ECLI:NL:RBMNE:2026:2763
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord wegens onvoldoende maximale inspanning schuldenaar
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 16 april 2026 het verzoek van de schuldenaar tot vaststelling van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet. De schuldenaar had een schuldregeling aangeboden waarbij concurrente schuldeisers 3,91% van hun vordering zouden ontvangen, maar één schuldeiser, vertegenwoordigd door verweerder, weigerde in te stemmen vanwege het lage aanbod en de woonsituatie van de schuldenaar.
De rechtbank overwoog dat het belang van de schuldeiser bij volledige betaling vaststaat en dat het verzoek alleen kan worden toegewezen als de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering kon komen. Hoewel het akkoord in beginsel aan de eisen voldeed, was onduidelijk of de schuldenaar zich maximaal zou inspannen om af te lossen, mede vanwege zijn wisselende en relatief dure woonsituatie.
De schuldenaar woont tijdelijk bij zijn oma met lage huur, maar moet binnenkort verhuizen naar een duurdere woning, wat zijn afloscapaciteit negatief beïnvloedt. De rechtbank achtte onvoldoende aannemelijk dat de schuldenaar bereid is een suboptimale woonsituatie te accepteren om meer af te lossen.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de schuldeiser in redelijkheid het aanbod kon weigeren en wees het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord af. De schuldenaar handhaaft het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, waarvoor een aparte zitting zal worden gepland.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte maximale inspanning van de schuldenaar.