9.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een
gedeelte van 6 (zes) maanden nietzal worden ten uitvoer gelegd,
tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer:
1 STK Munitie (omschrijving: PL0900-2025020923-3484324, knalpatroon);
- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:
1 STK Telefoontoestel (omschrijving: PL0900-2025020923-3484353, grijs, merk: Apple iPhone);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 4.080,96, bestaande uit een vergoeding van materiële schade ter hoogte van € 1.080,96 en een vergoeding van immateriële schade ter hoogte van € 3.000,00;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
ten aanzien van het toegewezen bedrag aan materiële schade met ingang van 13 mei 2026 tot de dag van volledige betaling;
ten aanzien van het toegewezen bedrag aan immateriële schade met ingang van 21 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,
met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade af;
- Veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- legt de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 4.080,96 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, vermeerderd met de wettelijke rente:
ten aanzien van het toegewezen bedrag aan materiële schade met ingang van 13 mei 2026 tot de dag van volledige betaling;
ten aanzien van het toegewezen bedrag aan immateriële schade met ingang van 21 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,
bij niet betaling aan te vullen met 40 (veertig) dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededaders op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. B.F. Hammerle en
mr. P.C. Quak, in tegenwoordigheid van mr. R.R.V. Joerawan als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
Mr. Quak, mr. Lemmen en mr. Joerawan zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 21 januari 2025 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n) door:
- een taxi bij die [slachtoffer] te bestellen en/of
- in de auto van die [slachtoffer] plaats te nemen en/of
- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, op het hoofd te slaan en/of
- de handen van die [slachtoffer] vast te houden en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tevoorschijn te halen en/of op het hoofd van die [slachtoffer] te richten en/of daarmee te slaan , en/of
- daarbij te roepen "Rolex".
Bijlage II: de bewijsmiddelen
In het
proces-verbaal van aangiftevan 21 januari 2025, genummerd 250121-45-135, heeft aangever [slachtoffer] onder meer het volgende verklaard:
Ik was op 21 januari 2025 aan het werk als taxichauffeur in Lelystad. Ik werd om 00.33 uur gebeld door telefoonnummer: [telefoonnummer] . Ik kreeg een jongen aan de telefoon. Ik hoorde hem zeggen dat hij een taxi nodig had vanaf de [adres] in [woonplaats] . Ik zag dat ik het volgende bericht kreeg van bovengenoemd telefoonnummer: 'op de parkeerplaats want ik moet lopen.' Ik kwam omstreeks 00.52 uur ter plaatse. Ik zag bij de garageboxen een jongen staan. Ik zag dat dat jongen rechts achterin het voertuig plaatsnam. Ik zag dat het portier aan de bestuurderskant van de taxi op dat moment werd open gedaan. Ik hoorde twee personen schreeuwen dat ik mijn Rolex af moest staan, dat ik hem moest af doen. Ik voelde dat ik op mijn hoofd werd geslagen. Ik heb zelf de neppe Rolex af gedaan en aan de persoon gegeven welke in mijn portier stond. Hij had mijn neppe Rolex zonder mijn toestemming en met gebruikmaking van geweld afgenomen. Ik heb aan het slaan op mijn hoofd een wond op mijn rechter wenkbrauw overgehouden.
In het
proces-verbaal aanvullend verhoor aangevervan 22 januari 2025, genummerd MD2R025010-17, heeft de aangever onder meer het volgende verklaard:
Toen ik de camerabeelden van de dashcam terugkeek, zag ik dat er een vuurwapen werd gebruikt door één van de overvallers. Het leek op een zwart pistool. Op de camerabeelden zag ik dat de overvallers met zijn drieën waren.
In het
proces-verbaal van bevindingenvan 21 januari 2025, genummerd MD2R025010-5, is onder meer het volgende geverbaliseerd:
De aangever heeft de camerabeelden van de dashcams van zijn auto vrijwillig afgestaan.
Hieronder de uitwerking van bestand: [bestandsnaam] :
Om 00:51:38 uur zag ik dat de auto tot stilstand kwam op de [adres] . Ik zag dat er een persoon stond te wachten. Hierna te noemen als jongen 1. Ik zag dat de jongen naar het voertuig toe liep.
Hieronder de uitwerking van bestand: [bestandsnaam] :
Om 00:51:50 uur stapte jongen 1 in het voertuig op de achterbank aan de passagierszijde.
Om 00:51:51 uur zag ik dat de bestuurdersdeur werd geopend. Ik zag dat er een persoon verscheen. Ik zag dat deze direct met zijn handen naar de aangever ging.
Om 00:51:52 uur zag ik dat jongen 1 met zijn rechtervuist een klap gaf op het achterhoofd van de aangever. Ik zag dat de persoon in het bestuurdersportier met 2 handen de handen van de aangever vast hield.
Om 00:51:52 uur zag ik dat er een derde hand verscheen uit het bestuurdersportier. Het kan niet anders zijn als dat er twee personen bij het bestuurdersportier stond. Ik zag dat er iets zwarts in de hand zat welke verscheen. Ik zag dat dit zwarte voorwerp op het gezicht terecht kwam van de aangever ter hoogte van de rechter wenkbrauw. Aan de contouren en hoe het voorwerp werd vastgehouden vermoed ik dat het om een vuurwapen ging. Ik hoorde geschreeuw met woorden als "Rolex".
Om 00:51:59 uur zag ik dat de aangever een horloge van zijn linkerpols af haalde. Ik zag dat jongen 1 de aangever vast hield bij zijn capuchon. Ik zag dat nadat het horloge van de pols los was jongen 1 nog een klap gaf met zijn vuist op het achterhoofd van de aangever.
In het
proces-verbaal van bevindingenvan 17 februari 2025, genummerd PL0900-2025020923-32, is onder meer het volgende geverbaliseerd:
Ik onderzocht het overzicht van de tapgesprekken in het onderzoek 03UMBRA24, ten behoeve van de diefstal Rolex, gepleegd op 21 januari 2025 aan de [adres] in [woonplaats] . Het voertuig waarin de opnameapparatuur vertrouwelijke communicatie (OVC) is geplaatst betreft een Toyota Aygo op naam van de moeder van [medeverdachte 5] .
NNM01, die in de uitwerking OVC ook ' [medeverdachte 5] ' wordt genoemd, moet daarom [medeverdachte 5] zijn.
NNM02 is [medeverdachte 6] .
NNM03 is [verdachte] . NNM03 wordt in de uitwerking OVC meermaals aangeduid als ' [bijnaam verdachte] ', ' [bijnaam verdachte] ', ' [bijnaam verdachte] ' of ' [iCloud account naam verdachte] '. In eerdere processen-verbaal is vastgelegd dat met name de bijnamen ' [bijnaam verdachte] ' en ' [bijnaam verdachte] ' worden gebruikt voor: [verdachte] (18 jr.). Verder is in diverse politieregistraties vastgelegd dat [verdachte] deel uitmaakt van de zogenaamde ' [naam groep] '- of [naam groep] en dat hij een bekende is van [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] . De persoon in de uitwerking OVC die ' [bijnaam verdachte] ', ' [bijnaam verdachte] ' of ' [iCloud account naam verdachte] ' wordt genoemd moet daarom [verdachte] zijn.
Er werd een uitwerking gemaakt van de opnamen vertrouwelijke communicatie (OVC) tussen de tijdstippen 00:06 uur en 23:45 uur, tijdzone UTC+0, op 21 januari 2025.
UTC+0: 00:06 uur (werkelijke tijd: 01:06 uur)
Op 21 januari 2025, werkelijke tijd 01:06 uur, ongeveer 15 minuten na de roof van het horloge, reden twee personen in de Toyota Aygo met het kenteken [kenteken] . Gedurende de gesprekken zou blijken dat deze personen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] zijn. [medeverdachte 6] belde met een onbekend persoon over de luidspreker van zijn telefoon. Hij vroeg de persoon of het gelukt was. [medeverdachte 6] vertelde dat ze een Rolex hebben gepakt. [medeverdachte 5] vroeg of die van [A] was. [medeverdachte 6] zei vervolgens dat ze hem hebben gepakt. Volgens [medeverdachte 6] heeft 'hij' dit met [medeverdachte 2] gedaan en met [medeverdachte 2] 's broertje.
‘NNM01: Met wie heeft ie het gedaan?
NNM02: [medeverdachte 2] .
.
NNM03 bevestigt dat hij 18 is en dat hij nu een beetje begint te jagen.
UTC+0: 00:22 uur (werkelijke tijd: 01:22 uur)
Om 01:22 uur werkelijke tijd zaten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] weer in samen de auto.
Hierna stapten meerdere personen in de auto, waaronder in elk geval [verdachte] en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 6] vroeg waar ze "die tjappie" hadden gepakt, waarop [verdachte] zei dat dit in [straat] was, twintig tot dertig minuten daarvoor. [medeverdachte 1] vertelde dat hij in de auto was en de man bij zijn nek pakte, waarbij hij zei: "Watcha inleveren". Een andere jongen begon hem te klappen met die 'b'. Hierna bespraken de jongens de mogelijkheid dat het horloge nep is, omdat het slachtoffer hem zo snel had afgegeven.
UTC+0: 01:03 uur (werkelijke tijd: 02:03 uur)
[verdachte] vertelde dat [bijnaam medeverdachte] , oftewel [medeverdachte 1] , met zijn blote gezicht in de auto was en dat zij daar met zijn tweeën buiten waren.
UTC+0: 01:08 uur (werkelijke tijd: 02:08 uur)
[verdachte] vertelde over een Rolex die hij in zijn zak had en dat ze hadden gesprint.
UTC+0: 03:51 uur (werkelijke tijd: 04:51 uur)
NNM02 noemt NNM03 ' [bijnaam verdachte] ' en zegt dat hij dingen niet in zijn osso moet stashen.
NNM03 zegt dat hij daarom niet osso gaat pitten, dat hij nu naar ' [medeverdachte 3] ' gaat, dat hij bang is dat [bijnaam medeverdachte] weet dat 'hun' nu bij ' [medeverdachte 3] ' zijn en dat zal zeggen als hij gecheesed wordt.
NNM01 vraagt of NNM03 zijn tellie mee had naar die torrie, waarna NNM03 zegt dat hij zijn tellie mee had.
NNM02 noemt NNM03 ' [iCloud account naam verdachte] '.
NNM03 zegt dat hij dat horloge in [naam groep] moet droppen.
UTC+0: 03:56 uur (werkelijke tijd: 04:56 uur)
In de auto werd [verdachte] gevraagd of hij 'hem' hard heeft gegeven. Hierop antwoordde [verdachte] bevestigend. Verder vertelde [verdachte] dat hij één keer "watcha af" heeft gezegd, omdat hij zich bedacht dat hij niks moest zeggen, en dat hij hem daarna gekolfd heeft, oftewel met het handvat van een pistool op het hoofd heeft geslagen.
NNM02: Heb je hem hard gegeven, [bijnaam verdachte] ?
NNM03: Ja man.
NNM01: Ja bro, hij ligt ziekenhuis bro.
NNM02: Waarom heb je hem zo hard geslagen dan?
NNM03: Ganoe. Ik zei: "Watcha af'. Toen kolfte ik hem, boem, haha.
UTC+0: 23:40 uur (werkelijke tijd: 22/01/2025 00:40 uur)
De persoon die via de luidspreker aan de telefoon is werd [medeverdachte 2] genoemd. Verder werd door [verdachte] verteld wie en hoe is ingestapt, hoe er "watcha af, watcha af" werd geroepen en hoe ze daarna naar de [straat] zijn gerend.
In het
proces-verbaal van bevindingenvan 27 februari 2025, genummerd MD2R025010-62, is onder meer het volgende geverbaliseerd:
Tijdens de aanhouding werd bij de verdachte de navolgende telefoon/gegevensdrager aangetroffen en in beslag genomen voor nader onderzoek.
Soort: Telefoon
Merk: Apple
Type: iPhone 11
Serienummer: [serienummer]
Apple ID: [Apple ID verdachte] @icloud.com
Onderzoek gegevensdrager
Ik zag een Whatsapp gesprek tussen [bijnaam medeverdachte] (owner) en Mama. Dit gesprek was gevoerd op 21 januari 2025 om 12.00 uur. Ik zag dat [bijnaam medeverdachte] schreef aan Mama dat hij zo thuis zou komen, dat hij bij [medeverdachte 2] was gaat slapen omdat het een beetje laat was.
Noot verbalisant: De verdachte NN02 zou zijn [medeverdachte 2] , geboren op [2006] .
Ik zag dat een app op de gegevensdrager gebruik heeft gemaakt van GPS locatie. Ik zag na onderzoek van deze GPS locatie het volgende. Op 21 januari 2025 om 00.59 uur was de locatie van de gegevensdrager [straat] ter hoogte van perceel [huisnummer] te [woonplaats] . In de kaart hieronder heb ik de incidentlocatie aangeduid met een rode punt en de GPS locatie van de gegevensdrager met een blauwe punt. De reistijd tussen beide punten zijn met een voertuig 5 minuten. Het incident heeft plaatsgevonden op 21 januari 2025 om 00.52 uur.
In het
proces-verbaal van bevindingenvan 13 februari 2025, genummerd PL0900-2025020923-31, is onder meer het volgende geverbaliseerd:
Ik ben jeugdagent in de gemeente Lelystad. Ongeveer twee jaar geleden hoorde ik regelmatig de naam [bijnaam verdachte] . Ik hoorde van jongeren dat ze hem [bijnaam verdachte] of [bijnaam verdachte] noemden, omdat zijn naam zo moeilijk was om uit te spreken en dat dit uiteindelijk zijn bijnaam was geworden. Ik hoorde destijds dat hij ongeveer 16 jaar oud was en dat hij getint was en dat hij donkere krullen had. Ik hoorde van de jongeren dat [bijnaam verdachte] twee broertjes had en dat hij op de [straat] woonde.
In die tijd werd door veel collega's veelvuldig gecontroleerd en personalia genoteerd en vastgelegd is onze systemen. Ik zag dat tijdens deze controles regelmatig [verdachte] werd gecontroleerd. Ik zag in het systeem dat [medeverdachte 3] twee broertjes had en op de [adres] woonde. Ik zag dat [medeverdachte 3] een Colombiaanse moeder had en het was dus aannemelijk voor mij dat [medeverdachte 3] getint was en dat hij krulletjes zou kunnen hebben.
In de maanden daarna kwam ik [medeverdachte 3] regelmatig tegen op straat. Ik hoorde dat de jongeren om hem heen hem [bijnaam verdachte] noemden. Begin dit jaar werd ik door [medeverdachte 3] benaderd op het Instagram account van de jeugdagenten van Politie Lelystad. Hij wilde me graag spreken en zijn Instagram account was op dat moment [Instagram account verdachte] .
In het
proces-verbaal van bevindingenvan 13 februari 2025, genummerd PL0900-2025020923-28, is onder meer het volgende geverbaliseerd:
Ik kreeg het verzoek of ik in mijn hoedanigheid van PGA (persoon gebonden aanpak) functionaris bekend was met een persoon met de bijnaam [bijnaam verdachte] . Ik ben thematisch wijkagent zorg en veiligheid voor het basisteam Lelystad. Ik heb in 2022 [verdachte] aangemeld voor de persoonsgerichte aanpak (PGA). Dit was naar aanleiding van veelvuldig politiecontacten. [medeverdachte 3] maakt onderdeel uit van de [naam groep] te Lelystad. Hierbij heb ik in de aanloop tot de aanmelding diverse keren op straat contact gehad met de [naam groep] en sprak ik ook met [medeverdachte 3] . Ik hoorde diverse leden van de [naam groep] [medeverdachte 3] aanspraken als zijnde " [bijnaam verdachte] ". Ook het contact met buurtbewoners en slachtoffers hoorde ik dat ze [medeverdachte 3] " [bijnaam verdachte] " noemden. Hierdoor kan ik verbalisant verklaren dat als er gesproken wordt over " [bijnaam verdachte] " dat hierbij de volgende persoon word bedoeld: [verdachte] .
In het
proces-verbaal van bevindingenvan 10 februari 2025, genummerd 2502101004.PVB, is onder meer het volgende geverbaliseerd:
In dit proces-verbaal staat omschreven hoe uit feiten en omstandigheden is gebleken dat de
bijnamen ‘ [bijnaam verdachte] ’, ‘ [bijnaam verdachte] ’ en ‘ [iCloud account naam verdachte] ’ gebruikt worden als bijnamen voor [verdachte] , geboren op [2006] te [geboorteplaats] .
De gesprekken die in dit proces-verbaal zijn gebruikt, zijn afkomstig uit de opgenomen
telecommunicatie van de verdachte [medeverdachte 6] . Op 13 januari 2025 vond er een gesprek plaats tussen meerdere personen, waaronder [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] . Tijdens dit gesprek werd door [medeverdachte 6] aangegeven dat hij ‘ [bijnaam verdachte] ’ heel graag wilde spreken. Kort daarna werd het telefoonnummer [telefoonnummer] , hierna [medeverdachte 3] genoemd, toegevoegd aan het al lopende gesprek. In de uitwerking van dit gesprek wordt [medeverdachte 3] als gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] omschreven als ‘NNM8438’.
Nadat het telefoonnummer werd toegevoegd, werd [medeverdachte 3] tijdens het gesprek door een van de betrokkenen in het gesprek opnieuw ‘ [bijnaam verdachte] ’ genoemd. Vervolgens werd [medeverdachte 3] door de betrokkenen in het gesprek meerdere malen ‘ [iCloud account naam verdachte] ’ genoemd. Later in ditzelfde gesprek werd [medeverdachte 3] bij zijn volledige naam genoemd. Dit blijkt uit onderstaande uitspraak:
NNM0072 zegt dat ze zeggen dat ' [verdachte] ' de brug tot de jongere jongens heeft.
Daarop reageerde [medeverdachte 3] met onderstaande:
NNM8438 vraagt of ze echt hadden gezegd dat hij de brug is. Daarop zegt NNM0072 dat ze zeggen dat hij (NNM8438) het was.
Later in ditzelfde gesprek werd [medeverdachte 3] opnieuw ‘ [iCloud account naam verdachte] ’ genoemd.
(Bron: TA011, doelproductnummer 21 in combinatie met TB004, doelproductnummers 14693, 14695, 14696)
Op 15 januari 2025 vond er een gesprek plaats tussen meerdere personen, waaronder [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] . Tijdens dit gesprek werd er door een van de betrokkenen in het gesprek aangegeven dat hij werd gebeld door ‘ [bijnaam verdachte] ’. Kort daarna werd het eerder genoemde telefoonnummer [telefoonnummer] toegevoegd aan het al lopende gesprek.
In de uitwerking van het gesprek wordt [medeverdachte 3] als gebruiker van het telefoonnummer
[telefoonnummer] omschreven als ‘NNM8438’. Tijdens dit gesprek noemde [medeverdachte 6] [medeverdachte 3] ‘ [iCloud account naam verdachte] ’. Later in ditzelfde gesprek werd [medeverdachte 3] meerdere malen ‘ [iCloud account naam verdachte] ’ en ‘ [bijnaam verdachte] ’ genoemd.
Bovenstaande uitspraken maken het volgens het onderzoeksteam zeer aannemelijk dat met ‘ [bijnaam verdachte] ’, ‘ [bijnaam verdachte] ’ en ‘ [iCloud account naam verdachte] ’ de persoon [verdachte] , geboren op [2006] te [geboorteplaats] bedoeld wordt.
Op zittingvan 15 april 2026 heeft de verdachte onder meer verklaard:
Ik gebruik de naam [iCloud account naam verdachte] voor mijn iCloud-account. Het is geen bijnaam van mij, maar ik noem mijzelf zo.