Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de advocaat van de verdachte: mr. I.J.M. de Wit (hierna: de advocaat);
- de officier van justitie: mr. L.E. van Zijl.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 12 maart 2026;
- een proces-verbaal van aanrijding
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 12 maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd of ingehouden is geweest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
6.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 9, 14a, 14b, 14c en 55 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
7.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 en feit 2 primair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
taakstrafvan
200 uur;
- ontzegtde verdachte ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 730 dagen; - bepaalt dat de duur van de ontzegging wordt verminderd met de tijd gedurende welke het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd en ingehouden is geweest (64 dagen);
- bepaalt dat van de ontzegging
- als algemene voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een
zij op of omstreeks 13 november 2023 te De Meern, gemeente Utrecht, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in haar adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 850 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn
zij op of omstreeks 13 november 2023 te De Meern, gemeente Utrecht, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A12, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- terwijl de matrixborden op 340 meter van de plaats van het ongeval vandaan met geel knipperende lampen een aangepaste snelheid aangaf, te weten 50 en/of 70 km/u en/of
- terwijl op de voor haar, verdachte, gelegen rijbaan van die A12 zich langzaam rijdende en/of stilstaande voertuigen bevonden (file) en/of
- met onverminderde snelheid, althans met een hogere snelheid dan de ter plaatse (op zich boven de weg bevindende matrixborden aangegeven) toegestane maximumsnelheid en/of gelet op de situatie ter plaatse verantwoord was te rijden en/of
- (daarbij) niet, althans onvoldoende acht te slaan op de vóór haar gelegen rijbanen en/of het zich vóór haar bevindende verkeer op die rijbanen en/of (vervolgens)
- de snelheid van de door haar bestuurde personenauto niet zodanig aan te passen dat zij in staat was om die personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij die weg/rijbaan kon overzien en deze vrij was en/of (vervolgens)
- met onverminderde, althans met (te) hoge snelheid op het langzaam rijdende en/of stilstaande verkeer in te rijden, waardoor
- zij in botsing is gekomen met een voor haar op de weg bevindende voertuig en (aldus) dat voertuig waar verdachte met haar personenauto mee in botsing is gekomen, in botsing is gekomen met het zich dáárvoor bevindende voertuig (een zogenaamde "kettingbotsing"), waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten
- gebroken oogkassen en/of holtes en/of neus en/of
- scheur in de schedel met bloeding en/of
- spierscheur in de rechterkuit en/of
- 14 hechtingen in het achterhoofd,
of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl zij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;
- terwijl de matrixborden op 340 meter van de plaats van het ongeval vandaan met geel knipperende lampen een aangepaste snelheid aangaf, te weten 50 en/of 70 km/u en/of
- terwijl op de voor haar, verdachte, gelegen rijbaan van die A12 zich langzaam rijdende en/of stilstaande voertuigen bevonden (file) en/of
- met onverminderde snelheid, althans met een hogere snelheid dan de ter plaatse (op zich boven de weg bevindende matrixborden aangegeven) toegestane maximumsnelheid en/of gelet op de situatie ter plaatse verantwoord was heeft gereden en/of
- (daarbij) niet, althans onvoldoende acht heeft geslagen op de vóór haar gelegenrijbanen en/of het zich vóór haar bevindende verkeer op die rijbanen en/of (vervolgens)
- de snelheid van de door haar bestuurde personenauto niet zodanig aan heeft gepast dat zij in staat was om die personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij die weg/rijbaan kon overzien en deze vrij was en/of (vervolgens)
- met onverminderde, althans met (te) hoge snelheid op het langzaam rijdende en/of stilstaande verkeer in heeft gereden, waardoor
- zij in botsing is gekomen met een voor haar op de weg bevindende voertuig en (aldus) dat voertuig waar verdachte met haar personenauto mee in botsing is gekomen, in botsing is gekomen met het zich dáárvoor bevindende voertuig (een zogenaamde "kettingbotsing"), door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.