Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 juni 2025 met 8 bijlagen;
- de conclusie van antwoord in conventie en voorwaardelijke eis in reconventie met 9 bijlagen, waarvan bijlagen 1 en 4 niet zijn overgelegd;
- de conclusie van antwoord in reconventie met 9 bijlagen;
- de akte van [gedaagde] van 9 januari 2026 met 3 bijlagen;
- de door de griffier gemaakte aantekeningen van de mondelinge behandeling (ook te noemen: de zitting) van 12 januari 2026.
2.De kern van de zaak
[eiser] is Rolex 1 door hem gekocht als investering en mocht [gedaagde] Rolex 1 na aanschaf van de gouden band tijdelijk dragen. Omdat [gedaagde] Rolex 1 niet heeft teruggegeven toen partijen in 2021 uit elkaar zijn gegaan, vordert [eiser] – na eisvermindering – een verklaring van recht dat Rolex 1 aan hem in eigendom toebehoort en vergoeding van de waarde van Rolex 1. Volgens [gedaagde] moeten de vorderingen worden afgewezen, omdat Rolex 1 aan haar in eigendom toebehoort. Rolex 1 was namelijk een gift van [eiser] aan [gedaagde] . De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af.
3.De beoordeling
24 december 2016 door de koop en levering door een derde aan hem eigenaar is geworden van Rolex 1, met toen nog een leren band. Niet in geschil is dat [eiser] ook de gouden schakelband in 2018 heeft gekocht en daardoor toen eigenaar van die band is geworden.
[eiser] het die dag, dus op 24 december 2016, ook aan haar heeft gegeven. Ook is volgens [gedaagde] op die dag meteen gevraagd of de juwelier hen kon informeren als er een gouden band binnen zou komen, zodat het cadeau compleet zou zijn. Het toevoegen van de gouden band is op 24 april 2018 gebeurd en deze is ook op maat voor [gedaagde] gemaakt. [eiser] betwist dat hij Rolex 1 als cadeau heeft gekocht voor [gedaagde] en voert daartoe aan dat hij het heeft gekocht als investering voor zichzelf. Nadat de gouden band er in 2018 op zat, mocht [gedaagde] Rolex 1 af en toe en tijdelijk dragen (bruikleenovereenkomst); daarom is deze band op maat voor [gedaagde] gemaakt. Dat is de reden dat [gedaagde] Rolex 1 af en toe en tijdelijk onder zich had, aldus [eiser] . De kantonrechter stelt vast dat er geen sprake is van bruikleen. Daartoe overweegt zij als volgt.
totop 6 maart 2025 (de e-mail waarin [eiser] [gedaagde] vraagt om Rolex 1 aan hem te geven) niet om afgifte van Rolex 1 heeft verzocht. [eiser] heeft weliswaar gesteld dat hij sinds het einde van de relatie tot 26 maart 2025 meermalen aan [gedaagde] heeft gevraagd of zij Rolex 1 kon teruggeven, maar dat betwist [gedaagde] en [eiser] heeft het op geen enkele manier onderbouwd. Verder voert [eiser] aan dat hij het niet op de spits wilde drijven door eerder Rolex 1 op te eisen, maar deze stelling wordt door [gedaagde] weersproken. Volgens [gedaagde] wilde [eiser] juist alle zaken die de afwikkeling van de relatie betroffen snel afhandelen, zoals het verkopen de gezamenlijke koopwoning en de afspraken over de dochter van partijen, en dat is ook gebeurd. De reden die [eiser] dus opgeeft om Rolex 1 niet eerder (via een gerechtelijke procedure) op te eisen, verwerpt de kantonrechter dan ook.
Heeft [gedaagde] die Rolex terug gegeven?’. Uit dit bericht valt niet af te leiden dat het om Rolex 1 [1] gaat en als het daarom gaat dan blijkt uit het bericht ook niet dat Rolex 1 eigendom is van [eiser] en dat hij het aan [gedaagde] in bruikleen heeft gegeven. De enkele omstandigheid dat [gedaagde] bij het einde van de relatie de schakels van de gouden band, die over waren na het op haar maat maken, niet heeft meegenomen, is eveneens onvoldoende om het bestaan van een bruikleenovereenkomst uit te gaan en/of [eiser] als huidige rechthebbende van Rolex 1 aan te merken.
[eiser] aan haar. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] rechthebbende is. Daartoe overweegt zij het volgende.