Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.RTL NEDERLAND B.V.,
2.
VIDEOLAND B.V.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
RTL en Videoland produceren een dramaserie over het Nederlandse koningshuis waarin een verhaallijn voorkomt over prinses A, de voormalig echtgenote van verzoeker. Verzoeker vreesde ongewenste en onjuiste berichtgeving over zichzelf en vroeg inzage in het scenario om te beoordelen of de wijze van afbeelden onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank overwoog dat het verzoek om inzage neerkomt op een voorlopige bewijsverrichting, bedoeld om bewijs te verzamelen voorafgaand aan een mogelijke rechtszaak. Hoewel dergelijke verzoeken in beginsel worden toegewezen, kan de rechter weigeren indien gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
De rechtbank stelde dat toewijzing van het verzoek een onaanvaardbare inperking van de vrijheid van meningsuiting zou betekenen, wat een grondrecht is verankerd in artikel 7 van Pro de Grondwet en artikel 10 EVRM Pro. Het recht op privacy en reputatiebescherming van verzoeker weegt in deze zaak minder zwaar, mede omdat er geen aannemelijke aanwijzingen zijn dat de serie onrechtmatig is of onherstelbare schade zal veroorzaken.
De rechtbank benadrukte dat de rechtmatigheid van publicaties in principe achteraf wordt beoordeeld en dat preventieve censuur slechts in uitzonderlijke gevallen is toegestaan. Gezien het ontbreken van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden wees de rechtbank het verzoek af.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om inzage in het scenario van de TV-serie wordt afgewezen vanwege bescherming van de vrijheid van meningsuiting.