In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van huurachterstand, boetes en kosten van de huurder. De huurder stelt dat zij de huurovereenkomst in december 2025 buitengerechtelijk heeft ontbonden en dat de huurachterstand verrekend moet worden met de waarborgsom.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de huurder de bedrijfsruimte feitelijk al heeft verlaten, maar dat de verhuurder een spoedeisend belang heeft bij ontruiming omdat hij een nieuwe huurder heeft gevonden en de ruimte aan die nieuwe huurder wil ter beschikking stellen. De buitengerechtelijke ontbinding is niet rechtsgeldig omdat niet aan de vereisten van ingebrekestelling en verzuim is voldaan.
De huurder is daarom gehouden tot betaling van de huur vanaf december 2025, minus de waarborgsom. Daarnaast worden de contractuele boetes en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vijf dagen en tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.