Eiser heeft op 31 december 2024 een verzoek om informatie ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo), dat door verweerder op 2 januari 2025 is ontvangen. Verweerder had conform de wettelijke termijn uiterlijk 28 april 2025 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser heeft verweerder op 27 september 2025 in gebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog steeds niet heeft beslist. Daarom wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van € 15.000,-.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- en wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.