Eiseres heeft op 4 december 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiseres stelde verweerder op 15 december 2025 schriftelijk in gebreke, waarna zij op 14 januari 2026 beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, uiterlijk op 28 januari 2027. Bij overschrijding van deze termijn is een dwangsom van € 50,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder verplicht het door eiseres betaalde griffierecht van € 54,- te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 8 april 2026.