Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.Wat vaststaat
3.Het verzoek
4.De beoordeling
Betrokkene blijkt wel een voorgeschiedenis te hebben in de GGZ, zodat er mogelijk wel sprake is van multi-problematiek, maar op dit moment is dat nog niet duidelijk. Betrokkene verblijft nu vrijwillig in de instelling. Als dat op enig moment anders zou zijn, zal een crisismaatregel in het kader van de Wvggz verzocht worden.
Bovendien heeft het CIZ de dag na de inbewaringstelling bij de rechtbank een verzoek tot een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling voor de duur van zes weken gedaan.
Uit artikel 29 lid 4 en Pro lid 5 Wzd volgt dat de duur van de inbewaringstelling in dat geval pas eindigt op het moment dat de rechtbank - binnen de daarvoor geldende beslistermijn - op dat verzoek beslist heeft, dan wel als die beslistermijn is verlopen. Het verzoek van het CIZ was op het moment van de daartoe geplande zitting niet door het CIZ ingetrokken en ook de beslistermijn was nog niet verlopen, zodat de rechtbank daarop dient te beslissen.
Die combinatie van aandoeningen op grond van beide wetten wordt in dit verband aangeduid als ‘multi-problematiek’.
Gelet daarop kan de rechtbank niet anders dan het verzoek om voorzetting van de inbewaringstelling afwijzen.