Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2464

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
UTR 25/4716
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens te late indiening via veilig mailen

Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de eerdere uitspraak van 15 december 2025, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Opposant stelde dat het beroepschrift tijdig op 28 mei 2025 via Veilig Mailen was ingediend. De rechtbank moest beoordelen of het beroep daadwerkelijk tijdig was ingediend en of de eerdere niet-ontvankelijkverklaring terecht was.

De rechtbank overwoog dat hoewel het procesreglement indient via Veilig Mailen niet toestaat, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet expliciet voorschrijft op welke wijze een beroepschrift moet worden ingediend, behalve dat het schriftelijk moet zijn. De rechtbank concludeerde dat het beroep via Veilig Mailen als tijdig ingediend moet worden beschouwd, omdat het beroepschrift op 28 mei 2025 door de rechtbank is ontvangen.

Daarom was het niet juist om het beroep zonder zitting niet-ontvankelijk te verklaren. Het verzet is gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat. De rechtbank merkt op dat dit nog niet betekent dat opposant gelijk krijgt in de inhoudelijke zaak. De beslissing over proceskosten wordt uitgesteld tot de einduitspraak.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd, waarna de procedure wordt hervat.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4716-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2026 op het verzet van

[opposant] , te [plaats] , opposant,

(gemachtigde: mr. J.E. Jalandoni),

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het besluit van
16 april 2025.
In de uitspraak van 15 december 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 15 december 2025 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant te laat beroep heeft ingediend. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 15 december 2025 niet juist was.
3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 15 december 2025 onjuist, omdat hij zijn beroepschrift al op 28 mei 2025 via Zivver heeft ingediend. Opposant voert aan dat de rechtbank op diezelfde datum een bericht heeft verzonden waarin in de eerste zin wordt vermeld dat het voor procespartijen mogelijk is om digitaal te procederen. In de tweede zin wordt vervolgens pas aangegeven dat, vanwege deze mogelijkheid tot digitaal procederen, het gebruik van veilig mailen niet langer is toegestaan. Voorts stelt opposant dat, vanwege het feit dat er geen bericht meer kwam van de rechtbank, op 15 augustus 2025 bij de rechtbank is geïnformeerd naar de stand van zaken. De rechtbank heeft opposant geïnformeerd dat het beroep niet in behandeling was genomen, waarop opposant direct dezelfde dag nog opnieuw beroep heeft aangetekend via het digitale portaal.
4. De rechtbank heeft kort samengevat overwogen dat het beroepschrift niet via Veilig Mailen kon worden ingediend. De rechtbank heeft daarmee (impliciet) geoordeeld dat van een indiening van het beroepschrift als bedoeld in de Awb geen sprake is.
5. Vast staat dat het beroepschrift van 26 mei 2025 door de rechtbank is ontvangen op
28 mei 2025 en dat dit is verstuurd via Veilig Mailen. De vraag is of opposant daarmee het beroep heeft ingediend, zoals bedoeld in de Awb.
6. De rechtbank is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Daartoe wordt als volgt overwogen. De Awb schrijft niet expliciet voor op welke wijze een beroepschrift moet worden ingediend. Dat dit schriftelijk dient te geschieden staat wel vast, maar bepaalde wijzen van indiening zijn verder niet uitgesloten. Uit het procesreglement volgt weliswaar dat een beroepschrift zoals in deze zaak is ingediend per Veilig Mailen niet in behandeling wordt genomen, maar het is de vraag of in een procesreglement wettelijke bepalingen uit de Awb op deze manier kunnen worden ingeperkt. De rechtbank is van oordeel dat dit niet kan. Daarbij is van belang dat bij andere gebreken aan de indiening van een beroepschrift, die wel bij wet zijn geregeld, een doorzendplicht geldt of een termijn wordt geboden om een verzuim te herstellen. Bij deze indiening die niet in lijn is met het procesreglement zijn de nadelige gevolgen voor een rechtzoekende veel groter.
7. Het voorgaande klemt des te meer nu in de reactie van de rechtbank op het ingediende beroep per Veilig Mailen wel valt te lezen dat een andere digitale weg open staat, maar in deze reactie staat niet expliciet dat het reeds ingediende beroep verder niet in behandeling wordt genomen.
8. De rechtbank is van oordeel dat de zaak niet zonder zitting niet-ontvankelijk verklaard had kunnen worden, omdat het beroep tijdig is ingediend. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 15 december 2025 vervalt (op grond van artikel 8:55, negende lid, Awb).
9. De rechtbank hervat het onderzoek in de stand waarin dat zich bevond voordat de buiten-zitting uitspraak van 15 december 2025 werd gedaan. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank. Opposant krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposant gelijk zal geven in de beroepszaak. Dat moet nog beoordeeld worden.
10. De rechtbank neemt nu nog geen beslissing over de vergoeding van de proceskosten. Dit gebeurt pas in de einduitspraak over het beroep.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.