Uitspraak
1.De procedure
2.De beoordeling
Indien de hoofdvordering voldoende spoedeisend is om in kort geding te kunnen worden beoordeeld, is de proceseconomie ermee gebaat dat in hetzelfde geding ook over een daarmee nauw verwante nevenvordering (…) kan worden beslist.De kantonrechter is echter van oordeel dat uit dit arrest niet volgt dat het betalen van een contractuele boete ook als nauw verwante nevenvordering moet worden gezien. De kantonrechter oordeelt dat de betaling van de contractuele boete niet zodanig spoedeisend is dat een onmiddellijke voorziening vereist is. Het is een van de ontruiming losstaande geldvordering waarvoor een afzonderlijk spoedeisend belang vereist is. [eiser] heeft in de dagvaarding en tijdens de mondelinge behandeling met betrekking tot de boetebedragen geen spoedeisend belang gesteld. De vordering tot betaling van de boetes worden dan ook op grond van het ontbreken van spoedeisend belang afgewezen.
3.De beslissing
- € 44.514,13 aan achterstallige huur tot en met februari 2026;
- € 6.677,12 aan buitengerechtelijke incassokosten met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) vanaf 5 maart 2026 tot de algehele voldoening;
- € 2.503,14 of een pro rata gedeelte daarvan, voor elke maand of gedeelte van een maand, gelegen tussen 1 maart 2026 en de daadwerkelijke ontruiming;