ECLI:NL:RBMNE:2026:2295
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Inzageverzoek stukken in civiele beroepsfoutzaak advocaat deels toegewezen
In deze civiele procedure vordert de gedaagde, voormalig advocaat van eiser, inzage in stukken die relevant zijn voor zijn verweer tegen de aansprakelijkheidsvordering wegens een vermeende beroepsfout. De gevraagde stukken betreffen correspondentie tussen eiser en zijn verzekeraar Interpolis en communicatie tussen eiser en zijn advocaat.
De rechtbank beoordeelt het verzoek op grond van artikel 194 Rv Pro en weegt het recht op inzage af tegen het functionele verschoningsrecht van de advocaat. De inzage in correspondentie tussen eiser en Interpolis wordt toegewezen omdat deze stukken relevant en voldoende bepaald zijn en het belang van waarheidsvinding zwaarder weegt dan de door eiser aangevoerde vertrouwelijkheidsbelangen.
De gevraagde inzage in adviezen en communicatie tussen eiser en zijn advocaat wordt afgewezen vanwege het functionele verschoningsrecht, dat de geheimhouding van vertrouwelijke communicatie tussen advocaat en cliënt beschermt. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd en de hoofdzaak wordt voorbereid voor een mondelinge behandeling.
De rechtbank beveelt eiser om binnen twee weken afschrift van de toegewezen stukken te verstrekken en stelt een planning vast voor verdere procedurele stappen. Het vonnis is gewezen door mr. C. van de Lustgraaf en op 29 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het inzageverzoek deels toe en erkent het functionele verschoningsrecht van de advocaat voor bepaalde stukken.