Eiseres heeft op 31 december 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks ingebrekestelling op 6 januari 2026. Eiseres stelde vervolgens op 4 februari 2026 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een nadere beslistermijn uiterlijk 24 februari 2027 een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 467,- en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 54,-. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 22 april 2026.