Een minderjarige reisde op 30 januari 2025 zonder geldig vervoersbewijs met de trein van station Hilversum naar Hilversum Mediapark. NS Reizigers vorderde van de ouders, als wettelijke vertegenwoordigers, betaling van de ritprijs, wettelijke verhoging en administratiekosten, in totaal € 67,80, vermeerderd met rente en proceskosten.
De kantonrechter stelde vast dat de minderjarige de Wet op Personenvervoer 2000 had overtreden en dat de ouders als wettelijke vertegenwoordigers aansprakelijk zijn voor de betaling. De vordering tegen de ene ouder werd toegewezen bij verstek, terwijl de andere ouder wel in de procedure verscheen en de vordering werd toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
De kantonrechter oordeelde dat NS Reizigers onvoldoende had aangetoond dat zij de tweede ouder voorafgaand aan de dagvaarding had geïnformeerd, waardoor de proceskosten voor die ouder werden gecompenseerd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.