ECLI:NL:RBMNE:2026:2196
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens onvoldoende concrete gronden
Verzoeker heeft op 30 maart 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. D.C.P.M. Straver, de behandelend rechter in de hoofdzaak met zaaknummer 11885603 UC 25-7309. Het verzoek betrof onder meer het gebrek aan reactie op een bericht over contact met zijn gemachtigde en het ontbreken van een aangepaste setting tijdens de zitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat stelt dat een rechter gewraakt kan worden indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. De rechter heeft in haar reactie aangegeven dat zij verzoeker per e-mail had geïnformeerd over de bespreking van het bericht en dat verzoeker niet eerder had aangegeven niet in één ruimte met de wederpartij te willen zijn.
De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker niet concreet heeft gesteld welke feiten of omstandigheden de onpartijdigheid van de rechter aantasten. Verzoeker heeft ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om tijdens de zitting zijn verzoek toe te lichten. Hierdoor is niet komen vast te staan dat de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt.
De wrakingskamer wijst het wrakingsverzoek af en bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete gronden voor aantasting van rechterlijke onpartijdigheid.