Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van een factuur van € 2.606,40 voor parketvloerwerkzaamheden die hij in opdracht van gedaagde heeft uitgevoerd. Gedaagde weigert te betalen en beroept zich op een opschortingsrecht vanwege door eiser veroorzaakte schade aan keukenkastjes tijdens herstelwerkzaamheden. Tevens vordert gedaagde een schadevergoeding van ruim € 6.000,00.
De rechtbank oordeelt dat het opschortingsrecht is geëindigd toen gedaagde bekend werd met de schadevergoeding door de verzekeraar. Daarnaast is de mondelinge afspraak over betaling na vergoeding door de verzekeraar niet aannemelijk gemaakt. De factuur en de wettelijke rente vanaf de vervaldatum worden daarom toegewezen, evenals buitengerechtelijke incassokosten.
De schadevordering van gedaagde wordt afgewezen omdat zij onvoldoende feitelijk is onderbouwd en niet is komen vast te staan dat eiser tekort is geschoten of in verzuim is gesteld. Ook is onduidelijk of gedaagde zelf een verkeerde vloer heeft geleverd. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel conventie als reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, wettelijke rente en incassokosten, terwijl haar schadevordering wordt afgewezen.