koopovereenkomst. Een belangrijk vereiste voor schadevergoeding is dat de koper de verkoper eerst schriftelijk moet hebben aangemaand om de gebreken aan de auto te herstellen en de verkoper niet binnen redelijke tijd na die aanmaning tot herstel is overgegaan. [6] De koper moet de auto ook voor herstel aan de verkoper beschikbaar hebben gesteld. [7] Van ontbinding kan pas sprake zijn als herstel onmogelijk is, niet van de verkoper gevraagd kan worden of de verkoper hier niet aan meewerkt. [8] Verder geldt als vereiste voor ontbinding dat het gebrek ernstig genoeg moet zijn om een ontbinding en de gevolgen daarvan te rechtvaardigen. [9]
De gestelde mankementen aan de auto
3.4
[eiser] stelt dat de auto de volgende mankementen heeft:
( i) een kapotte accu,
(ii) afgebroken deurgreep,
(iii) een inaccurate TomTom,
(iv) de houder van de Tomtom,
( v) schimmel op de achterbank,
(vi) tik geluid bij rechtuit rijden,
(vii) geluid airco,
(viii) het niet goed functioneren van de Blue & Me Module.
3.5
Deze gestelde mankementen zullen hierna afzonderlijk aan de orde komen.
(i) De accu
3.6
[eiser] stelt dat snel na de aankoop op 10 en 18 januari 2024 de auto is stil gevallen vanwege accuproblemen. Zij heeft de accu toen noodgedwongen moeten vervangen. De kantonrechter is van oordeel dat dit gestelde mankement een gebrek is.
3.7
Tussen partijen staat niet ter discussie dat twee maanden na de levering van de auto er sprake was van problemen met de accu. De accu is uitgevallen waardoor [eiser] op de weg stil is komen te staan en niet meer verder kon rijden. De auto had toen dus een gebrek. Dit gebrek heeft zich twee maanden na de levering voorgedaan. Om die reden wordt vermoed dat de auto bij levering al niet aan de overeenkomst voldeed. [gedaagden c.s] heeft als reactie hierop enkel gesteld – zonder enige onderbouwing – dat de noodzaak tot het vervangen van de accu met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid voort vloeit uit de leeftijd en het gebruik van de motorvoertuig. Dat is onvoldoende om aan te nemen dat de problemen aan de accu niet aanwezig waren bij de aflevering van de auto.
(ii) De deurgreep
3.8
[eiser] stelt dat op 21 maart 2024 de linker deurgreep aan de bestuurderskant spontaan is afgebroken, waardoor de deur vanaf de buitenkant niet meer te openen was. De kantonrechter is van oordeel dat dit gestelde mankement een gebrek is.
3.9
Tussen partijen staat niet ter discussie dat ruim vier maanden na levering van de auto de linker deurgreep aan de bestuurderskant is afgebroken en dat [eiser] de deurgreep van buiten niet meer kon gebruiken. Het gebrek heeft zich voorgedaan binnen vier maanden, dus wordt vermoed dat het gebrek bij de aflevering van de auto al bestond. Ook hier heeft te gelden dat het aan [gedaagden c.s] is om te stellen en te onderbouwen dat het gebrek niet bestond bij de aflevering van de auto en pas later is ontstaan. Dat heeft [gedaagden c.s] niet gedaan. [gedaagden c.s] baseert zijn verweer op vermoedens dat het afbreken van de deurgreep voortvloeit uit de leeftijd en gebruik van de auto, maar [gedaagden c.s] laat na concrete feiten en omstandigheden naar voren te brengen waaruit dit zou blijken. De kantonrechter is van oordeel dat het niet kunnen openen van de deur aan de bestuurderskant het normaal gebruik van de auto in de weg staat. Immers, het normaal instappen in de auto is daardoor niet meer mogelijk, wat toch essentieel is als men de auto wil besturen. Er is dus naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een gebrek.
(iii) De inaccurate TomTom
3.1
[eiser] stelt dat de TomTom inaccuraat zou zijn en dus sprake is van een gebrek. De kantonrechter is van oordeel dat dit gestelde mankement geen gebrek is.
3.11
[eiser] heeft niet onderbouwd en toegelicht waarom een eventuele inaccurate TomTom leidt tot non-conformiteit van de auto. [gedaagden c.s] heeft betwist dat de TomTom inaccuraat zou zijn. Volgens [gedaagden c.s] is algemeen bekend dat bij een TomTom regelmatig een update moet worden uitgevoerd. Als dat niet wordt gedaan dan zal de TomTom niet accuraat zijn. Als nagelaten wordt om een update te installeren, maakt dat niet dat de TomTom een gebrek heeft en dat de auto daardoor non-conform is. [eiser] heeft hierop niet meer gereageerd, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van wat [gedaagden c.s] naar voren heeft gebracht. De kantonrechter is van oordeel dat er dan ook geen sprake is van een gebrek.
(iv) De houder van de TomTom
3.12
[eiser] stelt dat de houder van de TomTom verouderd en/of onbruikbaar zou zijn en dus sprake is van een gebrek. De kantonrechter is van oordeel dat dit gestelde mankement geen gebrek is.
3.13
[eiser] heeft niet toegelicht (met foto’s en/of om filmmateriaal) wat maakt dat de houder van de TomTom verouderd en/of onbruikbaar is. Daarentegen heeft [gedaagden c.s] gemotiveerd betwist dat de houder niet bruikbaar zou zijn. [gedaagden c.s] heeft gesteld dat hij de houder (in het bij zijn van [eiser] ) nog heeft getest. De TomTom functioneerde toen gewoon in de houder. [eiser] heeft dit niet meer weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van wat [gedaagden c.s] naar voren heeft gebracht. Er is dan ook geen sprake van een gebrek.
(v) De schimmel op de achterbank
3.14
[eiser] stelt dat er schimmel op de achterbank was en dat dit een gebrek is. Ook hier is de kantonrechter van oordeel dat dit gestelde mankement geen gebrek is.
3.15
[eiser] heeft nagelaten haar standpunt op dit punt nader te onderbouwen en toe te lichten. Onduidelijk is, omdat de toelichting daarop ontbreekt, hoe de eventuele aanwezigheid van schimmel op de achterbank een gebrek is en er toe leidt dat de auto hierdoor non-conform is en/of dat de aanwezigheid van schimmel het normaal gebruik van de auto in de weg staat. Dat er sprake is van een gebrek is dan ook naar het oordeel van de kantonrechter niet komen vast te staan.
(vi) Een tik geluid bij rechtuit rijden en (vii) geluid airco
3.16
[eiser] stelt dat er een tik geluid bij het rechtuit rijden is en geluid bij de airco is en dat dit gebreken zijn. Zij heeft daarbij verwezen naar haar productie 5. De kantonrechter is van oordeel dat zij op dit moment niet kan vaststellen dat deze gestelde mankementen gebreken zijn.
3.17
Weliswaar heeft [eiser] ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar het ‘rapport’ van [bedrijf 1] in productie 5 bij dagvaarding, maar dat is onvoldoende. Uit dat ‘rapport’ volgt niet dat er sprake is van een gebrek en/of dat de eventuele mankementen het normaal gebruik van de auto in de weg staan. Er moest namelijk nog een nadere diagnose volgen om het een en ander vast te stellen, maar dat is kennelijk (nog) niet gebeurd. De kantonrechter kan op basis wat [eiser] naar voren heeft gebracht niet vaststellen dat de gestelde mankementen ten aanzien van het tikgeluid bij rechtuit rijden en geluid airco gebreken zijn. Onduidelijk is of en zo ja, hoe de geluiden een normaal gebruik van de auto in de weg staan.
(vii) Defect aan de Blue & Me Module
3.18
[eiser] heeft aanvullend aangevoerd dat er sprake is van een defect aan de Blue & Me Module en dat dit een gebrek is. De kantonrechter is van oordeel dat zij niet kan vaststellen dat dit gestelde mankement er al was ten tijde van de aflevering van de auto.
3.19
[eiser] heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar haar aanvullende producties over de huidige stand van zaken van de auto. Volgens [eiser] heeft zij sinds december 2025 vijf keer startproblemen ondervonden. De pechhulp constateerde eerst een lege accu. Op 21 januari 2026 is de accu vervangen door een zwaardere accu, echter de problemen met de accu bleven zich voordoen. Hierop is [eiser] naar garage [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) gegaan. [bedrijf 2] constateerde dat de Blue & Me Module de accu leeg trok door een lekstroom. [eiser] meent dat het defect aan de Blue & Me Module al ten tijde van de aflevering van de auto moet hebben bestaan en dat dit ook de oorzaak is geweest, waardoor zij in januari 2024 de accuproblemen kreeg. De kantonrechter volgt [eiser] daar niet in. Weliswaar heeft [eiser] een verklaring van [bedrijf 2] in het geding gebracht, maar die verklaring biedt geen steun aan haar standpunt. In de verklaring van [bedrijf 2] staat niets over wanneer het defect aan de Blue & Me Module is ontstaan en dat dit ook de oorzaak is van de accuproblemen in januari 2024. Bovendien heeft [eiser] tijdens de zitting verklaard dat zij na de vervanging van de accu in januari 2024 tot en met december 2025 gewoon met de auto heeft kunnen rijden. Dat [eiser] als consument volgens de Europese jurisprudentie niet in detail het gebrek hoeft aan te tonen is juist, maar in dit geval – waarin [eiser] stelt dat er sprake is van een gebrek aan de Blue & Me Module en dat dat gebrek er al was ten tijde van het sluiten van de koop/aflevering van de auto – moet [eiser] wel met enige onderbouwing komen. [eiser] heeft enkel gesteld dat de lekstroom aan de Blue & Me Module zo ernstig is dat die losgekoppeld moest worden anders zou de auto stil vallen door de lege accu. Echter, die stelling is moeilijk te rijmen met het feit dat de auto nadat er in januari 2024 een nieuwe accu was ingezet het wel bijna twee jaar heeft volgehouden en normaal bruikbaar was. Er is daarom onvoldoende naar voren gebracht waaruit blijkt dat ten tijde van het sluiten van de koop/aflevering van de auto er al een gebrek aan de Blue & Me Module was. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet vast komen te staan dat het mankement aan de Blue & Me Module er al was ten tijde van de aflevering van de auto bestond.
Conclusie
3.2
Het bovenstaande leidt er toe dat de auto non-conform ten tijde van de levering aan [eiser] was door de gebreken aan de accu en de deurgeep.
[eiser] mocht de koopovereenkomst ondanks de non-conformiteit niet buitengerechtelijk ontbinden
3.21
Weliswaar is er sprake van non-conformiteit van de auto, maar [eiser] mocht de koopovereenkomst op 28 februari 2025 niet buitengerechtelijk ontbinden.
3.22
Niet gesteld of is gebleken dat ten tijde van de ontbindingsverklaring op 28 februari 2025 de auto nog steeds niet de eigenschappen bezat die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De gebreken aan de accu en de deurgreep waren namelijk respectievelijk op 18 januari 2024 en op 3 juli 2024 al hersteld. Het moet er dan voor worden gehouden dat de auto die eigenschappen op dat moment weer wel bezat, wat, gelet op het bepaalde in artikel 7:22 BW Pro aan ontbinding van de overeenkomst in de weg staat.
De verklaring voor recht dat de koopovereenkomst is ontbonden en de ontbinding van de koopovereenkomst worden afgewezen
3.23
Het voorgaande leidt er toe dat de primair gevorderde verklaring voor recht dat de koopovereenkomst rechtsgeldig op 28 februari 2025 is ontbonden wordt afgewezen. De subsidiair gevorderde ontbinding van de koopovereenkomst wordt om dezelfde reden ook afgewezen.
Het beroep op dwaling slaagt niet
3.24
[eiser] stelt dat de koopovereenkomst vernietigd moet worden op grond van dwaling. [eiser] stelt dat zij niet behoefde te verwachten dat de auto een schadeauto was die door het schadeverleden onveilig is en dat de kilometerstand fors was teruggedraaid. Volgens [eiser] heeft [gedaagden c.s] dit geweten of had dit moeten weten en heeft dit (bewust) verzwegen. Ter onderbouwing hiervan heeft [eiser] verwezen naar producties die zij heeft ingediend. Die producties zouden het schadeverleden van de auto en het fors terugdraaien van de kilometerstand moeten aantonen. Het beroep op dwaling slaagt niet en wel om het volgende.
Het terugdraaien van de kilometerstand
3.25
Ten aanzien van het fors terugdraaien van de kilometerstand overweegt de kantonrechter als volgt. Nog daargelaten dat [gedaagden c.s] gemotiveerd het terugdraaien van de kilometerstand heeft betwist, heeft [eiser] in de dagvaarding en ook bij de mondelinge behandeling geen enkele toelichting op het vermeende terugdraaien van de kilometerstand gegeven. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] daarmee niet voldaan aan haar stelplicht. Het is bovendien ook niet de taak van de kantonrechter om zelf in de producties op zoek te gaan naar iets dat de zeer summiere stelling van [eiser] zou kunnen onderbouwen. Het voorgaande leidt er toe dat niet vast is komen te staan dat de kilometerstand fors is teruggedraaid en dat [eiser] daarover heeft gedwaald.
Het schadeverleden van de auto
3.26
Ten aanzien van het schadeverleden uit 2019 overweegt de kantonrechter als volgt.
[gedaagden c.s] heeft gemotiveerd betwist dat zij op de hoogte was van het schadeverleden. Volgens [gedaagden c.s] heeft [eiser] een aankoopkeuring laten uitvoeren. Bij een dergelijke aankoopkeuring wordt ook het schadeverleden gecheckt. Kennelijk is dat toen ook niet naar voren gekomen. Verder kan de schade uit 2019, gelet op de hoogte van de herstelkosten van € 750,00 tot € 1.000,00, nooit hele grote schade aan de auto zijn geweest. Voor dat bedrag kan slechts een motorkap of een autodeur gespoten worden. Van het verzwijgen over het schadeverleden is dan ook geen sprake, aldus [gedaagden c.s] .
3.27
Gelet op de gemotiveerde betwisting had het op de weg van [eiser] gelegen om haar standpunt dat [gedaagden c.s] bekend was met het schadeverleden van de auto en daarover bewust had gezwegen nader te onderbouwen. Dat heeft [eiser] niet gedaan. Daar komt bij dat niet gesteld en/of is gebleken dat [eiser] naar het schadeverleden heeft gevraagd. Voor zover [eiser] heeft willen betogen dat beide partijen hebben gedwaald over het feit dat de auto een groot schadeverleden had, is niet vast komen te staan dat de auto een dergelijk verleden – fors schadeverleden – had. Immers, uit productie 8 van [eiser] volgt dat er slechts één schademelding is geweest. Daarover heeft [gedaagden c.s] onweersproken gesteld dat het geen grote schade kan zijn geweest gelet op de hoogte van de herstelkosten. Het beroep op dwaling slaagt niet.
De vordering tot herstel wordt afgewezen
3.28
[eiser] stelt dat voor zover er geen sprake is van (buitengerechtelijke) ontbinding en/of vernietiging van de koopovereenkomst [gedaagden c.s] over moet gaan tot herstel van de mankementen. De kantonrechter wijst deze vordering ook af.
3.29
Zoals hiervoor is overwogen zijn de mankementen, op de accu en de deurgreep na, geen gebreken. [gedaagden c.s] is dan ook niet gehouden om tot herstel over te gaan. Wat betreft de accu en de deurgreep heeft [eiser] die al door een derde laten herstellen, zodat herstel niet meer nodig is. De vordering tot herstel van de mankementen wordt daarom afgewezen.
De schadevergoeding van de herstelkosten wordt toegewezen tot het bedrag van € 354,38
3.3
In artikel 7:21 lid 6 BW Pro is bepaald dat een consument herstel door een derde mag laten uitvoeren en de kosten daarvan op de verkoper mag verhalen als de verkoper niet binnen redelijke termijn nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand aan zijn verplichting tot herstel is aangemaand aan zijn verplichting tot herstel heeft voldaan.
3.31
[eiser] heeft vergoeding van de (herstel)kosten voor de accu van € 94,38, de deurgreep (inclusief montagekosten) van € 260,00, de inaccurate TomTom van € 50,00 en het verwijderen van de schimmel op de achterbank van € 80,00 gevorderd. De kantonrechter is van oordeel dat alleen de kosten voor de accu en de deurgreep (inclusief montagekosten) voor vergoeding in aanmerking komen.
[gedaagden c.s] moet de kosten van de accu van € 94,38 betalen
3.32
[gedaagden c.s] heeft betwist dat hij deze kosten voor de accu aan [eiser] is verschuldigd. Volgens [gedaagden c.s] is hij nooit schriftelijk in de gelegenheid gesteld om tot herstel over te gaan. De kantonrechter gaat voorbij aan dit verweer.
3.33
[eiser] stelt dat het klopt dat zij [gedaagden c.s] geen aanmaning heeft gestuurd, maar dat dat komt omdat de situatie er niet naar was. Zij kwam namelijk op de weg stil te vallen en de accu moest gelijk vervangen worden anders kon zij niet verder. Er was daardoor geen mogelijkheid meer om [gedaagden c.s] in de gelegenheid te stellen de accu te vervangen. Daarom is de ingebrekestelling achterwege gelaten. [gedaagden c.s] heeft dit niet meer weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van wat [eiser] heeft gesteld. De kosten voor de accu worden toegewezen. Dit betekent dat [gedaagden c.s] het bedrag van € 94,38 aan [eiser] moet betalen.
[gedaagden c.s] moet de kosten voor de deurgreep inclusief montage kosten van € 260,00 betalen
3.34
Anders dan [gedaagden c.s] stelt, is zij wel in de gelegenheid gesteld om de deurgreep te vervangen. Op 4 juni 2024 heeft de toenmalige gemachtigde van [eiser] (per e-mail) [gedaagden c.s] in de gelegenheid gesteld om tot herstel van de deurgreep over te gaan. Daarvoor is [gedaagden c.s] een termijn van veertien dagen gegeven. [gedaagden c.s] is niet binnen de termijn overgegaan tot herstel. [gedaagden c.s] is de kosten voor de deurgreep inclusief montagekosten dan ook aan [eiser] verschuldigd. Dat de e-mail van de toenmalige gemachtigde van [eiser] in de spam van de mailinbox van [gedaagden c.s] terecht is gekomen, komt voor zijn rekening en risico. Dat kan [gedaagden c.s] [eiser] niet tegenwerpen en leidt dan ook niet tot een ander oordeel. De kosten voor de deurgreep inclusief montagekosten worden toegewezen. Dit betekent dat [gedaagden c.s] het bedrag van € 260,00 (= € 170,00 voor de deurgreep en € 90,00 voor de montage) aan [gedaagden c.s] moet betalen.
De kosten voor de inaccurate TomTom en het verwijderen van de schimmel op de achterbank worden afgewezen
3.35
Zoals hiervoor is overwogen zijn de inaccurate TomTom en de schimmel op de achterbank geen gebreken. [gedaagden c.s] is dan ook niet gehouden om tot vergoeding van die kosten over te gaan. Die kosten worden dan ook afgewezen.
Conclusie
3.36
Het voorgaande leidt er toe dat [gedaagden c.s] een bedrag van € 354,38 aan [eiser] moet betalen.
De vergoeding van de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie, de vergoeding van de transportkosten, de vordering tot vrijwaren en dwangsommen worden afgewezen
3.37
[eiser] heeft vergoeding van de kosten voor de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie gevorderd. Daarnaast heeft zij ook de vergoeding van de transportkosten, de vordering tot vrijwaren en dwangsommen gevorderd. De kantonrechter wijst deze vorderingen af. Deze vorderingen zijn verbonden aan de hoofdvorderingen – verklaring voor recht en/of ontbinding van de koopovereenkomst en/of herstel van de mankementen aan de auto –, die afgewezen zijn. Omdat de hoofdvorderingen worden afgewezen, worden deze vorderingen ook afgewezen.
[gedaagden c.s] moet de wettelijke rente over de toewijsbare bedragen betalen
3.38
[eiser] vordert wettelijke rente over de toewijsbare bedragen. [gedaagden c.s] moet de wettelijke rente betalen, omdat hij te laat is met het betalen van de toewijsbare bedragen. De wettelijke rente wordt toegewezen over de toewijsbare bedragen vanaf datum dagvaarding – 30 juli 2025 – tot volledige betaling, omdat niet is gesteld per wanneer [gedaagden c.s] in verzuim is geraakt.
De buitengerechtelijke incassokosten
3.39
[eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij (de omvang van) de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom, namelijk € 64,32 (inclusief btw).
De proceskosten worden gecompenseerd
3.4
Omdat beide partijen over en weer ongelijk krijgen, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
De hoofdelijke veroordeling
3.41
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.42
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 354,38, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf 30 juli 2025 tot de volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 64,32 aan buitengerechtelijke incassokosten,
4.3
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
HHt/37278

Voetnoten

1.Artikel 7:5 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.Titel 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek..
3.Artikel 7:17 lid 1 en Pro lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.
4.Artikel 7:17 lid 1 en Pro 2 van het Burgerlijk Wetboek.
5.Artikel 7:18a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.
6.Artikel 7:21 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
7.Artikel 7:21 lid 7 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
8.Artikel 7:22 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
9.Artikel 7:22 lid 1 sub a van Pro het Burgerlijk Wetboek.