ECLI:NL:RBMNE:2026:2379
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid door late indiening
Verzoekers dienden op 13 april 2026 een wrakingsverzoek in tegen mr. J. Wolbrink, de behandelend rechter in meerdere hoofdzaken. De wrakingskamer behandelde het verzoek op 21 april 2026 en oordeelde dat het verzoek niet tijdig en onvoldoende gemotiveerd was ingediend.
De gronden voor wraking werden pas op 20 april 2026 aangeleverd, terwijl verzoekers al op 10 maart 2026 wisten wie de behandelend rechter zou zijn. De wrakingskamer stelde dat het verzoek gemotiveerd en tijdig moet worden ingediend en dat het ontbreken daarvan leidt tot niet-ontvankelijkheid.
De wrakingskamer overwoog dat de vermeende vooringenomenheid van de rechter gebaseerd was op eerdere uitspraken in andere zaken, maar dat dit niet tijdig was aangevoerd. Het verzoek werd daarom geheel ongemotiveerd geacht en niet-ontvankelijk verklaard.
De wrakingskamer bepaalde dat de lopende procedures in de stand worden voortgezet zoals die was op het moment van schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens het niet tijdig en onvoldoende motiveren van het verzoek.