ECLI:NL:RBMNE:2026:2289
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verwijdering onrechtmatige BKR- en IVR/EVR-registraties afgewezen
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van de AVG tot verwijdering van haar persoonsgegevens uit het BKR-register en de IVR- en EVR-systemen van WUB, stellende dat deze registraties onrechtmatig zijn en dat haar persoonsgegevens onrechtmatig zijn gedeeld met derden.
WUB heeft aangevoerd dat de registraties terecht zijn en dat verzoekster valsheid in geschrifte heeft gepleegd in eerdere procedures, hetgeen is bevestigd door een bindend advies van de Geschillencommissie Kifid. Dit bindend advies heeft rechtskracht en verzoekster heeft geen rechtsmiddel tegen dit advies aangewend.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoeken tot verwijdering van de BKR- en IVR/EVR-registraties vanwege het bindend advies en het ontbreken van nieuwe relevante feiten. De overige verzoeken worden afgewezen omdat WUB heeft voldaan aan de opgaveplicht en er geen bewijs is van onrechtmatige gegevensdeling.
Verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €1.306,00. De beschikking is gegeven door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken tot verwijdering van BKR- en IVR/EVR-registraties en de overige verzoeken worden afgewezen.