Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2719

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
C/16/609527 / FV RK 26-872
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek zorgmachtiging wegens onbekende verblijfplaats en geen noodzaak tot zorg

De rechtbank Midden-Nederland ontving op 2 april 2026 een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1995 in Venezuela, zonder vaste woon- of verblijfplaats. De zitting vond plaats op 20 april 2026, waarbij de advocaat en een psychiater werden gehoord. Betrokkene was niet aanwezig en had de aangetekende oproep niet afgehaald.

De psychiater verklaarde sporadisch contact te hebben gehad met betrokkene via e-mail en enkele persoonlijke ontmoetingen, waarbij betrokkene geen zorg wilde en deze niet nodig vond. De advocaat gaf aan niet gemachtigd te zijn een standpunt namens betrokkene in te nemen vanwege het ontbreken van contact.

De rechtbank concludeerde dat niet was voldaan aan de voorwaarden van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Betrokkene was niet in beeld bij de hulpverlening, zijn verblijfplaats was onbekend en het was onduidelijk of hij openstond voor zorg. Hierdoor was het niet doelmatig een zorgmachtiging te verlenen, en het verzoek werd afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om een zorgmachtiging wordt afgewezen wegens onbekende verblijfplaats en onvoldoende duidelijkheid over zorgbehoefte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/609527 / FV RK 26-872
Datum uitspraak: 20 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1995 in Venezuela,
hierna: betrokkene,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
advocaat: mr. B.H.J. van Rhijn.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 2 april 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat;
- [A] , psychiater.
1.3.
Er was een tok Spaans aanwezig voor betrokkene.
1.4.
Betrokkene was niet aanwezig. Uit het track&trace-systeem van PostNL blijkt dat hij de aangetekende oproep die aan hem is verstuurd niet heeft afgehaald. Zowel de advocaat als de psychiater hebben geen contact (gehad) met betrokkene. Het is niet bekend of betrokkene weet dat de mondelinge behandeling vandaag plaatsvindt.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank deze beslissing heeft genomen.
3.2.
De psychiater heeft uitgelegd dat hij een aantal keer contact heeft gehad met betrokkene per e-mail en hem een enkele keer in persoon heeft gezien. Hij voegt daaraan toe dat betrokkene sporadisch reageert op de e-mailberichten die aan hem worden verzonden vanuit de hulpverlening. Volgens de psychiater staat het vast dat betrokkene geen zorg wil en de zorg niet nodig vindt, gelet op zijn reacties op de e-mailberichten en de momenten dat hij in persoon is gezien. Verder heeft de psychiater erkent dat het op deze manier lastig is om de zorgmachtiging daadwerkelijk in te zetten, omdat niet bekend is waar betrokkene verblijft en of hij in Nederland is.
3.3.
De advocaat heeft naar voren gebracht dat hij niet gemachtigd is om namens betrokkene een standpunt naar voren te brengen, omdat hij geen contact heeft gehad met betrokkene.
3.4.
De rechtbank zal het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen afwijzen.
Er is niet voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Uit de processtukken en toelichtingen ter zitting blijkt dat betrokkene niet in beeld is bij de hulpverlening. Dat maakt dus dat het niet danwel onvoldoende duidelijk is dat betrokkene zorg nodig heeft. Daarnaast is het niet bekend of betrokkene daadwerkelijk niet openstaat voor zorg, wanneer deze nodig zou zijn. Een zorgmachtiging kan daarbij niet worden ingezet wanneer niet bekend is waar betrokkene verblijft en hoe hij te bereiken is, en dat is nu volgens de psychiater aan de orde. De rechtbank is daarom van oordeel dat een zorgmachtiging niet doelmatig is op dit moment en wijst het verzoek af.

4.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door A.M.J. van der Weide, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 23 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.