Eiseres heeft op 19 december 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiseres op 20 januari 2026 beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen, uiterlijk 12 februari 2027. Bij overschrijding van deze termijn geldt een dwangsom van € 50 per dag, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van € 54. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier D. van Grootel op 20 maart 2026.