Uitspraak
1.De procedure
- Mr. F.J. Bloem-Timmermans;
- [A] , manager facilitaire zaken en vastgoed bij verzoekster;
- [B] , HR business partner bij verzoekster;
- Mr. H.A.M. Pinckaers;
- [C] , verweerder in de hoofdzaak;
- Mr. Y.M. van der Meulen, de gemachtigde van [C] in de hoofdzaak.
2.Het wrakingsverzoek
Ter illustratie van de vooringenomenheid van de rechter worden door verzoekster in haar wrakingsverzoek een viertal voorbeelden genoemd. Deze voorbeelden bestaan eruit dat:
- de rechter bij aanvang aangaf dat zij het een lastige zaak vond, maar niet doorvroeg en geen open vragen stelde, zodat onduidelijk bleef wat er nu zo lastig was;
- de rechter smalend reageerde op een door verzoekster gegeven voorbeeld over het onvoldoende functioneren van de werknemer, waardoor de indruk werd gewekt dat de rechter het standpunt van verzoekster niet serieus nam;
- de rechter ervan uitging dat [C] (de verweerder in de hoofdzaak), zich onveilig had gevoeld en daarom opnames van een gesprek had gemaakt;
- de rechter geen open, maar gesloten vragen stelde waarin aannames lagen besloten.