ECLI:NL:RBMNE:2026:2722

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
C/16/586098 / FL RK 24-1242
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:88 BWArt. 1:99 lid 1 sub b BWArt. 3:296 lid 2 BWArt. 3:300 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en schulden na echtscheiding

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 21 april 2026 uitspraak gedaan in een civiele procedure over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen die in gemeenschap van goederen waren getrouwd. De procedure betrof onder meer de toedeling van de woning, bankrekeningen, ondernemingen in Zuid-Afrika en Nigeria, diverse percelen grond in Nigeria, een auto, inboedel en schulden.

Partijen waren het over een aantal zaken eens, zoals de toedeling van de woning aan de man onder voorwaarde van taxatie en overname binnen vier maanden, waarbij de vrouw recht heeft op de helft van de overwaarde. De rechtbank bepaalde dat de taxatiekosten en notariële kosten bij helfte door partijen worden gedragen. De auto wordt verkocht en de opbrengst verdeeld. De ondernemingen worden verkocht en de opbrengst verdeeld, waarbij de vrouw als enig aandeelhouder de verkoop moet faciliteren. Diverse bankrekeningen worden verdeeld op basis van de saldi op de peildatum 15 december 2023.

De rechtbank oordeelde dat bepaalde percelen in Nigeria niet tot de gemeenschap behoren, zoals een appartementencomplex dat eigendom is van de moeder van de vrouw en een pand dat aan de dochter van de vrouw is geschonken. Schulden aan mevrouw [A] worden verdeeld, maar een lening van de heer [B] werd niet vastgesteld als onderdeel van de gemeenschap. De rechtbank wees verzoeken af die onvoldoende waren onderbouwd of niet konden worden vastgesteld.

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Tegen de beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank stelt de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vast en bepaalt de interne draagplicht van schulden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/586098 / FL RK 24-1242
Echtscheiding
Beschikking van 21 april 2026
in de zaak van:
[de man],
wonende in [plaats 1] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. S. Flantua,
tegen
[de vrouw],
wonende in [plaats 1] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M. van Gemert.

1.De procedure

1.1
De rechtbank heeft op [2024] de beslissing op de verzoeken over de verdeling van de huwelijksgemeenschap van partijen uitgesteld in afwachting van een nog te plannen mondelinge behandeling (zitting).
1.2
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
  • het bericht van de vrouw van 13 maart 2025;
  • het bericht van de vrouw van 28 februari 2026 met productie 35 tot en met 53;
  • het bericht van de man van 2 maart 2026 met productie 29 tot en met 31.
1.3
De verzoeken zijn besproken tijdens de zitting van 13 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de man met zijn advocaat;
  • de vrouw met haar advocaat en voor de vrouw als tolk: Z.K. Potani.

2.Waar de procedure over gaat

2.1
Voor de vaststaande feiten verwijst de rechtbank naar de beschikking van
[2024] . De echtscheiding is op [2025] ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
2.2
De man verzoekt het volgende ten aanzien van de verdeling. De wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vast te stellen, inhoudende dat:
primair:
de woning
I. de koopwoning aan de [straat] [nummer] in [plaats 1] (hierna: de woning) aan de man wordt toebedeeld voor de nog te taxeren waarde, waarbij de man binnen vier maanden na de datum van het taxatierapport de vrouw dient te ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid betreffende de op de woning rustende hypothecaire geldlening en de vrouw recht heeft op de helft van de op de woning rustende overwaarde (taxatiewaarde -/- restant saldo hypothecaire geldlening);
II. de taxatiekosten van de echtelijke woning bij helfte door partijen worden gedragen;
III. de notariële kosten betreffende de notariële toedeling van de echtelijke woning aan de man bij helfte door partijen worden gedragen;
schuld Defam
IV. partijen zijn gehouden de huwelijkse schuld bij de Defam vanaf 15 december 2023 ieder voor de helft dragen;
bankrekeningen
V. de helft van het saldo van € 542,48 per 15 december 2023 op de en/of rekening met nummer [rekeningnummer 1] aan de vrouw toekomt, alsmede de vrouw te verplichten om op eerste verzoek daartoe haar benodigde medewerking te verlenen aan de naamwijziging van dat rekeningnummer, inhoudende dat het rekeningnummer alleen op naam van de man komt te staan;
VI. de helft van saldo van € 744,41 per 15 december 2023 op de op naam van de man staande rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 2] aan de vrouw toekomt;
VII. de helft van saldo van p.m. per 15 december 2023 op de op naam van de vrouw staande rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 3] aan de man toekomt;
VIII. de helft van saldo van p.m. per 15 december 2023 op de op naam van de vrouw staande rekening bij de Zenith Bank Nigeria met nummer [rekeningnummer 4] aan de man toekomt;
IX. de helft van saldo van p.m. per 15 december 2023 op de op naam van de vrouw staande (Fixed deposit) rekening bij de Zenith Bank Nigeria met nummer [rekeningnummer 5] aan de man toekomt;
ondernemingen
X. aan de man toekomt de helft van de waarde van de aandelen in de onderneming [onderneming 1] LTD in Zuid-Afrika, inhoudende dat aan de man een bedrag van € 71.000,- toekomt;
XI. de tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behorende aandelen in de onderneming [onderneming 2] LTD in Nigeria worden toebedeeld aan de vrouw, uit hoofde waarvan de helft van de waarde van de aandelen in die onderneming aan de man toekomt, inhoudende dat aan de man een bedrag van € 30.000,- toekomt;
percelen Nigeria
XII. het perceel in Nigeria, kadastraal aangeduid [locatie 1] , voor een waarde van € 40.000,- aan de vrouw wordt toebedeeld, uit hoofde waarvan de man een bedrag van € 20.000,- toekomt;
XIII. het perceel in Nigeria met daarop een appartementsgebouw met daarin vier appartementen en één studio, kadastraal aangeduid [locatie 2] ), voor een waarde van € 80.000,- aan de vrouw wordt toebedeeld, uit hoofde waarvan de man een bedrag van € 40.000,- toekomt;
XIV. het perceel in Nigeria met daarop twee appartementsgebouwen met daarin totaal zes appartementen, kadastraal aangeduid [locatie 3] , voor een waarde van € 80.000,- aan de vrouw wordt toebedeeld, uit hoofde waarvan de man een bedrag van € 40.000,- toekomt;
auto
XV. de personenauto van het merk BMW, type 3 serie, met kenteken [kenteken] voor een waarde van € 10.250,- aan de vrouw wordt toebedeeld, uit hoofde waarvan de man een bedrag van € 5.125,- toekomt;
inboedel
XVI. de boxspring, IKEA-kast, nader over een te komen foto’s van de overleden zoon van partijen en de opoefiets van de overleden zoon aan de vrouw toekomt, waarna de inboedelgoederen met gesloten beurzen is verdeeld;
vordering belastingdienst
XVII. de vrouw aan de man een bedrag van € 194,- moet voldoen ter zake de aanslag IB 2023;
overig
XVIII. alle over en weer te betalen bedragen, voor zover de op de woning rustende overwaarde daartoe toereikend is, verrekend zullen worden met het bedrag dat de man uit hoofde van de toedeling van de echtelijke woning aan de vrouw moet voldoen.
Subsidiair:de wijze van verdeling in goede justitie door de rechtbank wordt vastgesteld.
2.3
De vrouw vindt dat de verzoeken van de man (deels) moeten worden afgewezen. Zij verzoekt de rechtbank – na intrekking van een aantal verzoeken – om:
De woning
A. primair:
in deze de wijze van verdeling van de woning staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats 1] aan de [straat] nr. [nummer] te gelasten:
Overname woning Nederland door man
  • de man noemt binnen één week na de datum van deze beschikking drie erkende NVM-makelaars aan de vrouw, van wie de vrouw er binnen één week daarna één uitkiest die belast wordt met de taxatie van de woning. Indien de man niet binnen de termijn van één week drie makelaars voorstelt, is de vrouw gerechtigd zelf een makelaar te kiezen. Indien omgekeerd de vrouw niet binnen één week uit de drie voorgestelde makelaars een keuze maakt, is de man gerechtigd om zelf een van de makelaar uit te kiezen;
  • partijen zullen binnen een week nadat de vrouw haar keuze aan de man kenbaar heeft gemaakt opdracht geven aan de makelaar de woning bindend te taxeren tegen de actuele waarde. Indien slechts een van de partijen binnen deze termijn een opdracht aan de makelaar heeft verstrekt, dan is deze na het verstrijken van de termijn bevoegd om als vertegenwoordiger van de andere partij de opdracht aan de makelaar te verstrekken;
  • te bepalen dat geen van partijen is aanwezig bij de taxatie, tenzij de makelaar dit wel noodzakelijk acht. In dat geval geldt dat de taxatie plaatsvindt in aanwezigheid van beide partijen;
  • te bepalen dat voornoemde taxatie slechts voor de duur van maximaal drie maanden geldig is waarbij de termijn van drie maanden aanvangt op de dag der taxatie en derhalve indien het passeren van de verdelingsakte eerst op een later moment dan voornoemde drie maanden plaatsvindt te bepalen dat de waarde opnieuw moet worden vastgesteld en wel op de waarde per datum van de nog plaats te vinden levering;
  • te bepalen dat de man de volledige kosten van de taxatie draagt;
  • te bepalen dat de man gedurende twee maanden na datum inschrijving echtscheiding de gelegenheid om de vrouw schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of hij de woning kan overnemen tegen de taxatiewaarde ervan, waarbij:
Verkoop woning Nederland
indien de man niet binnen de genoemde termijn van drie maanden bewijsstukken van de mogelijkheid tot kunnen overnemen met betaling van de aan de vrouw toekomende deel van de overwaarde heeft voldaan, dient de woning door partijen te koop worden aangeboden door de makelaar die de taxatie heeft verricht, waarbij geldt dat;
I. Primair: De vrouw te machtigen tot het te gelde maken van de onroerende zaak c.a., ook als dit dient in te houden dat de vrouw tot ondertekening van een koopakte dan wel een machtiging aan de hypotheekverstrekker moet overgaan, plaatselijk bekend: [straat] nr. [nummer] te ( [postcode] ) [plaats 1] ;
Te bepalen dat het devrouw vrij staat de door de rechtbank in deze aan te wijzen NVM-makelaar in te schakelen voor voornoemde verkoop;
subsidiair: te bepalen dat partijen binnen een week nadat de hiervoor bedoelde omstandigheid zich voordoet een opdracht tot verkoop aan de makelaar te geven;
* te bepalen dat indien partijen niet uiterlijk binnen deze termijn gezamenlijk een verkoopopdracht hebben gegeven aan de makelaar, is ieder van partijen afzonderlijk bevoegd deze makelaar - mede als vertegenwoordiger van de ander - opdracht tot verkoop te geven;
II. partijen te gelasten in onderling overleg met de makelaar de vraagprijs, die dient te zijn gebaseerd op de woningmarkt ter plaatse en de kwaliteit van de woning, bepalen;
III. te bepalen dat indien partijen niet binnen twee weken na de opdrachtverlening aan de makelaar erin slagen om gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, te bepalen dat de makelaar de woning te koop moge aanbieden tegen een marktconforme vraagprijs;
IV. te bepalen dat partijen zijn gehouden de aanwijzingen van de makelaar op te volgen;
V. de man te gelasten om (steeds) aan de makelaar een toegangssleutel van de woning ter beschikking te stellen en meewerken aan verkoop bevorderende activiteiten, waaronder bezichtigingen van de woning door de makelaar met potentiële kopers op alle werkdagen, buiten aanwezigheid van partijen en/of andere personen en/of huisdieren, een van de straat af zichtbaar verkoopbord te plaatsen en of te laten plaatsen en laten nemen van verkoopfoto’s;
VI. de man te gelasten dat de woning, tuin, overige toebehoren steeds schoon, rookvrij, opgeruimd en verkoop klaar ter bezichtiging dient te worden aangeboden;
VII. primair: de man te veroordelen tot medewerking aan verkoop en overdracht van de woning te [straat] nr. [nummer] , zulks onder de bepaling dat bij gebreke van die medewerking het ten deze te wijzen vonnis de voor de verkoop en eigendomsoverdracht noodzakelijke rechtshandelingen van de man zal vervangen (art 3:300 BW Pro) en met de bepaling dat het ten deze te wijzen vonnis in de plaats zal treden van de wilsverklaring van de man en van de akte(n) of een deel daarvan, die opgemaakt dienen te worden uit hoofde van de uitvoering van het ten deze te wijzen vonnis;
subsidiair: te bepalen dat partijen inoverleg met de makelaar de verkoopovereenkomst zullen aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens beide partijen de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, zal de makelaar dit bindend kunnen bepalen;
VIII. te bepalen dat als de verkoopprijs bindend is vastgesteld beide partijen verplicht zijn hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning, met een zodanige oplevertermijn als de kopers willen accepteren, maar niet langer dan drie maanden na de ondertekening van de verkoopopbrengst;
IX. te bepalen dat de koopsommen dienen te worden benut ter voldoening van de voor rekening van de gemeenschap komende hypothecaire schulden en andere schulden;
X. te bepalen dat onder restant hypothecaire geldlening moet worden verstaande de hoogte van de restant schuld per de datum van de levering (aan de derde(n) dan wel aan de man);
XI. te bepalen dat de makelaars- en notariskosten voor rekening van partijen komen en dienen te worden voldaan uit de opbrengst van de verkoop dan wel door partijen bij helften moeten worden gedragen;
XII. de vrouw te machtigen zodanig dat zij bevoegd wordt al het nodige te doen om tot verkoop en levering van de woning over te kunnen gaan, mede ter verkrijging van algeheel royement van de geldverstrekker(s);
XIII. te bepalen dat de overwaarde van de woning te ( [postcode] ) [plaats 1] aan de [straat] nr. [nummer] aan beide partijen, ieder voor de helft toekomt, waarbij onder overwaarde dient te worden verstaan de koopprijs minus de hypothecaire geldleningen en de verkoopkosten (makelaarscourtage, notariskosten, kadasterkosten en de overige kosten ter zake van de verkoop en levering); dan wel een door uw rechtbank vast te stellen wijze van berekening van de overwaarde in goede justitie te bepalen;
XIV. de man te bevelen de woning uiterlijk 48 uur voor datum en tijdstip van de juridische levering aan de koper van de woning geheel, schoon en ontruimd ter beschikking van de koper(s) te stellen;
XV. voor zover de man in gebreke mocht blijven aan de onder XIV gegeven veroordeling te voldoen, de vrouw te machtigen de woning te ontruimen met behulp van de politie en justitie en op alle dagen en uren op kosten van de man;
XVI. het onder IV, V, VI en XIV gevorderde onder verbeurte van een dwangsom van
€ 1.000,-(zegge duizend euro) per dag, een gedeeltevan een dag te rekenen voor een gehele, voor iedere dag dat de vrouw, na betekening van de ten deze te geven beschikking, in gebreke mocht blijven aan de ten deze te geven veroordeling te voldoen,
Meer subsidiair
Een zodanige voorziening te treffen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.
Te bepalen dat de afwikkeling van de overige ontbonden gemeenschappen zodanig zal geschieden door:
schuld Defam
I. Interne draagplicht lening Defam
te bepalen dat partijen met betrekking totde schuld aan de Defam in de onderlinge verhouding van partijen voor een bedrag van ten hoogste € 9.765,35 (minus de na
1 maart 2024nog betaalde bedragen aan aflossingen) ieder voor de helft draagplichtig zijn en zodoende te verklaren voor recht dat de partijen in hun onderlinge verhouding ieder gehouden is de helft van de schuld aan de Defam voor zijn/haar rekening dient te nemen;
bankrekeningen
I. te bepalen dat het saldo op de peildatum op de gezamenlijke bank- en spaarrekening
( [rekeningnummer 1]
)bij helfte dient te worden verdeeld onder verplichting dat de bankrekening aan de man zal worden toegedeeld dan wel dat partijen per de eerst mogelijke datum deze rekening opheffen;
II. te bepalen dat de bankrekeningen ( [rekeningnummer 2] ) op naam van de man aan de man worden toegedeeld aan de man, met verdeling van het saldo op de peildatum bij helfte tussen partijen;
III. te bepalen dat de bankrekeningen ( [rekeningnummer 3] en Zenith Bank Nigeria [rekeningnummer 4] ) op naam van de vrouw worden toegedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening van het saldo op de peildatum;
ondernemingen
Onderneming Zuid Afrika
IV. De man te gelasten alle medewerking te verlenen aan het beëindigen van de onderneming, genaamd [onderneming 1] gevestigd in Zuid-Afrika;
B. teverklaren voor recht dat de partijen in hun onderlinge verhouding ieder gehouden is de helft van de negatieve waarde dan wel eventuele schuld(en) van de onderneming in Zuid-Afrika voor zijn/haar rekening dient te nemen;
Onderneming Nigeria
I. de man te gelasten om binnen 24 uur na afgifte van de in deze te wijzen beschikking de eigendomsakte van de percelen grond (volgens de man gelegen aan [.] ) bij uw rechtbank te deponeren;
II. aan de vrouw een nadere termijn te verlenen om na inzage van voornoemde akte zich nader uit te laten over de waarde van deze stukken grond;
III. alle medewerking te verlenen aan het beëindigen van de onderneming, genaamd [onderneming 2] Ltd gevestigd in Nigeria;
B. te verklaren voor recht dat de partijen inhun onderlinge verhouding ieder gehouden is de helft van de negatieve waarde dan wel eventuele schuld(en) van de onderneming in Nigeria voor zijn/haar rekening dient te nemen;
C. te bepalen dat een eventueel positief saldo op de bankrekening aangehouden in Nigeria op naam van de onderneming [onderneming 2] Ltd aan ieder der partijen voor één derde toekomt (daar de dochter van de vrouw voor de andere één / derde gerechtigd is);
schuld aan mw. [A]
IV. interne draagplicht leningen Zuid-Afrika (mw [A] )
A. te bepalen dat - indien de vrouw gehouden is de helft van de saldi van de op haar naam staande bankrekening aan de man te voldoen - partijen met betrekking tot de schuld aan de mevrouw [A] , wonende te [plaats 2] aan de [adres] , in de onderlinge verhouding van partijen voor een bedrag van ten hoogste totaal
€ 44.400,- (vermeerderd met rente) ieder voor de helft draagplichtig zijn en zodoende
B. te verklaren voor recht dat de partijen inhun onderlinge verhouding ieder gehouden is de helft van de schuld aan mevrouw voor zijn/haar rekening dient te nemen;
C. alsmede de man voorwaardelijk te veroordelen omde helft van de hoofdsom van de schuld aan de vrouw te voldoen op de voet van artikel 3:296 lid 2 BW Pro (in die zin voor zover de vrouw meer aan mevrouw [A] aflost dan haar aandeel, zijnde een bedrag van € 22.200,-);
althanseen zodanige beslissing in deze te wijzen als uw rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;
lening van de heer [B]
V. interne draagplicht lening de heer [B]
A. te bepalen dat -indien de vrouw gehouden is de helft van de saldi van de op haar naam staande bankrekening aan de man te voldoen - partijen met betrekking tot de schuld aan de heer [B] , in de onderlinge verhouding van partijen voor een bedrag van ten hoogste € 15.220,- ieder voor de helft draagplichtig zijn en zodoende
B. te verklaren voor recht dat de partijen inhun onderlinge verhouding ieder gehouden is de helft van de schuld aan de heer [B] voor zijn/haar rekening dient te nemen;
C. alsmede de man voorwaardelijk te veroordelen om de helft van de hoofdsom van de schuld aan de vrouw te voldoen op de voet van artikel 3:296 lid 2 BW Pro (in die zin voor zover de vrouw meer aan de heer [B] aflost dan haar aandeel, zijnde een bedrag van€ 7.610,-);
althans een zodanige beslissing in deze te wijzen als uw rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
auto
VI. te bepalen dat de auto merk BMW 3 serie (kenteken [kenteken] ) aan de man zal worden toegedeeld met veroordeling van de man om binnen zeven dagen na afgifte van de in deze te wijzen beschikking de helft van de waarde per datum indiening verzoek tot echtscheiding aan de vrouw te betalen;
danwel de auto zal worden verkocht en de waarde aan partijen ieder voor de helft toekomt;
inboedel
VII. de man te gelasten om binnen 7 dagen na afgifte van de in deze te wijzen beschikking aan de vrouw de navolgende spullen, zijnde boxspring bed, een bij de man genoegzaam bekend veronderstelde IKEA kast, alsmede alle foto's van de overleden zoon, de laptop alsmede de sportfiets van de zoon, af te geven, op verbeurte van een dwangsom van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), althans een zodanig termijn, dan wel bedrag, als uw rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, voor iedere dag, dat de man vanaf datum afgifte in gebreke blijft om aan het in dezen te wijzen vonnis te voldoen;
vordering belastingdienst
VIII. te bepalen dat eventuele teruggaven inkomstenbelasting voor zover die zien op de periode van het fiscaal partnerschap van partijen deze bij helfte dienen te worden verdeeld en eventuele aanslagen inkomstenbelasting voor zover die zien op de periode van het fiscaal partnerschap van partijen komen in hun onderlinge verhouding ieder voor de helft voor haar of zijn rekening;
overige verzoeken
IX. voor zover de man gehouden is stukken te deponeren dan wel te verstrekken aan de vrouw en de man deze verplichtingen niet tijdig nakomt zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag, met een maximum van € 5.000,00;
X. voor zover de man gehouden is aan de vrouw een nader vast te stellen bedrag te voldoen de man te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting om direct na afgifte van de beschikking tot betaling van die som over te gaan een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente over genoemd bedrag, en wel vanaf de dag van instellen van onderhavige verzoek dan wel een dusdanige dag als door Uw rechtbank in goede justitie te bepalen dag tot de dag der algehele voldoening
XI. de man te bevelen om door invulling en ondertekening van het overboekingsformulier de gemeente Lelystad opdracht te geven om de grafrechten van het grafnummer op begraafplaats te [plaats 1] over te boeken op naam van de vrouw, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 (zegge tweehonderdvijftig euro) per dag, met een maximum van € 10.000,00 (zegge tienduizend euro);
XII. de man te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de vrouw te betalen een gebruikersvergoeding, gelijk aan een bedrag van € 300, - per maand met ingang van de datum dat de man het uitsluitend gebruik van de gemeenschappelijke woning heeft, dan wel een zodanig door de rechtbank vast te stellen bedrag en met een ingangsdatum zoals de rechtbank dat in goede justitie zal vermenen te behoren;
Geheel subsidiair:
de wijze van verdeling naar billijkheid vast te stellen en alsdan de man te veroordelen om binnen een door de Rechtbank in goede justitie te bepalen datum na afgifte van de beschikking aan de vrouw uit te betalen een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over genoemd bedrag met ingang van een door uw rechtbank eveneens in goede justitie te bepalen dag tot de dag der algehele voldoening.

3.De beoordeling

Huwelijksgoederengemeenschap
Verdeling ontbonden algehele huwelijksgoederengemeenschap
3.1
Partijen hebben geen huwelijkse voorwaarden laten opstellen en zijn vóór
1 januari 2018 in Nederland getrouwd. Dat betekent dat door het huwelijk van partijen een algehele gemeenschap van goederen is ontstaan.
3.2
Door de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding is die gemeenschap op
15 december 2023 ontbonden. [1] Dat betekent dat in beginsel alle goederen, die op die datum (de zogenoemde ‘peildatum omvang’) tot de huwelijksgoederengemeenschap behoren, moeten worden verdeeld. Van de schulden die op de peildatum tot de huwelijksgoederengemeenschap behoren moet worden vastgesteld wie onderling welke schuld of welk deel daarvan moet betalen (ook wel de ‘interne draagplicht’ genoemd).
3.3
Partijen zijn het (op een aantal punten) niet eens over de wijze waarop dit zou moeten gebeuren. De man heeft de rechtbank verzocht om de wijze van verdeling te gelasten en een beslissing te nemen over de interne draagplicht voor de schulden, op een wijze zoals door hem voorgesteld. De vrouw heeft daartegen verweer gevoerd en de rechtbank verzocht om de wijze van verdeling te gelasten en een beslissing te nemen over de interne draagplicht voor de schulden, op een wijze zoals door haar is voorgesteld.
3.4
De rechtbank zal hierna eerst in kaart brengen welke goederen en welke schulden deel uitmaken van de ontbonden gemeenschap. Daarna zal de rechtbank per goed de verdeling vaststellen of de wijze van verdeling gelasten en per schuld de interne draagplicht vaststellen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat ieder van partijen recht heeft op de helft van de waarde van de goederen en ieder van hen de helft van de schulden zal moeten dragen.
Voor de waarde van de goederen geldt dat de rechtbank (in beginsel) kijkt naar de waarde die de goederen hebben op het moment van de feitelijke verdeling (de zogenoemde ‘peildatum waardering’), tenzij uit een overeenkomst tussen partijen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hiervan moet worden afgeweken.
3.5
Partijen zijn het erover eens dat de volgende goederen en de volgende schulden tot de gemeenschap behoren:
de woning aan [straat] [nummer] in [plaats 1] (de woning);
de hypothecaire geldlening bij Aegon Hypotheken B.V. met leningnummer [leningnummer] (hierna de hypotheekschuld);
de overlijdensrisicoverzekering bij ASR met polisnummer [polisnummer] ;
e inboedel van de hiervoor genoemde woning;
de schuld aan Defam;
het saldo op de bankrekening bij ING Bank op naam van de vrouw met nummer [rekeningnummer 3] ;
het saldo op de bankrekening in Nigeria op naam van de vrouw met nummer [rekeningnummer 4] ;
et saldo op de bankrekening in Nigeria op naam van de vrouw met nummer [rekeningnummer 5] ;
het saldo op de bankrekening bij de SNS Bank op naam van partijen met nummer [rekeningnummer 1] ;
het saldo op de bankrekening bij de ING Bank op naam van de man met nummer [rekeningnummer 2] ;
de auto van het merk BMW met kenteken [kenteken] ;
de activa en passiva van de onderneming in Zuid-Afrika met de handelsnaam [onderneming 1] ;
de activa en passiva van de onderneming in Nigeria met de handelsnaam [onderneming 2] LTD (partijen hebben ieder 40% van de aandelen en de dochter van de vrouw houdt de resterende 20%);
perceel grond in Nigeria [locatie 1] (hierna [locatie 1] );
de aanslagen en/of teruggaven van de Belastingdienst die betrekking hebben op de huwelijkse periode;
grafrechten zoon.
3.6
Partijen verschillen erover van mening of de volgende goederen en schulden aanwezig zijn en/of tot de gemeenschap behoren:
[locatie 3] te Nigeria, appartementencomplex met 6 appartementen (hierna [locatie 3] );
Pand te Nigeria aan de [locatie 2] (hierna [locatie 2] );
de lening van mevrouw [A] voor een resterend bedrag van € 44.400,-;
de lening van de heer [B] € 25.220,- (waarvan € 10.000,- is afgelost).
3.7
De rechtbank zal per bestanddeel een beslissing nemen en daarbij ingaan op de verzoeken voor zover dit noodzakelijk is voor de genomen beslissing. Partijen hebben allebei verzocht aan de rechtbank om de wijze van verdelen vast te stellen. De rechtbank is daardoor vrij om te beslissen hoe dit vastgesteld zou moeten worden en is daarbij niet alleen gebonden aan de (vele) verzoeken die door partijen zijn gedaan.
De woning, de hypothecaire geldlening en de overlijdensrisicoverzekering (posten a, b en c)
3.8
Partijen zijn het erover eens dat de woning kan worden toegedeeld aan de man en dat hij een termijn van vier maanden zal krijgen om de woning over te nemen. Voor de overname is het noodzakelijk dat de woning wordt getaxeerd. Ter zitting hebben partijen afgesproken dat [onderneming 3] te [plaats 1] de woning gaat taxeren. De rechtbank zal dit ook zo vaststellen en daarbij het verzochte spoorboekje opnemen.
Taxatiekosten
3.9
Partijen zijn het niet eens over wie de kosten van de taxatie moeten betalen. De rechtbank oordeelt dat ieder de helft van de kosten moet betalen. Partijen hebben allebei verzocht om de woning te taxeren. Zij hebben hier belang bij, omdat de waarde vastgesteld moet worden voor de toedeling aan de man. De vrouw heeft haar standpunt dat de man de kosten alleen zou moeten betalen onvoldoende onderbouwd.
Verkoop woning en overige verzoeken van de vrouw
3.1
Als de man de woning niet kan overnemen dan moet deze worden verkocht. De man heeft verteld hieraan mee te zullen werken. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat de man hier niet aan mee zal werken. Reden waarom alle overige verzoeken van de vrouw die gaan over de verplichte verkoop van de woning waarbij zij gerechtigd is om hier alleen over te beslissen dan wel aan de man een dwangsom wordt opgelegd om mee te werken worden afgewezen.
Verdeling overwaarde van de woning
3.11
Ook verschillen partijen van mening over de wijze van verdelen van de overwaarde van de woning. De rechtbank beslist dat voor de vaststelling van het aandeel van de vrouw in de overwaarde van de woning uitgegaan moeten worden van de hoogte van de hypotheekschuld op de peildatum, zijnde 15 december 2023. De rechtbank beslist dit omdat de man sinds de peildatum de lasten voor de woning alleen betaalt. Partijen zijn ieder voor de helft eigenaar van de woning. De vrouw was daardoor gehouden om de helft van de eigenaarslasten te voldoen. Hieronder vallen ook de hypotheeklasten en de aflossing op de hypotheekschuld. Nu alleen de man de hypotheekschuld heeft afgelost na de peildatum, zal voor de vaststelling van de hoogte van de overwaarde uitgegaan moeten worden van de hoogte van de hypotheekschuld op de peildatum, zijnde 15 december 2023. De vrouw heeft namelijk niet meer bijgedragen aan deze vorm van vermogensopbouw. Als de hypotheekschuld op de datum van levering van de woning aan de man of een derde lager is, komt dit meerdere toe aan de man.
Kosten notariële overdracht
3.12
De kosten van de notariële overdracht komen voor rekening van de man. Bij verkoop van de woning aan een derde komen deze kosten niet voor rekening van partijen. Bij een overdracht aan de man is het dan ook redelijk om deze kosten voor zijn rekening te laten komen. De man kan deze kosten ook deels fiscaal aftrekken en de vrouw niet.
Overlijdensrisicoverzekering
3.13
Aan de hypotheekschuld is een overlijdensrisico gekoppeld. Tijdens de zitting hebben partijen verteld dat het gaat om een risicoverzekering die geen waarde vertegenwoordigd. Reden waarom de rechtbank hier geen beslissing over hoeft te nemen.
Gebruiksvergoeding
3.14
De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw tot het vaststellen van een gebruiksvergoeding af. De vrouw heeft haar verzoek niet nader onderbouwd. Bovendien heeft de man sinds het eindigen van de relatie alle lasten die horen bij de woning alleen voldaan. Dit gaat om eigenaars- en gebruikerslasten. De vrouw was gehouden om de helft van de eigenaarslasten te voldoen. Dit heeft zij niet gedaan. De rechtbank is van oordeel dat gezien het gebrek aan onderbouwing van het bedrag en het feit dat de man alle lasten voor de woning betaalt het niet redelijk is om een gebruikersvergoeding vast te stellen.
Verrekening
3.15
Partijen zijn het erover eens dat alle over en weer te betalen bedragen, voor zover de op de woning rustende overwaarde daartoe toereikend is, verrekend zullen worden met het bedrag dat de man uit hoofde van de toedeling van de echtelijke woning aan de vrouw moet betalen. Bij verkoop van de woning (aan een derde) zullen alle bedragen van de verrekeningen die voortvloeien uit deze verdeling ook worden verrekend met de overwaarde.
De inboedel van de woning (post d)
3.16
Partijen zijn het eens over de verdeling van de inboedel. De man is het eens met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal dit ook zo overnemen in de beslissing. Tijdens de zitting heeft de man nog een USB-stick met de digitale foto’s van partijen aan de vrouw overhandigd. Partijen hebben afgesproken dat de vrouw de verzochte goederen uiterlijk een week voor de levering van de woning aan de man of een derde ophaalt. Daarnaast mag de vrouw ook alle fysieke foto’s uit de woning meenemen. Met het verzoek van de vrouw om aan haar de laptop en de sportfiets van [C (voornaam)] af te gegeven bedoelt zij alle computers van [C (voornaam)] en de hometrainer die in huis staat. De man is het ook eens met toedeling van die bedoelde goederen aan de vrouw. De rechtbank zal de verdeling vaststellen zoals afgesproken.
De schuld aan de Defam (post e)
3.17
De rechtbank zal bepalen dat ieder van partijen in hun onderlinge verhouding de helft van de schuld aan Defam moet dragen.
3.18
De vrouw verzoekt om te bepalen dat partijen ieder voor de helft draagplichtig is voor de schuld bij de Defam voor een bedrag van € 9.765,35, minus de na 1 maart 2024 nog betaalde bedragen aan aflossing. De vrouw heeft ter zitting verteld dat bij de vaststelling van de partneralimentatie bij de draagkracht van de man rekening is gehouden met de volledige aflossing van de schuld. Daardoor krijgt de vrouw minder partneralimentatie. De vrouw stelt dat zij daardoor indirect meebetaalt aan de schuld. Hier moet volgens haar rekening mee gehouden worden bij de interne verhouding tussen partijen, althans er moet vastgesteld worden dat de man geen regresrecht heeft op de vrouw zolang de volledige aflossing ten laste komt van zijn draagkracht.
3.19
De man is het hier niet mee eens en verzoekt om vast te stellen dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor deze schuld.
3.2
De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank begrijpt het verzoek van de vrouw zo dat zij een beroep doet op artikel 1:100 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna BW). Echter, er moet dan sprake zijn een negatief saldo van de gemeenschap. Dat is door de vrouw niet gesteld of onderbouwd. De vrouw stelt daarnaast dat bij de vaststelling van de draagkracht is afgesproken dat de man geen regresrecht heeft op de vrouw. Dit blijkt niet uit de beschikking van de rechtbank en dit wordt door de man betwist. De vrouw heeft haar standpunt ook hier onvoldoende onderbouwd.
3.21
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden op basis waarvan een afwijkende draagplicht zou moeten worden opgelegd. De vrouw betaalt niet rechtstreeks mee aan de aflossing van de schuld. Dat de vrouw minder partneralimentatie ontvangt, omdat de man aflost op de schuld, kan van belang zijn op het moment dat de man een regresvordering instelt. Echter, deze vordering is nu niet aan de orde. Er is daardoor geen sprake van een situatie waarbij de omstandigheden op dit moment meebrengen dat afgeweken moet worden van de hoofdregel over de onderlinge draagplicht.
De saldi op de bankrekeningen (posten f, g, h, i en j)
3.22
Een bankrekening met een positief saldo is in feite een vordering die partijen hebben op de bank (het geld wat je van de bank te goed hebt). De waarde of omvang van die vordering is gelijk aan de hoogte van het saldo. Voor de vraag wat de omvang van de gemeenschap is en daarmee dus ook wat de omvang van deze vordering is, is het moment van ontbinding van de gemeenschap bepalend. Zoals hiervoor is besproken, is dat het moment van indiening van het verzoekschrift. [2] Hier is het verzoekschrift ingediend op
15 december 2023. Daarom moeten partijen de saldi op de bankrekeningen verdelen zoals deze waren op 15 december 2023.
3.23
Partijen zijn het eens over de wijze van verdelen van de saldi van rekening h, i en, j.
Rekening h
Partijen zijn het erover eens dat het saldo € 0,- is op de bankrekening in Nigeria die eindigt op [laatste drie cijfers van rekeningnummer 5] . Hier hoeft geen verrekening van het saldo plaats te vinden.
Rekening i
De en/of rekening van partijen die eindigt op [laatste drie cijfers van rekeningnummer 1] is opgeheven. Het saldo is overgemaakt naar de bankrekening van de man. De vrouw heeft recht op de helft van het saldo op de peildatum zijnde € 542,48 = € 271,24. De man moet dit aan de vrouw betalen. De rechtbank zal dit opnemen in het dictum.
Rekening j
Het saldo op de bankrekening van de man was op de peildatum € 744,42. Dat betekent dat de man een bedrag van € 372,21 moet betalen aan de vrouw. Ook dit zal de rechtbank vaststellen in het dictum.
3.24
Partijen zijn het niet eens over de wijze van verdelen van de saldi van rekening
f en g.
Rekening f [rekeningnummer 3] op naam van de vrouw
3.25
Omdat de rekening met nummer [rekeningnummer 3] op naam van de vrouw staat en zal blijven staan, moet de vrouw de helft van het saldo op 15 december 2023 uitkeren aan de man. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af en wijst het verzoek van de man toe en bepaalt dat de vrouw € 1.657,86 aan de man moet betalen. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.26
De vrouw stelt dat van een verdeling van het saldo op de bankrekening geen sprake kan zijn, omdat zij geld heeft geleend van de heer [B] en zij dit geld aan hem moet terugbetalen. Omdat tegenover het positieve saldo ook een schuld staat, wil de vrouw dat het saldo op de rekening zonder nadere verrekening aan haar wordt toegedeeld.
3.27
De man is het niet eens met dit standpunt van de vrouw. Hij betwist dat er leningen zijn aan de heer [B] die vallen in de gemeenschap. Het saldo moet 50/50 worden verdeeld.
3.28
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw de helft van het saldo op de peildatum, zijnde € 3.315,72, moet betalen aan de man. Er is geen wettelijke grondslag om af te wijken van deze wijze van verdelen. Als het saldo op de peildatum bestaat uit geleend geld dan valt de lening ook in de gemeenschap van goederen en zijn beide partijen voor de helft draagplichtig. De lening van de heer [B] zal later onder punt t besproken worden. De vrouw moet € 1.657,86 aan de man betalen.
Rekening g met nummer [rekeningnummer 4] , bankrekening in Nigeria
3.29
Partijen zijn het eens over de hoogte van het saldo van de bankrekening op de peildatum, zijnde € 2.376, -. Zij zijn het niet eens over de wijze van verdelen van het saldo. De rechtbank bepaalt dat beide partijen gerechtigd zijn tot de helft van het saldo. De vrouw moet daarom een bedrag van € 1.188, - aan de man betalen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.3
De vrouw stelt dat de bankrekening op naam van haar en haar dochter staat. Een kwart van het saldo zou toebehoren aan de dochter van de vrouw en daarom niet betrokken moeten worden in de verdeling. De man betwist dit.
3.31
De rechtbank is van oordeel dat het saldo op de bankrekening bij helfte moet worden gedeeld. De vrouw heeft niet onderbouwd hoe de rekening is gevoed. Het enkele feit dat de rekening ook op naam staat van de dochter van de vrouw is onvoldoende om aan te nemen dat zij ook gerechtigd is tot het saldo op de bankrekening. De vrouw heeft onvoldoende gesteld om aannemelijk te maken dat een deel van het saldo op deze rekening toebehoort aan de dochter. De rechtbank gaat ervanuit dat het geld in de gemeenschap valt en beslist dat de vrouw de helft van het saldo moet betalen aan de man.
De auto van het merk BMW (post k)
3.32
De rechtbank beslist dat partijen de auto moeten verkopen en na aftrek van alle kosten de opbrengst moeten verdelen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.33
De man verzoekt om de auto toe te delen aan de vrouw voor een waarde van
€ 10.250,00 en dat zij aan hem een bedrag van € 5.125,00 moet betalen vanuit de verdeling.
3.34
De vrouw is het hier niet mee eens en verzoekt om de auto aan de man toe te delen met veroordeling van de man tot uitbetaling van de helft van de waarde van de auto op de peildatum dan wel dat de auto zal worden verkocht en dat beide partijen de helft van de opbrengst krijgen.
3.35
De rechtbank stelt vast dat beide partijen de auto niet willen hebben. Dat betekent dat de auto moet worden verkocht en dat de opbrengst moet worden gedeeld. De auto is weggesleept naar een garage. De vrouw heeft niet betwist dat de auto op haar naam staat. De man stelt dat hij, doordat de auto niet op zijn naam staat, de auto niet kan verkopen. Partijen hebben allebei niets ondernomen nadat de auto is weggesleept naar een garage. Als de waarde van de auto hierdoor is gedaald en dit kosten met zich meebrengt komt dit voor rekening en risico van beide partijen. De auto moet worden verkocht. Omdat de auto op naam staat van de vrouw, draagt de rechtbank de vrouw op om binnen een maand nadat deze beschikking is afgegeven na te gaan wat er nodig is om de auto te verkopen en die handelingen ook te verrichten. Zij moet de man informeren over haar handelingen. Als de vrouw voor de verkoop de toestemming van de man nodig heeft, draagt de rechtbank de man op alles te doen en/of na te laten om de verkoop van de auto te bespoedigen. De opbrengst (minus de verkoop- en opslagkosten) van de auto wordt bij helfte gedeeld.
De onderneming [onderneming 1] (post l)
3.36
De onderneming is op 3 september 2014 door partijen opgericht. De aandelen zijn tijdens het huwelijk overgedragen aan de vrouw. De aandelen vallen door de gemeenschap van goederen nog steeds in de gemeenschap en moeten betrokken worden bij de verdeling. De man verzoekt toedeling van de aandelen aan de vrouw onder verrekening van de helft van de waarde met de man. De vrouw wenst de aandelen niet toegedeeld te krijgen en verzoekt om de onderneming te beëindigen.
3.37
De rechtbank beslist dat de aandelen moeten worden verkocht, zo nodig door opheffing van de onderneming en dat partijen ieder voor de helft gerechtigd zijn tot de opbrengst. De rechtbank neemt deze beslissing, omdat beide partijen de aandelen niet willen behouden. Dat betekent dat de onderneming moet worden opgeheven of dat de aandelen moeten worden verkocht aan een derde. Omdat de vrouw enig aandeelhouder is, moet zij alles in het werk stellen zodat de onderneming kan worden opgeheven dan wel kan worden verkocht aan een derde. Voor de waarde van de aandelen moet gekeken worden naar het moment van feitelijke verdeling. De waardestijgingen- en dalingen van boedelbestanddelen komen in beginsel ten goede en ten laste van de ontbonden gemeenschap en dus voor rekening van beide echtgenoten.
Onttrekking van geld van de onderneming
3.38
De man stelt dat de vrouw in de afgelopen jaren € 132.538,38 heeft opgenomen vanuit de onderneming en dat hij recht heeft op de helft van dit bedrag. De vrouw zou dit bedrag in de afgelopen jaren hebben opgenomen voor eigen gebruik en niet zoals afgesproken voor de onderneming.
3.39
De vrouw betwist dit en stelt dat het geld is opgenomen en gebruikt voor de kosten van de huishouding. De vrouw was bovendien ook bevoegd om alleen te beschikken over de gelden binnen de onderneming. Op 7 augustus 2020 heeft de man de vrouw toestemming gegeven om het geld van de onderneming aan te wenden zoals zij dat wilde. [3]
3.4
De rechtbank ziet geen wettelijke grondslag om tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek van de man te komen. Partijen zijn getrouwd in gemeenschap van goederen, zij zijn daardoor beiden bevoegd om te beschikken over de gelden in de gemeenschap. Zij hebben daar geen toestemming van de ander voor nodig. Daar komt bij dat juist de vrouw door de man gemachtigd is om de onderneming te drijven en het geld te gebruiken zoals zij dat wil. Als er discussie is over de wijze waarop de onderneming is gedreven dan is deze rechtbank niet bevoegd om daarover te beslissen. Het gaat hier enkel om de verdeling van de gemeenschap. De rechtbank gaat om die reden verder niet in op de standpunten van partijen op dit punt.
De onderneming [onderneming 2] LTD (post m)
3.41
Deze onderneming is opgericht op 1 augustus 2006. Partijen zijn het erover eens dat zij ieder 40% van de aandelen houden en de dochter van de vrouw 20%. Dit blijkt ook uit het certificate of incorporation. [4] De aandelen van partijen (80%) moeten betrokken worden bij de verdeling. De man verzoekt toedeling van de aandelen aan de vrouw onder verrekening van de helft van de waarde (volgens de man € 60.000, -) met de man. De vrouw wenst de aandelen niet toegedeeld te krijgen en verzoekt om de onderneming te beëindigen, waarbij de man gelast wordt om zijn volledige medewerking te verlenen aan het beëindigen van de onderneming en om de man op te dragen om de eigendomsakten die hij in zijn bezit heeft over te dragen.
3.42
De rechtbank beslist als volgt. Partijen willen allebei de aandelen niet behouden van de onderneming. Dat betekent dat de aandelen moeten worden verkocht. Omdat er ook nog een derde partij aandeelhouder is kan de rechtbank niet beslissen dat de onderneming moet worden opgeheven. Indien partijen de onderneming willen opheffen dan hebben zij de medewerking van de derde aandeelhouder nodig. Dat betekent dat de aandelen moeten worden verkocht aan een derde. Voor de waarde van de aandelen moet gekeken worden naar het moment van feitelijke verdeling. De waardestijgingen- en dalingen van boedelbestanddelen komen in beginsel ten goede en ten laste van de ontbonden gemeenschap en dus voor rekening van beide echtgenoten.
3.43
Partijen hebben discussie over welke activa en passiva zich bevinden in de onderneming. De man stelt dat er twee percelen zijn gekocht in Nigeria. De vrouw stelt dat zij hier niets van weet. Partijen moeten als aandeelhouders elkaar over en weer informeren over de activa en passiva in de onderneming. De rechtbank kan in deze procedure enkel een beslissing nemen over de wijze van verdelen van de aandelen. Omdat de rechtbank beslist dat de aandelen moeten worden verkocht, is voor het oordeel van de rechtbank niet van belang welke activa en passiva aanwezig zijn in de onderneming en wie dit heeft aangekocht. Partijen zij wel verplicht om elkaar de informatie hierover te verschaffen zodat de aandelen ook kunnen verkocht voor een reële prijs. Over inhoudelijke discussies die zien op de wijze van het voeren van de onderneming is de rechtbank in deze procedure niet bevoegd. Zoals al opgemerkt gaat de rechtbank in deze procedure alleen over de verdeling van de (bestanddelen van de) gemeenschap.
Perceel grond in Nigeria [locatie 1] (post n)
3.44
Partijen hebben op 15 augustus 2002 [locatie 1] gekocht in Nigeria. Ter zitting zijn partijen het eens geworden over het feit dat zij samen eigenaar zijn van dit perceel. De man verzoekt om het perceel toe te delen aan de vrouw en te bepalen dat zij de helft van de waarde aan de man moet vergoeden. De vrouw wil het perceel niet behouden en wil dit verkopen.
3.45
De rechtbank beslist dat het perceel moet worden verkocht, omdat geen van partijen het perceel wil behouden. Voordat [locatie 1] kan worden verkocht moet dit worden getaxeerd. De man heeft al drie makelaars in Nigeria aangeschreven met het verzoek om [locatie 1] te taxeren. Partijen hebben ter zitting afgesproken dat de man een makelaar zal benaderen en dat partijen gezamenlijk de opdracht tot verkoop zullen verstrekken. De opbrengst zal, na aftrek van de verkoopkosten, bij helfte worden gedeeld. De rechtbank zal deze wijze van verdelen opnemen in het dictum.
Belastingaanslagen (post o)
3.46
Partijen zijn het erover eens dat de aanslagen die zien op de huwelijkse periode gedeeld moeten worden. De man heeft de aanslag IB 2023 betaald van € 388,-. De vrouw moet daarom nog € 194,- aan de man betalen. De rechtbank zal dit ook overnemen in het dictum.
De grafrechten van de overleden zoon van partijen (post p)
3.47
Partijen hebben afspraken gemaakt over de grafrechten van de overleden zoon van partijen. De man was rechthebbende van deze rechten, maar heeft dit recht overgedragen aan de vrouw. Omdat partijen afspraken hebben gemaakt, hoeft de rechtbank geen beslissing meer te nemen.
[locatie 3] te Nigeria, appartementencomplex met 6 appartementen (post q) (Hierna [locatie 3] )
3.48
Partijen twisten of [locatie 3] in de gemeenschap valt. De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [locatie 3] eigendom is van partijen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat [locatie 3] eigendom is van de moeder van de vrouw. Omdat [locatie 3] niet aan partijen toebehoort, wijst de rechtbank de vorderingen van de man om de wijze van verdelen vast te stellen, af. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
3.49
De vrouw stelt dat [locatie 3] eigendom is van haar moeder. De vrouw heeft productie 27 en 28 ingediend. Productie 27 is een kopie van een Power of Attorney die gaat over de [locatie 3] van 18 februari 2016 van de moeder van de vrouw aan de vrouw. Dit is een volmacht om [locatie 3] te beheren, omdat de moeder van de vrouw daar niet meer goed toe in staat is. Productie 28 betreft o.a. een betaalbewijs van de moeder van de vrouw voor het kopen van [locatie 3] op 23 juli 1976.
3.5
De man is van mening dat [locatie 3] op 15 april 1997 is overgedragen aan de vrouw. Hij verwijst daarvoor naar de door hem ingediende productie 20, 22 en 29. Productie 20 is een lijst van onroerende zaken waarop volgens de man staat wie de eigenaar is. Dit blijkt dan uit een C of O. Bij [locatie 3] staat de naam van de vrouw als eigenaar. Productie 22 is een algemeen artikel over een certificate of occypancy in Nigeria, waarin een toelichting op de C of O staat. Productie 29 is een document van 15 april 1997. Het document is van een landmeter waarbij bovenaan de eigenaar staat te weten mrs. [voornaam van de vrouw] [achternaam van de man] .
3.51
De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [locatie 3] eigendom is van de vrouw. Uit de stukken die door de vrouw zijn ingediend blijkt dat de moeder van de vrouw eigenaar is en dat zij de vrouw een volmacht heeft gegeven om [locatie 3] voor haar te beheren. Aan de hand van productie 20 en 22 van de man kan niet worden vastgesteld dat de vrouw eigenaar is geworden. Voor productie 29 geldt dat de vrouw op 15 april 1997 niet getrouwd was met de man en niet de achternaam [achternaam van de man] droeg. Partijen kenden elkaar toen niet. Reden waarom de rechtbank geen waarde hecht aan deze productie. Nu uit productie 28 blijkt dat de moeder van de vrouw eigenaar is en er geen stukken zijn ingediend waaruit volgt de eigendom is overgedragen aan de vrouw, wijst de rechtbank de vorderingen die zien op de wijze van verdelen van [locatie 3] af.
Pand te Nigeria aan de [locatie 2] (post r) (hierna [locatie 2] )
3.52
Het pand [locatie 2] is eigendom van de dochter van de vrouw. Daar zijn partijen het over eens. Het was eigendom van de vrouw, maar is door de vrouw aan haar dochter geschonken op 6 januari 2023.
3.53
De vrouw stelt dat het pand niet in de gemeenschap meer valt en doordoor niet voor verdeling in aanmerking komt. De waarde van [locatie 2] was op 20 maart 2024 € 6.660,-. De vrouw heeft als productie 26 een taxatierapport ingediend waaruit deze waarde blijkt. De huurinkomsten van de appartementen zijn € 95,- per jaar.
3.54
De man stelt dat de vrouw, door [locatie 2] te schenken aan haar dochter, een handeling heeft verricht die ertoe heeft gestrekt dat haar dochter, ten koste van het vermogen van partijen, is verrijkt. Het is geen gebruikelijke gift en daarom was er toestemming van de man nodig op basis van artikel 1:88 lid 1 sub b BW Pro. De man heeft de vernietiging van de gift ingeroepen. De man stelt dat de waarde van het pand € 80.000,- is op basis van een vergelijkbaar pand in Nigeria.
3.55
De rechtbank gaat bij haar oordeel uit van de waarde van het pand van € 6.660,-.
Het rapport dat is ingediend door de vrouw, is opgesteld in 2024 dit is een jaar nadat dat [locatie 2] aan de dochter is geschonken. Het rapport lijkt opgesteld door een makelaar en de rechtbank heeft geen redenen om te twijfelen aan de inhoud. De man heeft ter betwisting alleen een uitdraai van het internet overgelegd, waarbij de rechtbank niet kan vaststellen of dit een reële vergelijking is. De vrouw betwist dat het pand zoveel waard is en de man heeft geen nadere taxatie ingediend om zijn standpunt te onderbouwen. Ook het gegeven dat de huurprijs € 95,- per jaar is maakt dat rechtbank het niet aannemelijk vindt dat het pand € 80.000,- waard zou zijn.
3.56
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of er met de gift van de vrouw aan de dochter sprake is van een niet gebruikelijke en bovenmatige gift. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Hierbij is van belang dat het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW Pro is opgesteld ter bescherming van de gezinsfinanciën. Tijdens de zitting hebben partijen verteld dat zij tijdens het huwelijk over veel geld beschikten. Dit geld kwam voor een deel vanuit overwaarde van een woning (ruim € 130.000,-) maar ook uit werkzaamheden die de vrouw had verricht als prostituee (ook meer dan € 100.000,- volgens partijen). Een gift van € 6.660,- is geen gift die van invloed is geweest op de gezinsfinanciën. Weliswaar vielen de huurinkomsten weg, maar die waren zodanig laag dat dit ook geen rol van betekenis speelde bij de gezinsfinanciën. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat in vermogende huishoudens zoals die van partijen giften aan kinderen in de orde van grote van de jaarlijkse fiscale schenkingsvrijstelling (in 2023 € 6.023,-) in het algemeen niet ongebruikelijk en niet bovenmatig worden geacht. De verzoeken van de man worden afgewezen, omdat [locatie 2] niet valt in de gemeenschap van goederen van partijen.
De lening van mevrouw [A] voor een resterend bedrag van € 44.400,- (post s)
3.57
Partijen zijn het niet eens over het bestaan van een lening bij mevrouw [A] .
3.58
De vrouw stelt dat zij op 16 juni 2015 een bedrag van € 80.000,- heeft geleend van mevrouw [A] . [5] De lening had binnen vijf jaren terugbetaald moeten zijn, maar dat is volgens de vrouw niet gelukt. Er is € 50.000,- betaald en er staat nog € 44.400,- open. De vrouw heeft tijdens de zitting verteld dat zij het geld heeft gebruikt om een woning in Zuid-Afrika te kopen. Deze woning is verkocht, maar de opbrengst is gestort in de onderneming in Zuid-Afrika en niet gebruikt om de schuld af te lossen.
3.59
De man was niet bekend met deze lening en stelt dat het gaat om een zakelijke lening. Omdat de man niet wist van deze lening betwist hij de juistheid van de lening. Als de schuld in de gemeenschap valt dan betwist de man de hoogte van de restschuld omdat er al
€ 50.000,- is afgelost. Het restbedrag is dan € 30.000,-.
3.6
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de vrouw een lening heeft afgesloten bij mevrouw [A] van € 80.000,- tijdens het huwelijk. Dat de man niet bekend was met de lening maakt niet dat deze niet afgesloten kan worden. De rechtbank heeft ook geen reden om te twijfelen aan de overgelegde stukken waaruit de aflossing blijkt. Omdat er sprake is van een huwelijkse schuld zal de rechtbank ook hier vaststellen dat ieder van partijen in hun onderlinge verhouding de helft van de schuld aan mevrouw [A] moet dragen.
3.61
De overige verzoeken van de vrouw wijst de rechtbank af. De rechtbank kan niet vaststellen dat de restschuld € 44.400,- bedraagt. Het is onduidelijk hoe dit bedrag is opgebouwd. Ook kan de rechtbank geen voorwaardelijke veroordeling uitspreken dat de man de helft van de hoofdsom aan de vrouw moet voldoen, zodra de vrouw meer dan haar aandeel heeft betaald. Nergens blijkt uit dat de vrouw op dit moment aflost op de schuld of dat zij nu al meer dan haar aandeel heeft betaald. Reden waarom de rechtbank deze verzoeken afwijst.
De lening van de heer [B] (post t)
3.62
Partijen zijn het niet eens over het bestaan van een lening bij de heer [B] .
3.63
De vrouw stelt dat zij geld heeft geleend van de heer [B] tijdens het huwelijk en dat partijen hier voor de helft draagplichtig voor zijn. Zij heeft een verklaring ingediend van de heer [B] [6] van 25 mei 2024 waarin staat dat de heer [B] in 2016
€ 18.000,- heeft geleend aan de vrouw voor het kopen van een huis in Zuid-Afrika. In 2022 zou de vrouw € 10.000,- hebben betaald. De resterende € 8.000,- volgt later. Volgens de vrouw heeft zij nog meer geld geleend van de heer [B] , omdat de man geen geld meer overmaakte en zij dit geld nodig had voor haar levensonderhoud. De vrouw heeft een bankafschrift ingediend waaruit blijkt dat er door de heer [B] verschillende keren geld is overgemaakt naar de vrouw. [7]
3.64
De man stelt dat er geen sprake is van een lening overeenkomst. Nergens blijkt uit dat de vrouw het bedrag van € 18.000,- heeft ontvangen. Ook is de man niet bekend met de aankoop van een woning in Zuid-Afrika in 2016. Van de andere bedragen is onduidelijk wanneer de vrouw dit heeft ontvangen. Er zijn geen verifieerbare bewijsstukken dat de vrouw daadwerkelijk geld heeft geleend en dat deze schuld tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoort.
3.65
De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat er tijdens het huwelijk geld is geleend van de heer [B] . De verklaring van de heer [B] is betwist door de man. De vrouw heeft geen andere stukken overgelegd om haar standpunt nader te onderbouwen. De bankafschriften waaruit blijkt dat heer [B] geld heeft overgemaakt aan de vrouw is onvoldoende om te kunnen vaststellen dat er sprake is van een lening. De verzoeken van de vrouw die zien op deze lening worden afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een schuld die valt in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.66
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
De proceskosten
3.67
De rechtbank zal beslissen dat ieder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van partijen in de proceskosten te veroordelen.
Hierna volgt de beslissing.

4.De beslissing

De rechtbank gelast de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgoederen-gemeenschap als volgt:
De woning aan de [straat] [nummer] te [plaats 1]
4.1
a) de woning zal worden toebedeeld aan de man tegen een nog te taxeren marktwaarde per datum taxatie, onder de ontbindende voorwaarden dat de man binnen vier maanden na datum taxatierapport aan de vrouw aantoont dat hij in staat is de woning over te nemen en haar te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning verbonden hypothecaire geldlening;
b) de woning zal worden getaxeerd door [onderneming 3] te [plaats 1] . Partijen zullen de gekozen makelaar binnen één week na deze beschikking gezamenlijk een opdracht tot taxatie geven. Beide partijen behoren hun medewerking aan de taxatie te verlenen en dienen op behoorlijke wijze in de gelegenheid te worden gesteld bij de taxatie aanwezig te zijn. Partijen dienen de kosten van de taxatie bij helfte te dragen;
c) indien aan de hiervoor onder a genoemde voorwaarden wordt voldaan, zal de vrouw haar aandeel in de woning overdragen aan de man uiterlijk binnen vier maanden na de datum van taxatie, onder de voorwaarde dat zij uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning verbonden hypothecaire geldlening wordt ontslagen en dat bij een overwaarde aan haar toekomt een bedrag gelijk aan de helft van de overwaarde van de woning (de taxatiewaarde minus de hypothecaire leningen op de peildatum zijnde 15 december 2023) of bij een onderwaarde zal de vrouw de helft van de onderwaarde voor haar rekening moeten nemen en dit bedrag moeten betalen aan de man (de taxatiewaarde minus de hypothecaire geldleningen op de peildatum 15 december 2023). De kosten van de notariële overdracht dient door de man te worden gedragen;
d) indien en voor zover niet aan de hiervoor onder a genoemde voorwaarden wordt voldaan, zal de woning worden verkocht en geleverd aan een derde, waartoe partijen gezamenlijk een verkoopopdracht zullen verstrekken aan de hiervoor bedoelde makelaar, die partijen, indien zij geen overeenstemming bereiken, bindend zal adviseren ten aanzien van de vraag- en laatprijs. Bij verkoop en levering van de woning dient uit de verkoopopbrengst de op de woning rustende hypothecaire geldlening per te worden afgelost en dienen de kosten verbonden aan de verkoop te worden voldaan. Het aandeel van de vrouw in de overwaarde van de woning wordt berekend door de verkoopopbrengst minus de kosten die verbonden zijn aan de verkoop woning minus de hoogte van de hypotheekschuld op 15 december 2023 gedeeld door twee. Het resterende deel komt toe aan de man. Bij een onderwaarde zal ieder de helft van de schuld dienen te dragen;
Inboedel
4.2
stelt vast dat de vrouw uiterlijk een week voor de levering van de woning aan de man of een derde de navolgende spullen ophaalt uit de echtelijke woning, een boxspring bed, een bij de man bekende IKEA kast, alle fysieke foto's van de overleden zoon, de computers van de overleden zoon en zijn hometrainer;
Schuld bij de Defam
4.3
bepaalt dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de op de peildatum nog openstaande schuld bij de Defam;
Bankrekeningen
4.4
bepaalt dat de man de helft van het saldo op de peildatum (€ 542,48) van de en/of rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 1] aan de vrouw moet betalen, zijnde een bedrag van € 271,24;
4.5
bepaalt dat de man de helft van het saldo op de peildatum (€ 744,41) van de rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 2] aan de vrouw moet betalen, zijnde een bedrag van € 372,21;
4.6
bepaalt dat de vrouw de helft van het saldo op de peildatum (€ 3.315,72) van de rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 3] aan de man moet betalen, zijnde een bedrag van € 1.657,86;
4.7
bepaalt dat de vrouw de helft van het saldo op de peildatum (€ 2.376,-) van de rekening in Nigeria met rekeningnummer [rekeningnummer 4] aan de man moet betalen, zijnde een bedrag van € 1.188,00;
Auto
4.8
bepaalt dat partijen de auto van het merk BMW met kenteken [kenteken] moeten verkopen en dat zij de verkoopopbrengst, na aftrek van de verkoop- en opslagkosten, moeten delen. De rechtbank draagt de vrouw op om binnen een maand na deze beschikking na te gaan wat ervoor nodig is om de auto te verkopen en de man daar ook over te informeren. De man wordt opgedragen om alles te doen en/of na te laten om de verkoop van de auto te bespoedigen;
De aandelen in de onderneming [onderneming 1] in Zuid-Afrika
4.9
gelast de wijze verdeling van de aandelen in de onderneming [onderneming 1] in Zuid-Afrika als volgt. De aandelen in deze onderneming zullen worden verkocht en geleverd aan een derde waarbij ieder voor de helft gerechtigd is tot de opbrengst en ieder de helft van de kosten voor de overdracht moet betalen. De vrouw zal, als enig aandeelhouder, alles in het werk stellen zodat de aandelen kunnen worden verkocht aan een derde;
De aandelen in de onderneming [onderneming 2] LTD in Nigeria
4.1
gelast de wijze verdeling van de aandelen in de onderneming [onderneming 2] LTD in Nigeria als volgt. De aandelen in deze onderneming zullen worden verkocht en geleverd aan een derde waarbij ieder voor de helft gerechtigd is tot de opbrengst en ieder de helft van de kosten voor de overdracht moeten betalen;
perceel grond in Nigeria [locatie 1] ( [locatie 1] )
4.11
gelast de wijze van verdeling van de grond in Nigeria [locatie 1] als volgt:
[locatie 1] zal worden verkocht en geleverd aan een derde, waartoe partijen binnen een maand na deze beschikking gezamenlijk een schriftelijke verkoopopdracht zullen geven aan een door de man aan te wijzen makelaar;
de levering van [locatie 1] aan een derde zal zo snel als mogelijk plaatsvinden. Bij verkoop en levering van de woning dienen de verkoopkosten en andere kosten die nog verbonden zijn aan [locatie 1] betaald te worden uit de verkoopopbrengst. Partijen zijn vervolgens ieder voor de helft gerechtigd tot de resterende (netto) opbrengst en ieder voor de helft draagplichtig voor een eventuele restschuld;
Belastingaanslagen
4.12
bepaalt dat de vrouw de helft van de IB aanslag 2023 aan de man moet betalen, zijnde een bedrag van € 194,-;
4.13
bepaalt dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de belastingaanslagen die zien op de huwelijkse periode en ook voor de helft gerechtigd zijn tot de teruggaven van de Belastingdienst die zien op de huwelijkse periode;
Schuld bij mevrouw [A]
4.14
bepaalt dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de op de peildatum nog openstaande schuld bij mevrouw [A] ;
Overige beslissingen
4.15
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
4.16
bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten betalen;
4.17
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. D. van Bloemendaal, rechter, in samenwerking met de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:99 lid 1 sub b van Pro het Burgerlijke Wetboek
2.Artikel 1:99 lid 1 sub b van Pro het Burgerlijk Wetboek
3.Productie 8 van de vrouw
4.Productie 30 van de man
5.Productie 30 van de vrouw
6.Productie 31 van de vrouw
7.Productie 53 van de vrouw