Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2297

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
10 mei 2026
Zaaknummer
11899747 \ UC EXPL 25-7563
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:271 BWArt. 6:136 BWArt. 6:272 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling schoonmaakfacturen ondanks opschorting zonder ontbinding overeenkomst

In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van openstaande facturen voor schoonmaakwerkzaamheden in het pand van gedaagde tot en met 10 oktober 2024. Gedaagde heeft betaling opgeschort vanwege vermeende gebrekkige uitvoering, maar heeft de overeenkomst niet ontbonden.

De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst is gesloten tussen eiseres en de moedermaatschappij namens haar dochtermaatschappijen, waaronder gedaagde, die daardoor betalingsplichtig is. Hoewel gedaagde klachten over de schoonmaak heeft ingediend, is opschorting slechts een tijdelijke maatregel en ontslaat niet van betaling zolang de overeenkomst niet is ontbonden.

Gedaagde kon ook geen beroep doen op verrekening wegens onvoldoende onderbouwing van schade. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van wettelijke rente af omdat de betalingstermijn van 90 dagen niet was overschreden. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de ontbinding van de overeenkomst. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.

Uitkomst: Betaling van openstaande facturen wordt gevorderd ondanks opschorting; partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over ontbinding overeenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11899747 \ UC EXPL 25-7563
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Incassonet B.V.,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J. van Andel.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 september 2025 met vier producties,
- de conclusie van antwoord met vier producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- het e-mailbericht van [eiseres] van 23 maart 2026,
- de mondelinge behandeling van 24 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
De kantonrechter heeft vervolgens beslist dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiseres] heeft tot en met 11 oktober 2024 (de datum waartegen [eiseres] heeft opgezegd) in het pand van [gedaagde] schoonmaakwerkzaamheden verricht. [gedaagde] heeft de facturen voor de periode van 1 juni tot en met 10 oktober 2024 niet betaald. [eiseres] vordert daarom betaling van een totaalbedrag van € 25.000,00, vermeerderd met rente en proceskosten. Volgens [gedaagde] is de verkeerde partij gedagvaard en is de betaling opgeschort omdat de schoonmaakwerkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd door [eiseres] . De kantonrechter zal nog niet beslissen, maar partijen eerst de gelegenheid geven om zich uit te laten over het feit dat de overeenkomst niet is ontbonden.

3.De beoordeling

De kantonrechter is bevoegd
3.1
[eiseres] vordert betaling van € 25.000,00, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding en een veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Volgens [gedaagde] is de vordering gebaseerd op een overeenkomst (een rechtstitel), welke zij betwist, met een belang van meer dan € 25.000,00, wat betekent dat de vordering de competentiegrens van de kantonrechter overstijgt.
3.2
[eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij heeft bedoeld afstand te doen van het meerdere van de vordering boven het bedrag van € 25.000,00. De kantonrechter stelt dit dan ook vast. Hierdoor blijft de vordering onder de competentiegrens van de kantonrechter en is de kantonrechter bevoegd om een beslissing te nemen.
[eiseres] heeft de juiste partij gedagvaard
3.3
[eiseres] stelt zich op het standpunt dat zij met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten waarbij [eiseres] op basis van een vaste vergoeding schoonmaakt. Volgens [gedaagde] is niet [gedaagde] , maar de moedermaatschappij ‘ [onderneming 1] B.V.’ de contractspartij van [eiseres] en daarom is [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering.
3.4
[gedaagde] verwijst naar de overeenkomst tussen [eiseres] en [onderneming 1] B.V. In de aanhef van de overeenkomst staat dat deze is gesloten tussen [onderneming 1] B.V. en [eiseres] B.V. Verder zijn in de overeenkomst - voor deze procedure relevant - de volgende bepalingen opgenomen:
Artikel 1. De opdracht
De opdrachtnemer neemt op zich de uitvoering van het schoonmaakonderhoud in diverse panden te weten:
[onderneming 2] B.V. gelegen aan [adres 1] te [plaats 2] - Startdatum 31-07-2009
[gedaagde] B.V. gelegen aan [adres 2] en [adres 3] te [plaats 2] - Startdatum 30-05-2013
[onderneming 3] B.V. gelegen aan [adres 4] te [plaats 2] - Startdatum 30-05-2013
Artikel 8. Aanneemsom
8.1
De opdrachtgever zal de opdrachtnemer vaste vergoeding te betalen zoals bij gunning van de opdrachten afzonderlijk zijn omschreven.
Artikel 9. Betaling
9.1
Per locatie vindt telkens na één keer per maand facturering plaats in de vorm van ééntwaalfde deel van de in artikel 8 lid 1 bedoelde Pro jaarvergoeding
9.2
Facturering zal vooraf plaatsvinden over de periode waarop de dienst is geleverd. De opdrachtgever zal de aangeboden facturen na ontvangst en goedkeuring daarna binnen 90 dagen voldoen. Bij gebreke van tijdige betaling zal de opdrachtgever over de periode van de vertraging rente, gelijk aan de wettelijke rente, verschuldigd zijn. Rente over rente is niet verschuldigd.
Uit deze artikelen blijkt dat er per locatie (per dochtermaatschappij van [onderneming 1] B.V.) een vaste vergoeding is afgesproken en dat er per locatie per maand een factuur wordt opgemaakt.
3.5
Volgens [eiseres] stonden de facturen voor de schoonmaakwerkzaamheden in het pand van [gedaagde] altijd op naam van [gedaagde] . De heer [A] (contactpersoon namens alle bv’s van [achternaam van A] voor de schoonmaakwerkzaamheden) heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de facturen in het verleden altijd op naam van [gedaagde] stonden. Die facturen zijn altijd zonder protest behouden en voldaan door [gedaagde] . Na de overname van [eiseres] door [onderneming 4] zijn de facturen een korte periode op naam van [onderneming 1] B.V. gezet, maar dat is op verzoek van [A] gecorrigeerd. Daarmee is tijdens de mondelinge behandeling vast komen te staan dat tussen partijen is afgesproken dat de facturen voor de schoonmaakwerkzaamheden in het pand van [gedaagde] op naam van [gedaagde] moeten staan.
3.6
De kantonrechter concludeert daaruit dat [onderneming 1] B.V. met [eiseres] een overeenkomst heeft gesloten namens haar dochtermaatschappijen (waaronder [gedaagde] ) en dat de betalingsverplichting op de dochtermaatschappijen rust. Dit betekent dat [eiseres] [gedaagde] kan aanspreken op betaling van de schoonmaakwerkzaamheden die zijn verricht in het pand van [gedaagde] aan de [adres 2] en [adres 3] .
[gedaagde] kan zich niet langer op opschorting beroepen
3.7
[gedaagde] heeft de volgende facturen voor de schoonmaakwerkzaamheden onbetaald gelaten:
Datum
Factuurnummer
Omschrijving
Bedrag
1 juni 2024
202400374
juni 2024 Schoonmaakonderhoud kantoor
€ 5.357,82
1 juli 2024
202400432
juli 2024 Schoonmaakonderhoud kantoor
€ 5.652,50
29 juli 2024
202400481
Afvalzak HDPE 61 x 80 cm T23 grijs
€ 54,45
1 augustus 2024
202400515
augustus 2024 Schoonmaakonderhoud kantoor
€ 5.652,50
5 augustus 2024
202400489
Urinoirmar Uriwave Mango oranje
€ 97,53
1 september 2024
202400592
september 2024 Schoonmaakonderhoud kantoor
€ 5.652,50
1 oktober 2024
202400672
tot en met oktober 2024 Schoonmaakonderhoud kantoor
€ 1.966,08
€ 24.433,38
3.8
[gedaagde] heeft de juistheid van de facturen niet betwist. Maar [gedaagde] voert aan dat zij de betaling daarvan heeft opgeschort omdat [eiseres] de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. Daarvoor verwijst [gedaagde] naar klachten die [A] heeft ingediend bij mevrouw [B] (werkzaam bij [eiseres] , hierna: [B] ) op 29 mei 2024, 4 juni 2024 en 11 juli 2024. Ook stelt [gedaagde] dat er veel telefonisch contact is geweest met [B] over het slechte schoonmaakwerk. [eiseres] erkent dat er na de overname van [eiseres] door [onderneming 4] in april 2024 nieuwe schoonmakers zijn gestart en dat er in mei en juni klachten waren, maar [eiseres] heeft actie ondernomen om dit op te lossen en daarna zijn er geen klachten meer geweest. Volgens [eiseres] worden overal waar gewerkt wordt fouten gemaakt, maar zijn de klachten voldoende en voortvarend behandeld.
3.9
Los van de vraag of [eiseres] de schoonmaakwerkzaamheden goed heeft uitgevoerd, en [gedaagde] zich terecht op opschorting heeft beroepen, kan dit er niet toe leiden dat [gedaagde] de facturen niet hoeft te betalen. De kantonrechter legt dat hieronder uit.
3.1
Opschorting is een tijdelijke maatregel. Het kan als drukmiddel worden gebruikt om de andere partij tot nakoming te bewegen of tot zekerheid, in afwachting van een ontbinding van de overeenkomst. Opschorting leidt tot uitstel van de betalingsverplichting in afwachting van nakoming of ontbinding, maar pas door ontbinding van de overeenkomst wordt iemand van zijn nog niet verrichte prestaties bevrijd. [1]
3.11
[gedaagde] heeft de overeenkomst niet ontbonden en evenmin in deze procedure de ontbinding gevorderd, zodat er in beginsel geen reden is waarom [gedaagde] de facturen niet zou hoeven betalen. Het enkele feit dat [eiseres] volgens [gedaagde] de schoonmaakwerkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd, is daarvoor onvoldoende.
[gedaagde] kan zich niet op verrekening beroepen
3.12
[gedaagde] heeft zich nog op verrekening beroepen. [gedaagde] heeft daartoe aangevoerd dat zij schade heeft geleden, omdat [eiseres] de sleutels van haar panden niet heeft ingeleverd. Het vervangen van alle sleutels en cilindersloten kostte haar € 19.650,00. Dit bedrag moet volgens [gedaagde] verrekend worden met de openstaande facturen.
3.13
Of een beroep op verrekening terecht is, moet op eenvoudige wijze vast te stellen zijn, anders kan de kantonrechter hieraan voorbijgaan. [2] De kantonrechter kan niet vaststellen of [gedaagde] schade heeft geleden die [eiseres] zou moeten vergoeden. [eiseres] heeft betwist dat de sleutels terug zijn gevraagd en zijn vervangen, en [gedaagde] heeft dat niet onderbouwd. Daardoor staat niet vast dat [eiseres] in verzuim was ten aanzien van de verplichting om de sleutels terug te geven en evenmin dat er werkelijk kosten zijn gemaakt door [gedaagde] . Daarnaast lijkt het bedrag van € 19.650,00 niet alleen betrekking te hebben op het pand van [gedaagde] , maar ook op de andere panden van [achternaam van A] waar [eiseres] heeft schoongemaakt. Er is niet gesteld of gebleken welk bedrag van het totaal de schade zou zijn van [gedaagde] . De kantonrechter kan niet eenvoudig vaststellen dat er een te verrekenen vordering is, zodat dit verweer wordt gepasseerd. [gedaagde] is daarom ook niet bevoegd haar verplichting tot betaling op te schorten vanwege een vordering tot schadevergoeding op [eiseres] .
Nog geen beslissing over de hoofdsom
3.14
Tijdens de mondelinge behandeling is niet besproken dat [gedaagde] de overeenkomst niet heeft ontbonden, waardoor partijen zich daarover nog niet hebben kunnen uitlaten. De kantonrechter zal partijen daartoe alsnog in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten, eerst [gedaagde] en vier weken daarna [eiseres] . De kantonrechter merkt daarbij wel op dat in de stukken maar twee klachten door [gedaagde] aan [eiseres] zijn te vinden. Zelfs als [gedaagde] wel over was gegaan tot ontbinding van de overeenkomt voor de periode van juni tot en met 10 oktober 2024, dan is op geen enkele manier onderbouwd dat de waarde van de schoonmaakwerkzaamheden in die periode voor [gedaagde] nihil was. Omdat de verrichte schoonmaakwerkzaamheden niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden is [eiseres] na ontbinding verplicht de waarde van die werkzaamheden aan [eiseres] te vergoeden. [3] Partijen moeten ook hierop ingaan in hun aktes.
[gedaagde] hoeft de rentefacturen niet te betalen
3.15
[eiseres] heeft de volgende facturen voor (wettelijke) rente gestuurd:
Datum
Factuurnummer
Omschrijving
Bedrag
21 februari 2024
202400128
Wettelijke rente van 1-1-2024 t/m 20-02-2024
€ 118,42
1 maart 2024
202400150
Rente 21-2 tot en met 29-2-2024
€ 15,95
26 maart 2024
202400210
Rente van 1-3-2024 t/m 25-3-2024
€ 54,94
1 mei 2024
202400325
Rentenota per 1-5-2024
€ 45,58
24 september 2024
202400623
Rente tot 24-09-2024
€ 43,04
24 oktober 2024
202400677
Rentenota tot en met 23-10-2024
€ 101,37
€ 379,30
3.16
[gedaagde] wijst er terecht op dat in artikel 9.2 van de overeenkomst een betalingstermijn van 90 dagen is opgenomen. [eiseres] heeft niet gesteld dat partijen na het sluiten van de overeenkomst de betalingstermijn hebben aangepast naar 30 dagen. De betalingstermijn van 30 dagen, die op de facturen is vermeld en op basis waarvan [eiseres] de bovenstaande rentefacturen heeft gestuurd, is daarom onjuist. Dit betekent dat op het moment van het sturen van de rentefacturen, [gedaagde] de onderliggende facturen voor de schoonmaakwerkzaamheden nog niet had hoeven te betalen en dus nog geen rente was verschuldigd. De facturen zijn namelijk allemaal binnen de termijn van 90 dagen al gestuurd. De kantonrechter zal daarom de vordering voor het bedrag van € 379,30 afwijzen.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
verwijst de zaak naar de rol van
27 mei 2026voor akte uitlating door [gedaagde] (zie 3.14), waarop [eiseres] vier weken later bij akte mag reageren;
4.2
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.
64510

Voetnoten

1.Artikel 6:271 BW Pro
2.Artikel 6:136 BW Pro
3.Artikel 6:272 BW Pro