Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
Er is niet voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Uit de processtukken en toelichtingen ter zitting blijkt dat betrokkene niet in beeld is bij de hulpverlening. Dat maakt dus dat het niet danwel onvoldoende duidelijk is dat betrokkene zorg nodig heeft. Daarnaast is het niet bekend of betrokkene daadwerkelijk niet openstaat voor zorg, wanneer deze nodig zou zijn. Een zorgmachtiging kan daarbij niet worden ingezet wanneer niet bekend is waar betrokkene verblijft en hoe hij te bereiken is, en dat is nu volgens de psychiater aan de orde. De rechtbank is daarom van oordeel dat een zorgmachtiging niet doelmatig is op dit moment en wijst het verzoek af.