Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2718

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
C/16/609540 / FV RK 26-876
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens depressie met psychotische kenmerken

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 april 2026 een zorgmachtiging toegekend aan betrokkene, geboren in 1998, vanwege een psychische stoornis bestaande uit een depressie met psychotische kenmerken en vermoedens van een autismespectrumstoornis. De machtiging is verleend voor de duur van zes maanden, ondanks het verzoek van de officier van justitie voor twaalf maanden.

De rechtbank baseert haar oordeel op een medische verklaring en het zorgplan, waarin is vastgesteld dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat betrokkene de medicatie niet vrijwillig wil accepteren en meer autonomie wenst.

De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles, therapeutische maatregelen en beperkingen in de vrijheid, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Bij verslechtering kan ook opname en bewegingsbeperking worden toegepast. De rechtbank benadrukt dat er vertrouwen is dat betrokkene in de toekomst vrijwillige zorg zal accepteren en dat de verplichte zorg als vangnet dient.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden wegens noodzaak van verplichte zorg bij psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/609540 / FV RK 26-876
Datum uitspraak: 20 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.G.J. Booij.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 2 april 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [A] , maatschappelijk werker.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden.
Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een depressie met psychotische kenmerken. Daarnaast zijn er vermoedens op een autismespectrumstoornis, waarvoor een onderzoek is gestart. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 1 april 2026.
3.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
3.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
3.5.
Hoewel de advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek, oordeelt de rechtbank anders. De maatschappelijk werker heeft ter zitting toegelicht dat betrokkene de zorg en medicatie accepteert juist omdat deze onder de zorgmachtiging wordt aangeboden. Betrokkene heeft zelf namelijk het gevoel dat het niet meer nodig is en wil het liefst stoppen met de medicatie. Daarnaast wil betrokkene graag meer regie en autonomie. De komende periode wil de betrokken hulpverlening gaan gebruiken om betrokkene hierin te ondersteunen, zodat hij uiteindelijk de regie weer zelf kan oppakken. Op dit moment acht de betrokken hulpverlening het echter nog te vroeg om dit zonder juridisch kader te doen.
De rechtbank volgt deze visie en zal daarom het verzoek om de zorgmachtiging te verlenen toewijzen.
3.6.
Er zijn (op dit moment nog) geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig. De rechtbank wil benadrukken dat zij er vertrouwen in heeft dat er in de toekomst wél mogelijkheden zijn om de zorg op vrijwillige basis te kunnen voortzetten. Daar zal de zorg de komende tijd op gericht moeten zijn.
3.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
3.8.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
3.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
3.10.
De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor de duur van zes maanden.
Het vertrouwen bestaat dat betrokkene uiteindelijk hulp zal aanvaarden op vrijwillige basis, maar het is nu nog te vroeg om de verplichte zorg niet meer als vangnet te houden.
De komende periode zullen de gesprekken die de hulpverlening heeft met betrokkene stapsgewijs worden afgebouwd om hem meer regie en autonomie te geven. In dit kader past een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. en 3.7. staan kunnen worden toegepast;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 oktober 2026;
4.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door A.M.J. van der Weide, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 23 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.