ECLI:NL:RBMNE:2026:2143
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij schadevergoeding vertraagde bagage internationale vlucht
In deze zaak vordert verzoeker schadevergoeding van Finnair wegens vertraagde bagage na een internationale vlucht van Amsterdam via Helsinki naar Hong Kong. Verzoeker baseert haar vordering op artikel 19 van Pro het Verdrag van Montreal en stelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is vanwege haar woonplaats en het vertrekpunt van de vlucht.
Finnair betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en beroept zich op artikel 33 van Pro het Verdrag van Montreal, dat de rechtsmacht beperkt tot de woonplaats, hoofdzetel of vestiging van de vervoerder waar de overeenkomst is gesloten, of de plaats van bestemming. De kantonrechter stelt vast dat Finnair is gevestigd in Helsinki en de plaats van bestemming Hong Kong is, terwijl niet is gebleken dat de vervoersovereenkomst via de Nederlandse vestiging is gesloten.
Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen. Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten van Finnair, waarbij het salaris van de gemachtigde in het incident wordt vastgesteld en in de hoofdzaak nihil wordt gelaten. De beschikking is gegeven op 22 april 2026.
Uitkomst: De Nederlandse rechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de schadevergoedingsvordering wegens vertraagde bagage.