Uitspraak
1.DHL ECOMMERCE (NETHERLANDS) B.V.,
[gedaagde sub 2] B.V., MEDE HANDELEND ONDER DE NAAM [handelsnaam],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 17 september 2025 met producties 1 en 2,
- de brieven aan partijen waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
[eiser] en DHL hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
[eiser] heeft daarom geen voldoende belang [14] bij de vordering tot ontbinding en daarom wordt deze vordering afgewezen.
[eiser] een bewijsopdracht gegeven, waarin hij de gelegenheid zou krijgen om te bewijzen dat in het aangenomen pakket een horloge zat. [eiser] heeft dit namelijk gesteld en DHL heeft het voldoende gemotiveerd betwist. De bewijslast van het feit dat er een horloge in het pakket van [eiser] zat, ligt overeenkomstig de hoofdregel uit de wet bij
[eiser] . [15] Hij beroept zich immers op het rechtsgevolg van zijn stelling.