Uitspraak
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
De beoordeling
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in twee bestuursrechtelijke zaken, stellende dat de rechter tijdens de zitting van 5 februari 2026 partijdig zou zijn geweest. Verzoeker stelde dat de rechter niet naar hem had geluisterd, stukken had geweigerd en een toezegging om na de zitting te mogen reageren op een aangehaalde uitspraak niet was nagekomen.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek voor zover het betrekking had op het handelen van de rechter tijdens de zitting te laat was ingediend, namelijk meer dan een maand na de zitting, zonder dat bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigden. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard voor dat deel van het verzoek.
Voor het overige werd het wrakingsverzoek afgewezen omdat uit de zittingsaantekeningen bleek dat de rechter geen toezegging had gedaan om na de zitting nog te reageren en zelfs een leespauze had voorgesteld die verzoeker niet wilde benutten. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, zodat de rechterlijke onpartijdigheid niet was geschaad.
De wrakingskamer bepaalde dat de procedures in de hoofdzaken voortgezet worden in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens te late indiening en voor het overige afgewezen wegens ontbreken van schade aan rechterlijke onpartijdigheid.