Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
Samenvatting
IVA-uitkering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het Uwv terecht heeft beslist dat geen sprake is van duurzaamheid.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
bottle neckbeoordeling in dit geval niet mogelijk. De rechtbank merkt op dat met een
bottle neckbeoordeling wordt bedoeld dat een inschatting wordt gemaakt van de belastbaarheid, indien alle medische behandelingen succesvol zijn verlopen.
bottle neckbeoordeling te maken omdat er geen aanwijsbaar niveau is van duurzame beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst (fml). De vabb stelt dat “als dit toch zou plaatsvinden moeten, zouden er nauwelijks beperkingen in de FML staan”. Volgens de vabb zou dat dus een FML betreffen waarvan op voorhand al duidelijk is dat dit geen volledige arbeidsongeschiktheid zal opleveren. De rechtbank kan deze motivering niet volgen. Uit het medisch dossier van ex-werkneemster blijkt dat sprake is van meervoudige problematiek, waarbij bovendien ook de behandeling stagneert. Ook wat betreft de mogelijke behandeling van deze klachten heeft de vabb volstaan met een algemene beschrijving van mogelijke behandelingen, zonder daarbij te concretiseren wat het te verwachten resultaat van die behandeling is voor de belastbaarheid van deze individuele verzekerde. Eiseres wijst er bovendien op dat EMDR-behandeling en medicatie al zijn ingezet bij ex-werkneemster, maar zonder resultaat. Ook daaruit maakt de rechtbank op dat de inschatting van de herstelkansen na behandeling onvoldoende is toegespitst op het concrete geval van de individuele verzekerde. De motivering van de vabb dat op voorhand duidelijk zou zijn dat na een operatie geen sprake meer zal zijn van volledige arbeidsongeschiktheid, vindt naar het oordeel van de rechtbank dan ook onvoldoende grondslag in het dossier. Naar het oordeel van de rechtbank is de vabb ten onrechte tot de conclusie gekomen dat stap 2a van het beoordelingskader toepassing is, namelijk dat er een redelijke of goede verwachting is op verbetering van de belastbaarheid in het komende jaar (na datum in geding). De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 4 augustus 2025;
- herroept het primaire besluit van 3 februari 2025;
- bepaalt dat aan de ex-werkneemster een IVA-uitkering voor volledig en duurzame arbeidsongeschiktheid wordt toegekend met ingang van 26 september 2024;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 385,-- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.200,--.