Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2233

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
11294647
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 GrondwetArtikel 13a, tweede lid WahvBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen administratieve sanctie voor vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €350 wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 24 mei 2022 in Nieuwegein. De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Op de zitting van 16 april 2026 werd vastgesteld dat de verbalisant de overtreding had geconstateerd en de kantonrechter achtte de verklaring betrouwbaar. De betrokkene betwistte het vasthouden, maar er was geen reden om aan de verklaring te twijfelen. De boete werd als terecht beoordeeld.

De kantonrechter constateerde dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak was gedaan, waardoor de boete met 25% werd gematigd tot €262,50. Tevens werd proceskostenvergoeding toegekend voor de ingediende beroepschrift en zitting, maar geen vergoeding voor het bijwonen van de zitting vanwege de massale behandeling van 50 soortgelijke zaken met gestandaardiseerde standpunten.

De vergoeding werd vastgesteld op €467,00. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde boetebedrag en tot vergoeding van de proceskosten. De betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Boete bevestigd en gematigd tot €262,50, proceskostenvergoeding toegekend zonder vergoeding voor aanwezigheid op zitting.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: 11294647 UM VERZ 24-3709
CJIB-nummer: 249670835
beslissing van de kantonrechter van 30 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 16 april 2026
inzake

[betrokkene] uit [plaats] ,

hierna te noemen: de betrokkene,
gemachtigde: mr. B. de Jong.

Inleiding

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 350,00. De boete is opgelegd, kort gezegd, omdat de betrokkene op 24 mei 2022 in Nieuwegein als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthield.
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 16 april 2026. Een kantoorgenoot van de gemachtigde van de betrokkene was aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.

De beoordeling van het beroep

1. In het dossier zit de volgende verklaring van de verbalisant: “
Ik, verbalisant, zag dat betrokkene een mobiele elektronisch apparaat in zijn linkerhand vasthield tijdens het rijden”.
2. De betrokkene betwist dat hij een telefoon vasthield tijdens het rijden. Het is niet duidelijk hoe de verbalisant heeft vastgesteld dat dit wel is gebeurd. De verbalisant heeft niets verklaard over een verlicht scherm, over de kleur van de telefoon of over de applicaties die hij zag op het beeldscherm.
3. De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Ook de rest van het dossier geeft geen reden om te twijfelen aan wat de verbalisant heeft waargenomen. De boete is terecht opgelegd.

De duur van de procedure en de kostenvergoeding

4. De kantonrechter stelt vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. De consequentie hiervan is dat de boete wordt gematigd met 25 procent.
5. Omdat de boete wordt gematigd, moet de officier van justitie de proceskosten van de betrokkene vergoeden. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt de betrokkene € 934,- per proceshandeling. Vanwege de aard van de zaak hanteert de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (licht). De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en de zitting bijgewoond. De kantonrechter zal echter geen vergoeding toekennen voor het bijwonen van de zitting, gelet op het volgende.
6. Op de zitting van 16 april 2026 zijn 50 zaken behandeld waarin deze gemachtigde de betrokkenen bijstond. In al deze 50 zaken ging het om oude boetes die in 2022 of 2023 zijn opgelegd vanwege het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. In alle zaken was sprake van beroepsgronden met gestandaardiseerde teksten, over de betwisting van de gedraging, het niet staande houden van de bestuurder en/of de evenredigheid van het boetebedrag.
7. De kantonrechter heeft enkele dagen voor de zitting per e-mail aan de gemachtigde van de betrokkenen en aan de officier van justitie laten weten dat hij de zaken en de beroepschriften heeft bestudeerd, dat de standpunten duidelijk zijn en dat hij daarover geen vragen heeft. De kantonrechter heeft laten weten dat hij heeft vastgesteld dat in alle zaken de redelijke termijn van berechting is overschreden en dat hij daar in de uitspraken de nodige consequenties aan zal verbinden, zo nodig ambtshalve. De kantonrechter heeft de officier van justitie gevraagd om aan te geven in welke zaken hij voornemens is om op de zitting een standpunt in te nemen dat afwijkt van de beslissing op het administratief beroep. De kantonrechter heeft de gemachtigde van de betrokkenen gevraagd om aan te geven in welke zaken hij op de zitting een nadere toelichting wil geven.
8. De zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie heeft per e-mail laten weten dat hij in alle zaken het standpunt handhaaft dat de boetes terecht zijn opgelegd. De gemachtigde van de betrokkenen heeft per e-mail laten weten dat het belangrijk is dat alle 50 zaken op de zitting worden behandeld.
9. Op de zitting heeft de gemachtigde in 14 van de 50 zaken een nader standpunt ingenomen. In 2 van de 50 zaken is verzocht om aanhouding vanwege het ontbreken van de juiste machtiging. In de overige 34 zaken, waaronder ook deze zaak, is wat de inhoud van het beroep betreft verwezen naar de eerder ingenomen schriftelijke standpunten. Bij deze stand van zaken kent de kantonrechter, ondanks de aanwezigheid van de gemachtigde, voor deze zaak geen vergoeding toe voor de proceshandeling ‘verschijnen zitting’ in de zin van onderdeel A1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.
10. De vergoeding bedraagt daarom 1 x 934 x 0,5 = € 467,-. De hoogte van de vergoeding wordt niet vermenigvuldigd met een extra factor, omdat deze zaak van voor 1 januari 2024 is en artikel 13a, tweede lid van de Wahv op grond van overgangsrecht niet van toepassing is. De officier van justitie mag de proceskosten uitsluitend uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van betrokkene.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
  • wijzigt de beslissing van de officier van justitie;
  • stelt het bedrag van de administratieve sanctie op € 262,50;
  • bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het te veel betaalde teruggeeft;
  • veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 467,00.
Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
D. Staring mr. K. de Meulder
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: