Univé vordert betaling van achterstallige premies van een zakelijke autoverzekering die door gedaagde is afgesloten. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij een particuliere verzekering had en dat de premiestijging onterecht is vanwege twee schadegevallen waarbij hij niet aansprakelijk was.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde inderdaad een zakelijke verzekeringsovereenkomst heeft gesloten, zoals blijkt uit het polisblad en de gegevens van het bedrijf. De verzekering liep van 7 februari 2025 tot 31 mei 2025 als zakelijke verzekering, waarna deze op verzoek van gedaagde is omgezet naar een particuliere verzekering. Voor de periode van zakelijke verzekering is gedaagde premie verschuldigd.
De rechtbank volgt Univé in de uitleg dat de no-claimkorting mocht worden aangepast vanwege gedeelde aansprakelijkheid bij de schades in november 2023 en november 2024. Gedaagde is gebonden aan deze beslissing en had een klacht kunnen indienen. Zijn financiële situatie en schuldenproblematiek leiden niet tot kwijtschelding.
Daarnaast wordt Univé een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €1.105,27 aan premie en incassokosten, alsmede de proceskosten van €849,71. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.