ECLI:NL:RBMNE:2026:2149

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
3 mei 2026
Zaaknummer
11925785 \ AC EXPL 25-2279
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 BWArt. 6:230v lid 6 BWArt. 3:39 BWArt. 7:7 lid 2 BWArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering energieleverancier wegens niet-naleving schriftelijkheidsvereiste en schending waarheidsplicht

In deze zaak vordert een energieleverancier betaling van openstaande rekeningen van een consument op grond van een vermeende energieovereenkomst. De consument betwist dat er een geldige overeenkomst tot stand is gekomen en wijst op schending van de waarheidsplicht door de eiser.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst telefonisch tot stand is gekomen, waardoor het schriftelijkheidsvereiste van artikel 6:230v lid 6 BW van toepassing is. De eiser heeft dit vereiste niet nageleefd omdat de consument niet schriftelijk heeft ingestemd met het aanbod. Hierdoor is de overeenkomst nietig op grond van artikel 3:39 BW Pro en hoeft de consument niet te betalen.

Daarnaast faalt het beroep van de eiser op ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad, omdat ongevraagde levering van energie niet leidt tot betalingsverplichting volgens artikel 7:7 lid 2 BW Pro. De eiser heeft bovendien de waarheidsplicht geschonden door onjuiste informatie in de dagvaarding te verstrekken over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst.

De kantonrechter wijst de vordering af, veroordeelt de eiser in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering van de energieleverancier wordt afgewezen wegens niet-naleving van het schriftelijkheidsvereiste en schending van de waarheidsplicht.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11925785 \ AC EXPL 25-2279 RJ/58605
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders Juristen Incassospecialisten,
tegen
[gedaagde],
wonende in gemeente [.] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. R.A. Rila.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
- de dagvaarding van 30 september 2025 met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord van 17 december 2025;
- de akte wijziging eis en overlegging producties 4 tot en met 7 van 19 maart 2026 van [eiseres] .
1.2
Op 8 april 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Hierbij waren namens [eiseres] de heren [A] en [B] aanwezig, samen met de heer R.O. Visser als gemachtigde. [gedaagde] is ook verschenen, samen met mr. R.A. Rila.
1.3
De kantonrechter heeft bepaald dat vervolgens een vonnis in deze zaak wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] een energiecontract bij haar afgesloten en heeft zij de rekeningen niet betaald. Daarom wil [eiseres] dat [gedaagde] wordt veroordeeld om nog € 1.410,65 aan haar te betalen, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] wil dit niet betalen, omdat er geen overeenkomst met [eiseres] tot stand zou zijn gekomen. Ook wijst [gedaagde] op schending van de waarheidsplicht door [eiseres] , omdat [eiseres] in de dagvaarding stelt dat de overeenkomst in de verkoopruimte is gesloten, terwijl [gedaagde] door [eiseres] is gebeld en [eiseres] helemaal geen verkoopruimtes heeft. De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk en wijst de vorderingen van [eiseres] af.

3.De beoordeling

De vordering van [eiseres] wordt afgewezen
3.1
De vordering van [eiseres] wordt afgewezen, omdat de overeenkomst nietig is en [eiseres] ook geen recht heeft op schadevergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking of onrechtmatige daad. Bovendien heeft [eiseres] de waarheidsplicht geschonden. De kantonrechter legt dat hierna uit.
De overeenkomst is nietig
3.2
De vordering van [eiseres] is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf, namelijk [eiseres] , en een consument, namelijk [gedaagde] . Het is een duurovereenkomst met betrekking tot de levering van elektriciteit en/of gas (hierna: energie) door [eiseres] aan [gedaagde] . Tussen partijen staat vast dat [eiseres] [gedaagde] telefonisch heeft benaderd om een overeenkomst te sluiten.
3.3
Een overeenkomst komt tot stand volgens de regels van aanbod en aanvaarding als bedoeld in artikel 6:217 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). In artikel 6:230v lid 6 BW staat dat overeenkomsten schriftelijk moeten worden aangegaan als de consument telefonisch is benaderd door de handelaar. Aan dit vereiste is voldaan wanneer de handelaar, na het telefoongesprek, een aanbod tot het aangaan van een overeenkomst in schriftelijke vorm opstelt en aan de consument toestuurt. De aanvaarding van een consument zal (doorgaans) blijken uit de ondertekening van de overeenkomst. De handelaar kan de overeenkomst ook per e-mail naar de consument sturen, waar de consument dan schriftelijk of per e-mail mee moet instemmen. De kantonrechter moet ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) beoordelen of het schriftelijkheidsvereiste van artikel 6:230v lid 6 BW door de eisende partij is nageleefd. Als de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan is deze op grond van artikel 3:39 BW Pro nietig. Dat betekent dat deze vanaf het begin ongeldig is en nooit heeft bestaan.
3.4
In deze zaak is niet voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste. [eiseres] heeft [gedaagde] gebeld en haar vervolgens een bevestigingsmail gestuurd, maar [gedaagde] heeft niet op deze bevestiging gereageerd of op een andere manier schriftelijk met het aanbod van [eiseres] ingestemd. Omdat [gedaagde] de overeenkomst niet schriftelijk heeft bevestigd, is de overeenkomst nietig/ongeldig. Het gevolg hiervan is dat [gedaagde] de facturen niet hoeft te betalen. De argumenten van [eiseres] dat [gedaagde] geen gebruik heeft gemaakt van de afkoelperiode en er op een gegeven moment over een betalingsregeling is gesproken maken het oordeel niet anders. [eiseres] heeft niet voldaan aan artikel 6:230v lid 6 BW, terwijl zij dit wel had moeten doen.
Het beroep op ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad slaagt niet
3.5
Het beroep van [eiseres] op ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad slaagt niet. Nietigheid van de overeenkomst brengt mee dat [eiseres] ongevraagd energie heeft geleverd. Op grond van artikel 7:7 lid 2 BW Pro bestaat geen verplichting tot betaling voor een consument bij de ongevraagde levering van energie. In de Memorie van Toelichting wordt opgemerkt dat dan ook niet op een andere rechtsgrond een betalingsverplichting kan ontstaan. [1] [eiseres] kan dus ook niet op grond van onverschuldigde betaling of onrechtmatige daad aanspraak maken op vergoeding van de door haar geleverde energie.
Ten overvloede: [eiseres] heeft de waarheidsplicht geschonden
3.6
Tot slot merkt de kantonrechter op dat [eiseres] in de dagvaarding stelt dat de overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen in de verkoopruimte. Nadat [gedaagde] dit heeft betwist (zij is door [eiseres] gebeld en [eiseres] heeft helemaal geen verkoopruimtes) is [eiseres] op deze stelling teruggekomen en heeft zij aangegeven dat zij, geheel onbedoeld, een verkeerd format heeft gebruikt bij het opstellen van de dagvaarding en dat de overeenkomst op afstand (telefonisch) tot stand is gekomen.
3.7
Door het onjuist voorlichten in de dagvaarding heeft [eiseres] de waarheidsplicht uit artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) geschonden. Die bepaling houdt in dat partijen alle feiten die van belang zijn voor de beslissing volledig en naar waarheid moeten aanvoeren. Doen zij dit niet, dan mag de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
3.8
De kantonrechter rekent het [eiseres] aan dat zij de kantonrechter in eerste instantie onjuist heeft voorgelicht. [eiseres] is een professionele partij en [gedaagde] is een consument. Dat betekent dat sprake zou zijn van een consumentenovereenkomst. Op zo’n overeenkomst zijn bepalingen van toepassing die consumenten beschermen. Sommige van deze bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Voor een overeenkomst in de verkoopruimte en voor een overeenkomst op afstand gelden andere verplichtingen en dus een ander toetsingskader. Zo geldt bij een overeenkomst in de verkoopruimte het schriftelijkheidsvereiste niet, maar bij een overeenkomst op afstand soms wel. Van [eiseres] als professionele partij mag worden verwacht dat zij bij het opstellen van de dagvaarding de nodige zorgvuldigheid in acht neemt, vooral omdat het ook regelmatig voorkomt dat consumenten niet op een dagvaarding reageren. Het gevolg is dan dat een consument bij verstek, op grond van onjuiste informatie, wordt veroordeeld tot betaling van een geldbedrag, terwijl bij overlegging van de juiste informatie de vordering mogelijk zou zijn afgewezen.
3.9
Omdat de vordering van [eiseres] vanwege schending van het schriftelijkheidsvereiste wordt afgewezen, zal de kantonrechter verder geen gevolgen verbinden aan de schending van de waarheidsplicht.
De wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden ook afgewezen
3.1
Omdat de vordering van [eiseres] wordt afgewezen, worden ook de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
[eiseres] moet de kosten van de rechtszaak (proceskosten) betalen
3.11
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
542,50
3.12
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.13
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 58.