ECLI:NL:RBMNE:2026:2231
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen plaatsing vaste paaltjes in Bilthoven
Verzoekers dienden op 6 februari 2026 een Woo-verzoek in over de plaatsing van vaste paaltjes op een locatie in Bilthoven, die reeds op 30 september 2025 waren geplaatst. Na een bezwaarprocedure tegen het besluit op het Woo-verzoek vroegen zij op 12 april 2026 een voorlopige voorziening om de paaltjes te verwijderen gedurende de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van spoedeisend belang, omdat verzoekers ruim vier maanden na plaatsing pas het Woo-verzoek indienden en daarna nog zes weken wachtten met het verzoek om voorlopige voorziening. Het college wees hen ook op deze mogelijkheid. Bovendien betreft het plaatsen van paaltjes een feitelijke handeling waartegen geen bezwaar of beroep openstaat.
De voorzieningenrechter stelt dat het standpunt van het college niet evident onrechtmatig is en dat zonder spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid geen voorlopige voorziening kan worden getroffen. Het verzoek wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 29 april 2026 door voorzieningenrechter M. van der Knijff. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de plaatsing van vaste paaltjes wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en omdat het plaatsen van paaltjes een feitelijke handeling betreft.