ECLI:NL:RBMNE:2026:2322
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening tegen CBR-besluit
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening aangevraagd tegen het besluit van het CBR om hem niet rijgeschikt te verklaren. Nadat het CBR het bezwaar van verzoeker gegrond heeft verklaard en het primaire besluit heeft ingetrokken, heeft verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het CBR.
De rechtbank heeft het CBR in de gelegenheid gesteld te reageren, waarop het CBR zich heeft geconformeerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat het CBR gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen door het bezwaar gegrond te verklaren en het besluit in te trekken.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelt het CBR tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het CBR verplicht is het griffierecht van € 200,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot het CBR moet wenden.
Uitkomst: Het CBR wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.