ECLI:NL:RBMNE:2026:2688

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
UTR 26/748
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen parkeerbelasting niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Eiser heeft op 22 januari 2026 beroep ingesteld tegen een besluit over parkeerbelasting. De rechtbank heeft eiser op 26 februari 2026 aangetekend verzocht het griffierecht van €54,- binnen vier weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden.

Eiser heeft het griffierecht niet betaald en geen geldige reden aangevoerd voor deze nalatigheid. De rechtbank is daardoor niet bevoegd het beroep inhoudelijk te behandelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling en kent geen proceskostenvergoeding toe aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Veenendaal op 15 mei 2026 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/748

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en

Coöperatie ParkeerService U.A., gevestigd te Amersfoort, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser op 22 januari 2026 heeft ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 54,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 26 februari 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in die brief dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet op tijd betaald.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van L.S. Lith, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.