Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2169

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
UTR 26/121
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:38 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht in bestuursrechtelijke procedure

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een onbekend besluit van verweerder, maar heeft het vereiste griffierecht van €54,- niet betaald. De rechtbank heeft eiser hierover op 9 februari 2026 aangetekend geïnformeerd, maar deze brief was onbestelbaar en is vervolgens op 25 maart 2026 per gewone post verzonden met een betalingstermijn van twee weken.

De rechtbank heeft het griffierecht niet ontvangen en eiser heeft geen geldige reden opgegeven voor het niet betalen. Op grond van artikel 8:41 Awb Pro is betaling van griffierecht verplicht om het beroep inhoudelijk te kunnen behandelen. Omdat niet aan deze verplichting is voldaan, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank doet geen inhoudelijke uitspraak over het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen, eventueel met verzoek om een zitting.

De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 8 mei 2026 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/121

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

Onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen een onbekend besluit van verweerder.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 54,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 9 februari 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, op 25 maart 2026 per gewone post verzonden aan eiser. Daarbij is vermeld dat de termijn twee weken na verzending van de brief van 25 maart 2026 eindigt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.