Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding met producties van 14 juli 2025;
- het verwijzingsvonnis van de rechtbank Gelderland van 15 augustus 2025;
- de brief met producties van Eco Security van 26 augustus 2025;
- het proces-verbaal van de rolzitting van 24 september 2025, waarin de mondelinge conclusie van antwoord van Eco Security staat;
- de akte nadere producties van [eiser] van 30 december 2025;
- de akte nadere producties van Eco Security van 31 december 2025;
- de mondelinge behandeling van 14 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Eco Security hem daarvoor op basis van de gewerkte dagen en overeengekomen uurtarieven een bedrag van in totaal € 8.282,45 moet betalen. Eco Security heeft dat niet betwist, maar zegt dat zij die vordering kan verrekenen en dat zij na verrekening – waarmee zij [eiser] dus € 8.282,45 betaalt – [eiser] niets meer hoeft te betalen. Voor een geslaagd beroep op verrekening is nodig dat Eco Security een tegenvordering op [eiser] heeft. [1] De kantonrechter oordeelt dat Eco Security die niet heeft en overweegt daartoe als volgt.
Eco Security wordt nergens in de overeenkomst verboden. Voor zover [eiser] inderdaad klanten van Eco Security heeft benaderd, heeft hij daardoor dus geen boetes verbeurd. Tijdens de zitting heeft Eco Security verder gezegd dat [eiser] niet buiten haar om heeft gewerkt voor de klanten die hij volgens haar heeft benaderd. Ook blijkt nergens uit dat [eiser] klantinformatie of bedrijfsgegevens van Eco Security met anderen heeft gedeeld. Anders dan Eco Security heeft betoogd, is dat namelijk niet hetzelfde als het benaderen van klanten. Van het bestaan van een tegenvordering in de vorm van een boete is dus geen sprake.
De veroordeling tot betaling van wettelijke handelsrente houdt van zichzelf al in dat verschenen rente na een jaar bij de hoofdsom mag worden opgeteld. [4] De wettelijke handelsrente wordt dus alleen toegewezen over het bedrag aan al verschenen rente voor zover die een jaar is verschenen.
Over de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten kan alleen de wettelijke rente [5] worden toegewezen, omdat dat geen vordering is die voortkomt uit een handelsovereenkomst.