Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 4,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder heeft bij de huurcommissie een verzoek tot huurprijsverlaging ingediend voor zijn studio. De huurcommissie stelde de huurprijs vast op €272,52 per maand, gebaseerd op een puntentelling die het energielabel, de WOZ-waarde en het beschermd stads- en dorpsgezicht betrof.
De verhuurder was het niet eens met deze uitspraak en verzocht de kantonrechter om de huurprijs vast te stellen op de overeengekomen €580 per maand. De kantonrechter beoordeelde de discussiepunten over het energielabel, de WOZ-waarde en de status van beschermd stads- en dorpsgezicht.
De kantonrechter oordeelde dat het energielabel A, vastgesteld op 12 december 2024, moet worden meegenomen omdat de feitelijke situatie op de ingangsdatum van 1 november 2024 gelijk was. Ook werd de WOZ-waarde van €178.000 per 1 januari 2025 gehanteerd, wat leidde tot een hogere puntentelling dan de huurcommissie had berekend.
Verder werd bevestigd dat het pand deel uitmaakt van een beschermd stads- en dorpsgezicht, waardoor een toeslag van 5% op de maximale huurprijs gerechtvaardigd is. De kantonrechter concludeerde dat de huurprijs van €580 per maand redelijk is en wees de vorderingen van de huurder toe, terwijl de vorderingen van de huurder in reconventie werden afgewezen.
De huurder werd veroordeeld tot betaling van het verschil in huurprijs en de proceskosten, terwijl de vordering tot huurprijsverlaging werd afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter stelt de huurprijs vast op €580 per maand en wijst de huurprijsverlaging van de huurcommissie af.