Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.Het geschil in het kort
3.De beoordeling
kennen of kunnenvan een leerling die is geëxamineerd of getoetst, dan wel inhoudende de vaststelling van opgaven, beoordelingsnormen of nadere regels voor die examinering of toetsing. Als het besluit onder de reikwijdte van artikel 8:4 lid 3 sub b Awb Pro valt, dan zou dat betekenen dat voor [eiser] de route naar de bestuursrechter niet openstaat. Slechts in dat geval is de civiele rechter, en dus ook de voorzieningenrechter, als ‘restrechter’ bevoegd.
Aan de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen komt de voorzieningenrechter niet toe.