Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2442

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
17 mei 2026
Zaaknummer
11913141 \ LC EXPL 25-2065
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 BWArt. 6:89 BWArt. 6:52 BWArt. 6:74 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot betaling hoofdsom en bijkomende kosten wegens niet-nakoming huurkoopovereenkomst motor

Partijen sloten in 2017 een huurkoopovereenkomst voor een motor. Gedaagde betaalde meerdere huurtermijnen niet, waarna Alpha Credit het gehele bedrag vervroegd opeiste op grond van de algemene voorwaarden.

Gedaagde voerde diverse verweren aan, waaronder dat de motor was gestolen en dat Alpha nalatig was in het doen van aangifte, alsmede een beroep op rechtsverwerking en verjaring. Deze verweren werden verworpen, mede omdat een bindende uitspraak van Kifid de vordering van Alpha bevestigde en gedaagde onvoldoende bewijs leverde.

Daarnaast stelde gedaagde zich op het standpunt dat hij als kleine ondernemer consumentenbescherming kon inroepen (reflexwerking), maar de kantonrechter oordeelde dat dit niet van toepassing was. De contractuele vertragingsrente en buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen.

De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van de hoofdsom van € 23.586,26, vertragingsrente, incassokosten en proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten wegens niet-nakoming van de huurkoopovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11913141 \ LC EXPL 25-2065
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van
ALPHA CREDIT NEDERLAND B.V.,handelend onder de naam
ALPHA PLUS,
te Bunnik,
eisende partij,
hierna te noemen: Alpha,
gemachtigde: Hanemaayer De Boer & Partners,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.C. de Graaff.

1.De zaak in het kort

Partijen hebben in 2017 een huurkoopovereenkomst voor een motor gesloten. [gedaagde] heeft meerdere huurtermijnen niet voldaan. Alpha heeft op basis van de algemene voorwaarden het gehele bedrag vervroegd opgeëist. [gedaagde] voert verschillende redenen aan waarom hij vindt dat hij het bedrag niet (meer) hoeft te betalen. De verweren van [gedaagde] slagen niet. De vordering van Alpha wordt toegewezen. Hieronder wordt uitgelegd waarom dat zo is.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 8 producties van 18 september 2025,
- de conclusie van antwoord met 1 productie,
- de conclusie van repliek met producties 9 en 10,
- de conclusie van dupliek.
2.2
Tenslotte is vonnis bepaald.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet de hoofdsom van € 23.586,26 aan Alpha betalen
3.1
De verweren van [gedaagde] slagen niet. De conclusie is dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 23.586,26. Hieronder wordt per verweer uitgelegd waarom het niet slaagt.
Het is niet onaanvaardbaar dat Alpha vasthoudt aan haar vordering
3.2
[gedaagde] voert aan dat de motor is gestolen. [gedaagde] verwijt Alpha dat zij niet heeft meegewerkt aan het doen van aangifte. [gedaagde] kon zelf de aangifte niet doen, omdat de motor op naam stond van Alpha als eigenaar. Omdat Alpha geen aangifte wilde doen, heeft de verzekering niet uitgekeerd. Daarnaast vindt [gedaagde] dat sprake is van rechtsverwerking, omdat Alpha zich een te lange tijd stil heeft gehouden. [gedaagde] betoogt dat hij er hierdoor gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Alpha haar aanspraak niet meer geldend zou maken.
3.3
Alpha betwist dat haar is verzocht om aangifte van de diefstal te doen. Alpha verwijst naar de uitspraak van het Kifid op de klacht die [gedaagde] had ingediend.
3.4
In de procedure bij het Kifid heeft [gedaagde] kwijtschelding van het openstaande krediet en verwijdering van de BKR-registratie gevraagd. Kifid heeft de vorderingen van [gedaagde] in de uitspraak van 6 december 2024 afgewezen. De uitspraak van Kifid is bindend. De kantonrechter sluit dan ook aan bij wat Kifid over de klacht van [gedaagde] heeft geoordeeld. Het oordeel van Kifid houdt in dat het niet onaanvaardbaar is dat Alpha vasthoudt aan haar vordering. [gedaagde] heeft niet kunnen aantonen dat hij Alpha heeft gevraagd om aangifte te doen en dat Alpha dit geweigerd heeft. Het is daarom niet vast komen te staan dat Alpha op dit punt nalatig is geweest.
Overigens geldt in de onderhavige procedure ook dat [gedaagde] niet heeft aangetoond dat hij Alpha heeft verzocht om aangifte te doen. De kantonrechter gaat voorbij aan het verzoek van [gedaagde] om de bewijslast op dit punt om te keren, omdat het Kifid hierover al geoordeeld heeft en deze uitspraak tussen partijen bindend is.
3.5
Kifid heeft verder geoordeeld dat [gedaagde] er na het vonnis van de rechtbank van 12 mei 2021 (waarin de garagehouder wordt veroordeeld om de motor aan de Alpha terug te geven) niet van uit mocht gaan dat hij het krediet niet meer hoefde terug te betalen, omdat in het vonnis niets wordt gezegd over de leaseovereenkomst tussen Alpha en [gedaagde] . Dit leidt ook in deze procedure tot de conclusie dat het beroep op rechtsverwerking niet slaagt.
Geen sprake van verjaring
3.6
[gedaagde] doet een beroep op verjaring. Dat beroep slaagt niet. Uit de brieven van Alpha (productie 9 bij dagvaarding) blijkt dat Alpha ook in de periode tussen 9 april 2018 en 4 juli 2024, namelijk op 20 september 2018, 27 juni 2019, 4 februari 2021, 9 maart 2021, 4 maart 2020, aanspraak op betaling heeft gemaakt door brieven aan [gedaagde] te sturen. Hoewel [gedaagde] heeft betwist dat hij de brieven heeft ontvangen, is er geen aanleiding om aan te nemen dat geen enkele van de brieven [gedaagde] heeft bereikt. Uit de mailwisseling die Alpha heeft overgelegd blijkt namelijk dat [gedaagde] op 29 maart 2024 heeft gereageerd op een e-mailbericht van Alpha van 20 mei 2021. Dit bericht moet [gedaagde] dus in ieder geval hebben ontvangen. Dit geldt als stuitingshandeling. De conclusie is dat van verjaring geen sprake is.
[gedaagde] moet de vertragingsrente en de buitengerechtelijke kosten vergoeden
3.7
De verweren van [gedaagde] tegen de bijkomende kosten slagen niet. Hieronder wordt per verweer uitgelegd waarom het niet slaagt.
[gedaagde] kan zich niet beroepen op consumentenbescherming
3.8
[gedaagde] voert aan dat hij zich, ondanks dat hij de overeenkomst als eenmanszaak heeft gesloten, kan beroepen op consumentenbescherming. Dit heet reflexwerking. [gedaagde] betoogt dat hij als kleine ondernemer opereerde met beperkte draagkracht en een kwetsbare positie. [gedaagde] had geen personeel in dienst, verrichte alle werkzaamheden zelfstandig en had geen juridische of financiële ondersteuning. Daardoor acht hij zijn positie vergelijkbaar met die van een consument. [gedaagde] vindt dat de rente onredelijk en disproportioneel is.
3.9
Het staat vast dat [gedaagde] de overeenkomst niet als consument maar onder zijn bedrijfsnaam ‘ [bedrijf] ’ heeft gesloten. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat toepassing van de reflexwerking voor de hand ligt in het geval dat een rechtspersoon wel in de uitoefening van haar beroep of bedrijf een overeenkomst sluit, maar die overeenkomst geen betrekking heeft op haar eigenlijke beroeps- of bedrijfsactiviteiten. [1] In dit geval gaat het niet om een rechtspersoon maar om een eenmanszaak en wordt de uitspraak analoog toegepast. Voor de vraag of [gedaagde] toch een beroep kan doen op de reflexwerking is van belang of zijn positie zozeer vergelijkbaar is met die van een consument, dat het aannemen van reflexwerking gerechtvaardigd is.
3.1
De kantonrechter oordeelt, ondanks hetgeen [gedaagde] heeft gesteld, dat hij in zijn verhouding tot Alpha niet als een consument kan worden aangemerkt. Het is aan [gedaagde] om relevante omstandigheden te stellen (en zo nodig te bewijzen) die erop wijzen dat sprake is van reflexwerking en dat het beding onredelijk bezwarend is. Niet is gesteld of gebleken dat het beroepsmatige gebruik van de motor verwaarloosbaar is ten opzichte van het privégebruik. Weliswaar is sprake van een klein bedrijf, namelijk een eenmanszaak, maar dit maakt niet dat het niet vanzelfsprekend is dat [gedaagde] als consument aangemerkt moet worden. De enkele stelling van [gedaagde] dat de contractuele vertragingsrente tot een buitensporige financiële last leidt, is naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende om vast te stellen dat sprake is van een onredelijk bezwarend beding. De overeenkomst is aangegaan voor 60 maanden (5 jaar) en doordat [gedaagde] niet is nagekomen is de overeenkomst vroegtijdig beëindigd. Op basis van de algemene voorwaarden is het gehele bedrag opeisbaar. De afspraak dat hierover een rente van 0,700% per maand in rekening wordt gebracht is op zichzelf niet onevenwichtig.
De vertragingsrente
3.11
[gedaagde] vindt dat de vertragingsrente moet worden afgewezen. De kantonrechter gaat daar niet in mee. Zoals hierboven is toegelicht, kan [gedaagde] zich niet beroepen op consumentenbescherming. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag contractuele rente worden overeengekomen. [gedaagde] is de contractuele rente verschuldigd, omdat hij met de betaling in verzuim is gebleven. De vertragingsrente van € 1.452,51 tot 5 september 2025 wordt toegewezen. [gedaagde] moet ook de contractuele rente betalen vanaf 5 september 2025 tot de dag van volledige betaling.
De buitengerechtelijke incassokosten
3.12
Alpha vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. Daarom zal de vordering worden getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Het gevorderde bedrag van € 1.223,14 is in overeenstemming met het wettelijke tarief en zal worden toegewezen.
De slotsom
3.13
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- Hoofdsom
- Vertragingsrente tot 5 september 2025
- Buitengerechtelijke incassokosten incl. btw


23.586,26
1.452,51
1.223,14
+
Totaal
26.261,91
[gedaagde] moet de proceskosten van Alpha vergoeden
3.14
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alpha worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
149,71
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.908,71

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Alpha te betalen een bedrag van € 26.261,91, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 0,674% per maand over een bedrag van € 23.586,26, met ingang van 5 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.908,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Voetnoten